*

 

Uit de schaduw van Robert Capa

Henny de Lange − 29/10/09, 00:00

Iedereen kent Robert Capa, maar de foto’s van zijn minstens zo gedreven partner Gerda Taro zijn in de vergetelheid geraakt.

  • Gerda Taro en Robert Capa in Parijs, 1935. (FOTO FRED STEIN)

Tienduizenden rouwende mensen verzamelden zich op 1 augustus 1937 in Parijs om afscheid te nemen van Gerda Taro. Als een antifascistische martelaar werd ze begraven, op de dag dat ze 27 jaar zou zijn geworden. Taro was in korte tijd beroemd geworden door haar foto’s van de slagvelden van de Spaanse Burgeroorlog. Ze was de eerste vrouwelijke oorlogsfotograaf die het heetst van de strijd opzocht en ook de eerste die daarbij omkwam. Maar zo beroemd als ze was, zo snel raakte haar werk na haar dood in de vergetelheid.

Voor het eerst na ruim zeventig jaar zijn Taro’s foto’s van de Spaanse Burgeroorlog te zien in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Op een internationaal reizende tentoonstelling worden ruim tachtig foto’s van Taro getoond in combinatie met 165 foto’s van haar geliefde en partner Robert Capa. Ook hij overleed op jonge leeftijd (42 jaar) op het slagveld – in 1954 stapte hij in Vietnam op een landmijn – maar anders dan Taro is hij uitgegroeid tot icoon van de oorlogsfotografie.

Zij was de afgelopen decennia niet meer dan een voetnoot in Capa’s carrière. De inmiddels overleden biograaf van Capa, Richard Whelan, vond dat zij daarmee tekort werd gedaan en nam het initiatief tot een onderzoek naar haar vergeten oeuvre.

Zij aan zij stonden Taro en Capa vaak te fotograferen tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Maar als je hun foto’s nu naast elkaar ziet hangen, kun je alleen maar tot de conclusie komen dat Taro minstens zo getalenteerd en gedreven was als haar partner. Allebei zijn ze onverschrokken en geëngageerd: met hun beelden willen ze de wereld wakker schudden en de gevolgen tonen van oorlog en fascisme, niet alleen op het slagveld, maar ook voor onschuldige burgers.

Toch weet Taro zich te onderscheiden. Zij ontwikkelt niet alleen een eigen stijl, die een combinatie van durf en gevoeligheid weerspiegelt. Het is ook aan haar te danken dat de wereld getuige wordt van de strijd van de republikeinse vrouwelijke militieleden in de Spaanse Burgeroorlog, die tot dan onzichtbaar waren in de media. Als Taro langer had geleefd, was zij dan net zo legendarisch geworden als Capa? Die vraag dringt zich voortdurend op bij het zien van haar krachtige en dramatische foto’s.

Het engagement zat er al vroeg in bij Gerda Taro, die in 1910 in Stuttgart wordt geboren als Gerta Pohorylle, in een Pools-joodse familie. Als ze in 1933 wordt gearresteerd wegens deelname aan een protestcampagne tegen de nazi’s, vlucht ze naar Parijs. Daar ontmoet ze de Hongaarse fotograaf Endre Friedmann. Ze krijgen een verhouding en gaan samen fotograferen. Om hun foto’s beter te kunnen verkopen en hun Oost-Europese imago af te schudden, veranderen ze hun namen in Robert Capa en Gerda Taro. Twee weken na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog op 19 juli 1936 vertrekken ze naar het front en zetten hun camera’s in om wereldwijd steun te verwerven voor de Spaanse republiek en antifascistische zaak.

Vaak fotograferen ze dezelfde scènes, ieder met een eigen invalshoek. Wie wat maakt, is soms alleen te onderscheiden doordat Capa met een rechthoekig negatiefformaat werkt en Taro met een vierkant.

Op 5 september maakt Capa een foto van een soldaat die recht voor zijn camera sneuvelt. De foto van de ’vallende soldaat’ maakt hem in één klap wereldberoemd, al is die sindsdien altijd omstreden geweest. Volgens sommigen had Capa de foto geënsceneerd.

In het Fotomuseum zijn nu alle foto’s te zien die Capa en Taro die dag hebben gemaakt. Taro blijkt de soldaat te hebben gefotografeerd enkele ogenblikken voordat hij voor de lens van Capa neervalt, waarschijnlijk getroffen door een verdwaalde kogel.

Capa en Taro trekken niet altijd samen op. Begin juli 1937 gaat Taro alleen naar Brunette, net buiten Madrid, om voor het blad Ce Soir de gevechten te verslaan. Twee weken achtereen werkt ze daar en haar beelden worden overal geplaatst. Deze serie foto’s wordt gezien als de doorbraak in haar carrière als oorlogsfotograaf, los van Capa. Zij maakt onder meer de foto die bewijst dat Brunette is ingenomen door de republikeinen, wat door de nationalisten wordt ontkend. „Je kunt het kruit van de geweren en de overwinning ruiken”, kopt het Franse tijdschrift Regards haar beeldverslag. De Spanjaarden noemen haar liefkozend La Pequeña Rubia: de kleine blonde.

Een paar weken later gaat het gruwelijk mis. Tijdens een haastige terugtocht van de republikeinse troepen uit Brunette springt Taro op de treeplank van een auto, die door een op hol geslagen republikeinse tank wordt geschampt. Zwaar gewond wordt ze naar een veldhospitaal gebracht, waar ze op 26 juli overlijdt. Haar camera en laatste foto’s zijn nooit teruggevonden.

Capa is zwaar aangeslagen en vertrekt een jaar later naar China om verslag te doen van de Chinees-Japanse oorlog. Pas daarna keert hij terug naar Spanje om het einde van de republiek Spanje en het begin van het Francotijdperk te fotograferen. Daarna verslaat hij nog de strijd tijdens de Tweede Wereldoorlog in Noord-Afrika en in Europa (D-day en de bevrijding van Leipzig), de Israëlische onafhankelijkheidsstrijd en de Indochinese oorlog.

Al die bekende foto’s krijgen we ook te zien. Dat maakt deze expositie over oorlogsfotografie zeer compleet, maar ook loodzwaar. Het is dan ook aan te raden om te beginnen met de niet of nauwelijks bekende beelden van de Spaanse Burgeroorlog en daarbij speciaal te letten op de foto’s van Taro. En daarna nog een keer terugkomen voor Capa’s werk.

mailIcon print |