Monique Frank (1945) zette afgelopen zomer na 39 jaar een punt achter haar diplomatieke carrière. Haar laatste klus: ambassadeur bij de Heilige Stoel in Rome. ’De ambassadeurspost in het Vaticaan is een luisterpost.’
Monique Frank was tot deze zomer ambassadeur bij de Heilige Stoel. Ze was de eerste Nederlandse vrouw op deze post. En ook weer de eerste katholiek na vier protestantse voorgangers. Ze groeide op in een diplomatengezin met vier kinderen en woonde tot haar achttiende in Frankrijk. Haar vader was daar landbouwraad.
Afgelopen zomer nam ze afscheid, na 39 jaar diplomatieke dienst. Voor die tijd werkt ze ze op tien andere posten in diplomatieke dienst in Canada, Zwitserland, Israël, bij de Permanente Vertegenwoordiging bij de VN in New York, in Turkije, Roemenië, Vietnam, Oekraïne/Moldavië, en twee keer in Nederland. Ze maakte als ambassadeur nog net de Williamson-affaire mee, die de reputatie van het Vaticaan beschadigde.
U bent opgegroeid in een diplomatengezin. Bent u zo in de diplomatieke dienst terechtgekomen?
„O nee, ik had kinderarts willen worden. Na mijn middelbare school, in Parijs, in de Rue de la Tour, gingen mijn oudere zus en ik samen naar Nederland. We gingen allebei in Leiden studeren. Ik zou medicijnen doen, zij Frans. Ik zie ons nog staan in Leiden, voor dat grote, grijze, kale gebouw. Ik liet mijn papieren zien, op school had ik de richting filosofie gevolgd, met biologie, scheikunde en natuurkunde. Degene die mijn papieren bekeek zei toen dat ik die drie vakken over zou moeten doen, in het Nederlands. Na even rekenen bedacht ik dat de hele studie me dan veertien, vijftien jaar zou kosten. Dat vond ik echt te lang.
Het werd rechten, al lag me dat niet. Pas toen ik de internationale vrije studierichting ging doen, ging het vlotter. Ik wilde een Fellowship-beurs bij de Nato. Een oud-ambassadeur adviseerde me om te solliciteren bij Buitenlandse Zaken, want ze hadden graag diplomaten die Frans spraken en ik was in Frankrijk op school geweest. Met mijn zus en broers – we zijn met zijn vieren – spraken we thuis een mengelmoes van Frans en Nederlands en weer Frans.
Mijn Engels was niet zo goed. Op Franse scholen leer je vooral Shakespeare te vertalen en krijg je alleen het zinnetje te leren: ’Koet joe tel mie de wee toe piekadiellie sierkus’.
Internationale politiek had al langer mijn belangstelling, dus dat voorstel om eens bij Buitenlandse Zaken te gaan praten, leek me wel wat.
Tijdens het eerste gesprek daar werd het me meteen ontraden. Ik ben de man die me dat zei later nog wel tegengekomen. Ze wilden geen vrouwen, want die zouden toch trouwen. Mijn repliek was dat hij echt niet op een zilveren dienblaadje kon aankondigen dat dat zou gaan gebeuren. Ik had in die tijd geen vriend, het was niet aan de orde.
In het klasje van Buitenlandse Zaken, waarin we werden opgeleid voor de diplomatieke dienst, was ik de enige vrouw tussen vijftien mannen, onder wie ook Frans Weisglas. Als een van de jongsten werd ik prompt klassevertegenwoordigster. Dat betekende onder meer dat ik bij bedrijfsbezoeken, die we eens per maand hadden, enkele collega’s moest bellen om ze wakker te maken, zodat ze op tijd aanwezig zouden zijn.”
Het beeld van een diplomatenleven is dat het uit recepties en diners bestaat, afgewisseld met tennis en golf.
„De afgelopen 39 jaar ben ik feitelijk 22 keer verhuisd. Wanneer je een nieuwe post krijgt ga je eerst ergens tijdelijk wonen, in een hotel bijvoorbeeld, en vandaar zoek je naar een huis. In de tussentijd zijn je spullen opgeslagen. Dus dat zijn dubbele verhuizingen. Als je bedenkt dat je van Vietnam naar Israël kunt worden overgeplaatst, of van Kenia naar Canada, naar verschillende tijdzones en verschillende klimaten, dan is meteen duidelijk dat je heel goed moet plannen welke kleding je meeneemt, en hoeveel flexibiliteit dat vraagt.
Wij studeerden af in december 1971. Ik begon op 3 januari 1972 in Ottawa, waar het min 20 was, en het voelde als min 40. Dan kom je daar aan, in je eentje, en je moet op zoek naar een huis. Je moet kennismaken met de ambassadeur en de medewerkers, met de andere ambassades en je moet vrienden maken. Ik heb elf verschillende plaatsingen gehad, dus ik heb dat elf keer gedaan.
Nu ben ik altijd alleen geweest, maar wanneer je een gezin hebt met schoolgaande kinderen, en je komt in december aan in een nieuw land met een nieuwe taal, terwijl je in een hotel woont en je spullen in een container zijn opgeslagen, dan is dat niet makkelijk.
Dankzij de werkgroep Vrouwen in buitenlandse dienst is er een regeling gekomen dat zo’n overstap dan in de zomer gebeurt, zodat kinderen in het nieuwe schooljaar in die nieuwe plaats beginnen.
En die recepties en diners, ja die zijn er. Je hebt er niet altijd zin in om drie keer per week aan tafel te zitten, maar het kan handig zijn omdat je dan nog eens wat hoort. Het is ook uitkijken dat je niet te dik wordt. En tennissen, ja, daar hou ik van, ik ben wel sportief. Het prettige van tennissen is dat je je helemaal op de bal moet concentreren. Dan vergeet je alles en dat is heel ontspannend.”
Is het lastig om als vrouw alleen ambassadeur te zijn?
„Je hebt goed personeel nodig. Een kok en een butler. Bij ontvangsten, wanneer er zestien mensen komen, heb je eigenlijk twee taken. Het menu bedenken, nakijken of de mensen de vorige keer niet hetzelfde gekregen hebben. De ramen moeten gelapt worden, zeker wanneer het zomer is en de mensen tijdens het eten naar buiten kijken. Als er peertjes kapot zijn moeten die vervangen worden. De tafelschikking is heel belangrijk. Daarom is het ingewikkeld wanneer op het laatste moment mensen afzeggen of juist erbij komen. Dan moet je het hele placement weer op nieuw uitdenken.
In Rome waren er meer vrouwen. Van de 80 ambassadeurs daar zijn er nu acht vrouwen. Met een van hen, de Poolse ambassadeur, ben ik goed bevriend geraakt.”
Was het uw keuze om ambassadeur bij de Heilige Stoel te worden?
„In 2003 zat ik in Kiev en het was tijd voor een nieuwe post. Mijn moeder werd ouder en ik wilde graag bij haar in de buurt zijn.
Op de lijst voor Europa stonden maar twee posten die vrij kwamen: Luxemburg en de Heilige Stoel. Ik heb op de laatste gesolliciteerd. Dus het was om heel praktische redenen, maar ik was wel erg blij en verguld dat mijn laatste post die in Rome was geworden.”
U bent namens Nederland de eerste vrouw op deze post.
„Maar niet de eerste in het Vaticaan. Raad eens uit welk land de eerste vrouwelijke ambassadeur bij de Heilige Stoel kwam? Uit Oeganda. Een jonge prinses. Dat was in de jaren zeventig. Tot die tijd waren vrouwelijke ambassadeurs bij het Vaticaan verboden.”
Wat is het verschil tussen zo’n post bij het Vaticaan en in Kiev, Boekarest of Vietnam?
„In Vietnam hadden we een bezetting van dertig man, in Rome was ik alleen, op ondersteunende medewerkers na. Dat was wel even wennen. Het Vaticaan is natuurlijk ook een heel klein grondgebied, 44 hectare.
Het lastige is dat de paus twee functies heeft, of eigenlijk wel meer, zoals bisschop van Rome. Hij is naast de leider van de rk kerk ook staatshoofd. Je hebt als ambassadeur officieel alleen te maken met het politieke deel, maar het is niet te scheiden van dat andere deel.
Je hebt dus een veel beperkter werkpakket. Je hebt bij de Heilige Stoel nauwelijks te maken met verkeersongelukken waar Nederlanders bij betrokken zijn of met werkbezoeken. Het Vaticaan heeft wel met 180 landen diplomatieke betrekkingen, overigens niet met Vietnam. Van die landen hebben er 80 ook fysiek een ambassade. Er was wel een keer een bezoek vanuit Vietnam. Het Vaticaan heeft ook geen diplomatieke betrekkingen met China. Dat is vanwege het bestaan van twee katholieke kerken, één bovengronds en één ondergronds. Betrekkingen met dat land is een exercitie met een lange adem. Ik sluit niet uit dat dat ooit gebeurt, maar eerder komt er denk ik een relatie met Vietnam. Het Vaticaan heeft wel als een van de weinige landen betrekkingen met Taiwan. Net als Nederland. Wij hebben zaken met hen gedaan.”
Is medische ethiek het belangrijkste onderwerp?
„Medische ethiek is in Italië nog onontgonnen terrein en er zijn veel misvattingen over. Het komt erop neer dat je aan prelaten uitlegt dat Nederland wel twintig jaar bezig is geweest met het ontwikkeling van wetgeving op het gebied van euthanasie. Het helpt ook om cijfers te laten zien, bijvoorbeeld over het relatief lage aantal euthanasiegevallen.
De aanpak van hiv/aids, nog zo’n onderwerp. Als ambassadeur moet je heel goed geïnformeerd zijn. Ik zeg dan altijd dat wij het standpunt van het Vaticaan respecteren en dat we van de Heilige Stoel respect verwachten voor ons beleid.
Nederland heeft een aparte ambassadeur voor aids, met als inzet steun te krijgen voor de opvatting dat een ziekte als hiv/aids beter bestreden kan worden door een gezamenlijke aanpak van de internationale gemeenschap, dan door beleid van landen apart.”
Hoe interessant is Nederland voor het Vaticaan, als het om euthanasie gaat?
„Nederland heeft al een euthanasiewet, andere landen zijn bezig met de voorbereiding van zo’n wet. Je merkt wel dat het Vaticaan meer geïnteresseerd is in landen die nog een euthanasiewet aan het voorbereiden zijn. Daar is nog enige invloed uit te oefenen.”
Betekent dit dat het Vaticaan liever spreekt dan luistert?
„De ambassadeurspost in het Vaticaan is een luisterpost. Het is niet aan de Nederlandse ambassadeur om daar actie in te ondernemen. Je luistert, je legt uit. Ik moet wel zeggen dat sommige leden van de curie goed kunnen luisteren. Ik had nogal vaak te maken met de plaatsvervangend minister van buitenlandse zaken, Pietro Parolin, en die was oprecht geïnteresseerd.”
In de laatste maanden vanuw tijd als ambassadeur barstte de affaire-Williamson los. Had u daar mee te maken in uw functie?
„De zaak-Williamson is uitzonderlijk geweest. Wij ambassadeurs verbaasden ons over hoe dat liep. Om te beginnen al de dag waarop het opheffen van de excommunicatie van Williamson en drie andere bisschoppen van de broederschap werd bekendgemaakt. Dat was een zaterdag. Een vreemde dag om met zo’n belangrijk onderwerp naar buiten te treden. Op die dag werken we niet. Het werd duidelijk dat sommige kardinalen niet ingelicht waren over zaken waarover ze wel gelicht hadden moeten zijn. Onze taak was vooral, vragen stellen om de zaak duidelijker te krijgen. Mochten de vier bisschoppen van de Pius X broederschap na hun toelating tot de rk kerk nog wel bisschop zijn, of priester? Veel bleef lang onduidelijk. We raakten er niet over uitgesproken, vooral over de onacceptabele uitlatingen van Williamson over de holocaust.
De communicatie binnen het Vaticaan is natuurlijk een veeleisende dienst. We hebben het over een wereldkerk, dus die strekt zich uit over alle tijdzones. Dat betekent dat er eigenlijk 24 uur per dag een soort alertheid moet zijn. De kardinaal die het contact met de Pius X broederschap heeft onderhouden, Castillion Hoyos, is kort na het uitbreken van die affaire met leeftijdsverlof gegaan. Hij werd tachtig.”
Opvallend was de scherpe kritiek van Duitse, Zwitserse en Oostenrijkse bisschoppen op paus Benedictus. Was dit eerder gebeurd, dit openlijk afstand nemen, zoals zelfs kardinaal Walter Kasper deed?
„Het is onder bisschoppen not done om elkaar af te vallen, dus in die zin was dat wel bijzonder. Het Vaticaan werkt anders dan een parlementaire democratie,waarbij de regering regeert en het parlement controleert. Toch zie je wel dat er intern gecontroleerd wordt en desnoods opgetreden.
Bij de mededelingen van VIS, de Vatican Information Services, staan mededelingen over bisschoppen en kardinalen die met verlof gaan. In het kerkrecht is dat artikel 401 lid 1: leeftijdsverlof. Soms staat daar artikel 401 lid 2. Dan weet je dat er iets gebeurd is.”
Er was in die tijd veel kritiek op de interne en de externe communicatie in het Vaticaan.
„Met de komst van de nieuwe paus kwam er een geheel nieuw team. Ook de directeur van het Vaticaanse persbureau, pater Lombardi, en de staatssecretaris, kardinaal Bertone, waren nieuw in functie. Lombardi was net aangetreden toen de paus Regensburg bezocht, in september 2006.”
Daar is het meteen al uit de hand gelopen, met die rede. Hoevaak heeft u als ambassadeur met de paus te maken?
„Eigenlijk alleen op de nieuwjaarsreceptie, dat kun je hem persoonlijk feliciteren. De vorige paus ontving, zeker toen hij jonger was, vele bezoekers. Deze paus doet dat veel minder. Hij heeft gezegd bij zijn aantreden dat hij alleen staatshoofden en premiers ontvangt. Geen ministers. Maar we moeten niet vergeten dat hij wel al 78 was bij zijn aantreden. Dan moet je je energie goed verdelen.”
Is het lastig om gelovig katholiek te blijven, en tegelijk in de keuken van het Vaticaan te kijken?
„Wat je zelf denkt, doet niet ter zake. Maar je blijft een mens en dat betekent dat je je wel eens verbaast.”
Is het naar de kerk gaan dan werk?
„Pauselijke missen zijn verplicht, dus daar ben je altijd bij. Je zit daar op anciënniteit, hoe langer in dienst, hoe meer vooraan. Ik zat op de een na voorste rij. Je zit naast ambassadeurs die tegelijk met jou gekomen zijn, dus die ken je goed. Dan zijn er nog de messes funèbres, als er een kardinaal in Rome is overleden.
Het maakt wel uit dat ik katholiek ben, in tegenstelling tot mijn vier voorgangers. Je maakt een mis dan anders mee, denk ik.
Zelf ga ik, of ging ik, moet ik zeggen, op vrije zondagen naar de Friezenkerk. Dan ga ik als privépersoon, maar als daar Nederlanders zijn, spreken die je aan, daar ontkom je niet aan. Dan ga ik niet zeggen: ik ben nu hier privé. Ik vond het ook gezellig om daar mensen te ontmoeten. Het loopt door elkaar en dat heb ik eigenlijk altijd ook wel prettig gevonden. Je bent 24 uur per dag in dienst van de majesteit. Je kunt niet na een privédiner dronken over straat gaan. Het betekent ook dat je in werktijd grollen kunt uithalen. Ja, ook in bijzijn van prelaten. Allemaal reuze onschuldig hoor.
Ik heb sinds 2005 in Rome gezeten. Je ziet dan veel. Vier jaar is een maximum. Na die tijd komen er weer allemaal nieuwe lichtingen, moet je weer met nieuwe mensen kennis maken. Dan is het een goed moment om naar een andere post te gaan. Dat is met de post bij de Heilige Stoel niet anders. Na vierenhalf jaar is het mooi geweest.”
U was de eerste katholieke Nederlandse ambassadeur, na vier protestanten. Is daar beleid voor?
„Nee, in Nederland niet, voor zover ik weet. In Duitsland wel, daar is het keurig steeds om en om een katholiek en een protestant. Mijn opvolgster is trouwens ook katholiek, haar echtgenoot protestant.”
Dit keer was uw afscheid ook een definitief afscheid als ambassadeur. Hoe was dat?
„Het afscheid was in juli. Dat gaat zo, dat je allerlei uitnodigingen krijgt voor afscheidsdiners die andere ambassadeurs voor jou organiseren. Ik heb sommige afgeslagen, het waren er te veel, ik geloof wel een stuk of dertig. En er was net een hittegolf. Bij mijn afscheid was monseigneur Mamberti aanwezig, de minister van buitenlandse zaken, en enkele kardinalen, onder wie kardinaal Foley, de Amerikaan, grootmeester van de Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem. Inderdaad, dat was niet zomaar iets. In die hitte hadden we een afscheidsbarbecue in de tuin van de Canadese collega, dat was prettig. En we hebben veel plezier gehad bij de Poolse ambassade. Daar was een stel Poolse priesters met gitaren, die gingen zingen. Daar heeft iedereen van genoten.
En nu ben ik vrij mens. Ik hoef niet meer steeds in en uit te pakken, al zijn mijn spullen nog wel opgeslagen, dus die verhuizing moet nog.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.