Jaap Jongejan, voorzitter van CNV Bedrijvenbond, mist de menselijke maat in het AOW-plan. De zwakste groep wordt het hardst getroffen.
Niet de mens, maar het systeem staat centraal in het kabinetsvoorstel voor de AOW. En dat steekt Jaap Jongejan, voorzitter van CNV Bedrijvenbond. Na de fusie met CNV Hout en Bouw, op 1 januari, wordt hij de voorzitter van de nieuwe bond CNV Vakmensen, met 140.000 leden. Jongejan werd genoemd als de logische opvolger van René Paas, die in augustus opstapte als voorzitter van vakcentrale CNV. Maar hij bedankte: „Juist omdat ik voor de vakbeweging de menselijke maat zo belangrijk vind. En dat kan ik beter uitdragen als voorzitter van de grootste CNV-bond dan als voorzitter van de vakcentrale.”
Het grootste bezwaar van Jongejan tegen het AOW-plan is dat deze de zwakste groep werknemers het hardst treft. „Want alleen zij die vroeg beginnen met werken, in zware beroepen zitten, minder perspectief in hun loopbaan hebben en een minder lange levensverwachting, mogen stoppen met werken met 65. Daarvoor worden ze wel levenslang gekort op hun AOW-uitkering.”
De groep die wel doorkan tot 67, en een volledige AOW krijgt, is volgens Jongejan juist de sterke: hoger opgeleid, later begonnen met werken en draagkrachtiger. „Ik snap niet dat partijen die zichzelf sociaal noemen, dit als sociaal kunnen uitleggen.”
De ledenraad van de PvdA heeft wel ingestemd met het plan. Een verrassing?
„Het verraste mij vooral dat er bij de ledenraad geen aandacht was voor alternatieven voor het AOW-plan. Het ging alleen over het voorliggende plan van het kabinet. Dat biedt een eenheidsoplossing door de AOW voor iedereen in twee fases te verhogen naar 67. Er is te weinig maatwerk. Maar het voorstel van de bonden, dat veel rechtvaardiger en solidairder is, kwam bij de PvdA niet ter sprake.”
Waarom niet, denkt u?
„Het beeld dreigt te ontstaan dat het voorstel van de vakbonden niet deugt omdat we er in de Sociaal Economische Raad (Ser) niet uitgekomen zijn. Het overleg in de Ser was sowieso een raar proces, wat achteraf gezien anders had gemoeten. Werkgevers konden achterover leunen omdat er al een voorstel lag dat hen beviel. En nu zij de stekker uit het overleg getrokken hebben, zijn wij als sociale partners formeel geen gesprekspartner meer van het kabinet. Alsof wij als bonden onze beurt gehad hebben in de AOW-discussie. En toch hebben wij nog steeds hele sterke oplossingen om de AOW duurzaam en verantwoord te houden.”
Wat mist u dan precies aan ’menselijkheid’ in het AOW-plan?
„Het is bij onze leden heel normaal dat ze, als ze 55 zijn, aan elkaar vragen: hoe lang moet jij nog? Dat verander je niet zomaar. Niet in elk beroep is langer werken een prettig vooruitzicht. Er wordt te weinig geredeneerd vanuit de humane aspecten van werk, en te veel vanuit het financieringsprobleem. Pas als de arbeidsmarkt meer mogelijkheden biedt om langer zinvol werk te doen, gaat de AOW-leeftijd omhoog. Je moet maatwerk leveren via een flexibele AOW. Iedereen mag, maar niemand moet. Ik vind het een zegen dat we ouder worden. Maar het dwingt ons wel om arbeid anders in te richten.”
Cao’s moeten ook bijdragen aan de kwaliteit van werk. Is daar wel genoeg aandacht voor?
„In cao-onderhandelingen speelt loon altijd de belangrijkste rol. Er wordt weinig gehamerd op de kwaliteit van werk. Wij moeten als bonden werknemers het belang doen inzien van sociale innovatie. Ik geef de bondbestuurders eerder een compliment als ze iets bereiken aan verlofregelingen, groeiperspectieven, scholing of arbeidsomstandigheden dan bij een half procent extra loon.”
Hoe gaat u alsnog de boer op met het AOW-voorstel van de bonden?
„Als de coalitiepartijen alle drie instemmen, kunnen we wel inpakken. Maar we gaan de individuele Kamerleden alsnog van onze goede ideeën proberen te overtuigen. Dat begint al zaterdag, als we gaan actievoeren op het partijcongres van het CDA. Op 21 november sluiten wij ons aan bij een grote landelijke AOW-actie, hopelijk samen met FNV en MHP.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.