We hebben de afgelopen week aandacht besteed aan nieuwe boeken van twee Trouw-redacteuren. En niet over de minste onderwerpen. Een week geleden stond in Letter & Geest een voorpublicatie uit ’Hij had beter dood kunnen zijn’ van adjunct-hoofdredacteur Gerbert van Loenen. Gisteren besteedde de Verdieping aandacht aan ’Waarom China mij twee dochters schonk’ van redacteur Martijn Roessingh.
Dat een redacteur van Trouw een boek schrijft is niet bijzonder. We hebben vele boekenschrijvers op de redactie. Joop Bouma, Sybilla Claus, Peter Henk Steenhuis, Eildert Mulder, Willem Breedveld en Elma Drayer, en natuurlijk onze huisdichter Rob Schouten, om er slechts een paar te noemen.
Ik roep soms voor de grap dat ik het onzin vind; als je iedere dag in de krant mag schrijven, ga je je tijd toch niet besteden aan een boek!? Zelf tik ik graag op de dag, en denk: morgen weer een krant.
Maar mijn grap is natuurlijk misplaatst. De boeken van onze redacteuren zijn vruchten van intensieve journalistieke arbeid, die in de krant fantastische verhalen heeft opgeleverd. Het boek is het eindpunt van een journalistieke missie.
De twee jongste boeken, van Roessingh en Van Loenen, tonen de sterke betrokkenheid van de schrijvers bij belangrijke maatschappelijke kwesties. Een betrokkenheid die Trouw zijn unieke kracht en karakter geeft. Ze geven een journalistieke invulling aan soms pijnlijke ervaringen en dilemma’s in hun persoonlijk leven. En dat doen ze consciëntieus.
Martijn Roessingh, vader van twee Chinese dochters, heeft zich verdiept in het adoptieverkeer van Chinese kinderen en de één-kindpolitiek van dat land. Zo’n zoektocht is niet zonder risico, omdat je op feiten kunt stuiten die je als ouder van twee jonge meiden liever niet onder ogen zou zien. Van Chinese kinderen die ter adoptie worden aangeboden staat niet altijd vast dat ze door hun ouders vrijwillig zijn afgestaan. Het vergt moed om dan de onderste steen boven te willen halen. Het resultaat kan diep ingrijpen in je eigen leven en je door andere adoptieouders niet in dank worden afgenomen. We hebben daar verscheidene discussies over gehad, en ik heb diepe bewondering voor de integere manier waarop Martijn Roessingh dit heeft gedaan.
Gerbert van Loenen werd door de slopende ziekte en de dood van zijn vriend Niek aan het denken gezet over de vraag hoe gemakkelijk wij oordelen over de waarde van het leven van een ander. Met het scheppen van ruimte voor actieve levensbeëindiging is het idee in de samenleving gekropen dat de mens zelfbeschikking heeft over zijn dood. En doemt het gevaar op dat we (te) gemakkelijk gaan beschikken over leven en dood van een ander. Dat is de centrale stelling die hij in zijn boek onderzoekt.
Als je daaraan begint, weet je dat je de wind van voren gaat krijgen. Die heeft hij in discussies op de redactie van ons ook regelmatig gehad. Maar hij is in staat gebleken om er gedegen journalistiek onderzoek naar te doen. Zijn boek is geen pamflet, geen loze kreet, maar een onderzoek naar de feiten, en naar het denken van direct betrokkenen, zoals artsen en familieleden van chronisch zieken of zwaar gehandicapten.
Ik ben het dan ook absoluut oneens met ethica Heleen Dupuis, die op de pagina Podium schreef: „Van Loenens methode van argumentatie tart elke beschrijving; ik zal mij er dan ook niet aan wagen.”
Dat is een ongekend zwaktebod, dat geen recht doet aan het boek. Ik raad eenieder om het boek van Gerbert van Loenen, en dat van Martijn Roessingh, te lezen. En pas dan te oordelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.