*

 

Wilhelmus geen verplichte kost

Van onze verslaggevers − 03/12/09, 00:00

Op school en op straat wordt wisselend gereageerd op de verplichting het Wilhelmus op te nemen in de inburgeringscursus. ’Morele plicht’ of ’nieuw nationalisme’?

  • (Trouw)
  • Zwemkampioenen Maarten van der Weijden en Ranomi Kromowidjojo, en wielrenster Marianne Vos. Ze wonnen goud op de Olympische Spelen en kregen dus het Wilhelmus te horen. (Trouw)

Nieuwkomers moeten het Wilhelmus leren, zo besloot de Tweede Kamer dinsdag. Maar voor basisschoolleerlingen is het volkslied geen verplichte kost.

Zelfs de kleuters van Den Ham zingen het Wilhelmus al uit volle borst mee, zegt Ineke Kuiper, directeur van de protestants-christelijke basisschool De Smithoek. Het Overijsselse dorpje is volgens haar ’behoorlijk koningsgezind’. „Wij brengen elk jaar met alle kinderen een aubade op de Brink. Dan zingen we ook het lied ’Rood, wit, blauw zijn de kleuren van de vlag’.”

Kuiper vindt het leren van het Wilhelmus ’een morele plicht’: „Dat doen we hier vanaf groep 1.”

Maar die ’plicht’ wordt niet door iedereen gevoeld. Kees van Houtum, directeur van de gemengde, openbare basisschool Linnaeus in Amsterdam, hangt niet zo erg aan het nationale lied. „Dit is als directeur mijn achtste school en ik heb nog nooit meegemaakt dat de leerlingen het Wilhelmus leerden zingen. Waarom niet? Tsja, waarom wel?”

Het Wilhelmus is geen verplichte lesstof op basisscholen. In de kerndoelen voor geschiedenis staat wel dat kinderen moeten weten hoe de Nederlandse staat is ontstaan. En in de ’canon van Nederland’ is er een venster voor Willem van Oranje. De docent die dat wil, kan tijdens die lessen ook een of twee coupletten van het volkslied behandelen.

Ook in de lessen ’burgerschap’ heeft het Wilhelmus geen vaste plek, zegt een woordvoerder van de Onderwijsinspectie. „Er staat nergens omschreven hoe scholen die lessen moeten invullen.”

„Het is dus op scholen geen verplichte kost. We stellen hier onderhand hogere eisen aan nieuwkomers dan aan Nederlanders”, verzucht Rinus Penninx, hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies. „Dit is weer een staaltje van nieuw nationalisme, dat lijkt te heersen.”

De inburgeringsprogramma’s in de jaren negentig boden inburgeraars een gereedschapskistje vol nuttige instrumenten, zegt Penninx. Nieuwkomers kregen taalles en werden wegwijs gemaakt in de samenleving.

„Maar in de huidige verhitte discussie over de zogenaamde mislukte integratie slaan we door. Het kunnen meezingen van het Wilhelmus helpt echt helemaal niemand”, aldus Penninx.

Het inburgeringsexamen wordt steeds meer een barrière dan dat het nieuwkomers op weg helpt, stelt Han Entzinger, hoogleraar integratie- en migratiestudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

„Ik wil het goede vaderland niet afvallen, maar het lijkt me logischer dat we de accenten op belangrijkere zaken leggen”, aldus Entzinger.

mailIcon print |