*

 

Investeerders ontdekken Afrika

Han Koch − 10/12/09, 00:00

De wereld mag dan te lijden hebben van de crisis, in Afrika valt nog genoeg te investeren. Voor projecten op het gebied van energie, huisvesting en industrie is volgens de ontwikkelingsbank FMO nog heel veel kapitaal nodig.

  • Arbeiders bij een aardwarmtecentrale in Rabai in Kenia. (Trouw)

Anderhalf jaar geleden klotste het geld bij de banken nog over de schoenen, zo drukte een bankier het uit. En bij de Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) maakte toenmalig topman Arthur Arnold gewag van grote sommen geld die over de wereld gingen op zoek naar een bestemming. Zijn opvolger Nanno Kleiterp treft een compleet ander financieel landschap aan. Maar de opdracht blijft dezelfde: Afrikanen bedienen, die dromen van werk, en het scheppen van economische motoren in ontwikkelingslanden. Alleen het decor is veranderd, of toch niet helemaal?

Kleiterp trekt een duidelijke streep tussen de ontwikkelde landen en de ontwikkelingslanden. „In de ontwikkelde economieën is een sterke financiële crisis geweest. De groeiperspectieven zijn daardoor voor de komende tien jaar verdwenen. We hebben straks gigantische overheidstekorten en een financieel systeem dat moeilijk kredieten kan verschaffen. En dan moeten we ook nog onze pensioenpremies opkrikken. Veel groei zal er niet zijn.”

Voor de opkomende markten zoals China, India, maar ook Latijns-Amerika is de FMO-topman aanzienlijk minder somber. „Die zie je de groei alweer oppikken. Afrika blijft dit jaar met 2 procent wat achter, maar volgend jaar gaan ze weer naar vier procent. De ontwikkelingslanden hebben veel minder last van de crisis, doordat die zich niet in hun financieel systeem voordeed.”

Ze voelen echter wel effecten. De geldstromen vanuit Europa en de VS naar de ontwikkelingslanden zijn zeer sterk verminderd. „Dat komt vooral doordat er geen internationaal operende banken meer zijn. De overheden steunen die banken, maar onder de voorwaarde dat ze de kredietverlening in eigen land op gang houden. Dan zie je dat ook de buitenlandse directe investeringen verminderen. De hulp gaat omlaag en de overboekingen van mensen in het buitenland vallen wat terug.

Tegelijkertijd zie je nu toch ook geld terugkeren. Er zit blijkbaar nog heel wat geld in de economie. Dat geld is er door overheden ingepompt en ze zitten nu in een lastig parket. Trekken ze zich te vroeg terug dan zitten we in de volgende dip, blijven ze te lang doorgaan met steun dan hebben we de volgende bubbel. Waar gaat het geld nu heen? Naar de snelst groeiende ontwikkelingslanden. India, China en Brazilië, omdat men ziet dat daar de aandelenkoersen heel erg zijn ingezakt. Het is echter korte termijn geld dat binnen stroomt. Zo dreigt weer een bubbel in de aandelenkoersen en in het vastgoed te ontstaan. Dat geld is niet goed voor lange termijn groei.”

Sterker nog, het bedreigt juist de groei volgens sommige economen zoals Nouriel Roubini. ’Dr. Doom’, zoals zijn bijnaam luidt, voorziet een massale aftocht uit de dollar. „Het is inderdaad maar zeer de vraag of dat geld niet snel uit die landen wordt teruggehaald. Iedereen leent nu goedkoop in dollars. Je betaalt nul procent rente en dan daalt de dollar ook nog eens. Zo kun je overal waar je investeert ogenschijnlijk geld verdienen. Als iedereen dat doet krijg je weer een piramidespel. Daar waarschuwt Roubini voor.” Het geld dat nu naar opkomende markten gaat, komt niet alleen uit het Westen. Het aanbod is in Afrika, Azië en Latijns-Amerika ook redelijk groot doordat door de crisis de vraag naar kredieten is afgenomen. „Wij zien dat banken die wij financieren ook minder leningen nodig hebben of zelfs zeggen: ik betaal vervroegd terug.”

In de sectoren energie, huisvesting en industriële bedrijven is volgens Kleiterp echter nog voldoende vraag naar kapitaal. En die vraag neemt ook toe doordat de grote internationale banken zich teruggetrokken hebben. „Als ontwikkelingsbank kunnen wij nog aan veel vraag voldoen. Bedrijven moeten hun schulden herfinancieren, ze moeten aflossen bij de commerciële banken en doordat de commerciële banken zich terugtrekken is er zelfs vraag naar handelsfinanciering.”

Kleiterp praat nooit over Afrika in termen als ’het continent van kommer en kwel’ of het ’verloren continent’. De afgelopen vijf, zes jaar is de economie in die regio steeds gegroeid. „En dat is de laatste veertig jaar niet vertoond. Die trend zet door, ondanks de kleine dip van nu. Maar als mensen al weinig hebben om van te leven is het nog erger om met minder genoegen te moeten nemen. De groei zet echter door. Er zijn meer investeringsmogelijkheden en de overheden verbeteren het zakenklimaat. Rwanda staat qua verbeteringen nu mondiaal op de eerste plaats. Dat is een mooi voorbeeld.”

In dat verbeterde zakenklimaat opereert volgens de FMO-topman een nieuwe generatie ondernemers, ten dele uit Afrika en voor een deel mensen die goed opgeleid terugkeren uit Europa. „Er is meer dynamiek in de private sector dan in het verleden en in de publieke sector is meer bewustzijn dat die sector meer ruimte moet krijgen.”

In het verleden waren het vooral investeringen van overheden die de Afrikanen aan werk hielpen. Die lijn is doorbroken. Kleiterp ziet meer investeringen door het midden- en kleinbedrijf. „En het belangrijkste dat we zien is dat Afrikaanse bedrijven regionaal gaan opereren. Dat had je tien jaar geleden niet. Die bedrijven hebben een business-concept en gaan dat regionaal uitzetten. We hebben, dit jaar in Caïro, een conferentie opgezet voor private equity fondsen. Hier hebben die fondsen een andere bijklank: die van oppoetsen en dan snel weer verkopen. Dáár gaat het echter om bedrijven opbouwen en laten groeien. Die industrie van de private investeerders groeit in Afrika. Terecht, het blijkt ook uit de statistieken dat die investeringen in Afrika het zeker niet slechter doen dan die in andere regio’s, zelfs niet ten opzichte van Azië. We proberen uit te dragen dat je heel goed kunt investeren in Afrika.”

Volgens Kleiterp leidt de opkomst van de private equity industrie ook tot een betere beeldvorming over Afrika. Die grote verandering is wellicht te danken aan de crisis in het westen. „Men denkt dat de grote groei niet meer in het westen gaat gebeuren, maar elders.” Het was ook een typische westerse gedachte dat Afrika niet investeringswaardig was. China, India en Brazilië, snel opkomend in Afrika hebben dat continent nooit als hulpbehoevend beschouwd.

„Die landen zien Afrika als een kans om te investeren, ook met het oog op de eigen groei. Het is meer dan alleen oog voor de leverantie van grondstoffen. Het gaat ook om de opkomende middenklasse die spulletjes uit China gaat kopen. Wij denken in het westen nog steeds in termen van ontwikkelingshulp, aan arme mensjes die we moeten helpen. Maar de opkomende markten denken heel zakelijk. Anders dan de burgers in het westen. Die zien vooral zielige Afrikanen, en met dat beeld wordt nog steeds geld opgehaald.”

mailIcon print |