Toen Wim Eijk twee jaar geleden tot aartsbisschop van Utrecht werd benoemd, erfde hij van zijn voorganger Simonis een bisdom met grote financiële tekorten. Hij verving al na twee weken de bisdomraad door een kleine staf en schafte de dekenaten af. Er verdwenen in totaal zeventig medewerkers.
Of het nu bij de posterijen is, bij de krant of bij een kerk, saneren doet pijn. Toen het aartsbisdom Utrecht op 11 december 2007 te horen kreeg dat Wim Eijk op de aartsbisschoppelijke zetel van kardinaal Simonis zou komen te zitten, was duidelijk dat de tijd van de zachte heelmeesters voorbij was.
Het enige tegoed dat de nieuwe aartsbisschop bij aantreden had, was moreel krediet. Zijn nieuwe bisdom kwam per jaar ruim een miljoen tekort. Het vermogen zat vooral in moeilijk te verkopen panden en in beleggingen. Een te groot deel van de inkomsten kwam uit beleggingen en gaf geen garantie voor de toekomst.
Aartsbisschop Eijk pakte de reorganisatie voortvarend aan. De aangekondigde honderd dagen om eerst na te denken had hij niet nodig. Twee weken na zijn installatie verving hij al de bestaande bisdomraad door een kleine bisdomstaf. Daarin zaten – naast de bisschop zelf – de vicaris-generaal, de econoom en de kanselier. Die laatste functie, formeel voor het ondertekenen van documenten, werd onder kardinaal Simonis door de secretaresse uitgeoefend. Kanselier Zuijdwijk kreeg meer functies. Hij leidde de reorganisatie.
De dekens protesteerden in een openbare brief tegen concentratie van teveel macht in weinig handen. Zo zou het bisdom draagvlak verliezen, terwijl dat juist in barre tijden zo nodig was. Ook de later ingestelde ondernemingsraad, een voorwaarde om de reorganisatie te kunnen uitvoeren, noemde het bezwaar van teveel taken voor te weinig mensen, waardoor deskundigheid verloren zou gaan.
Nu, twee jaar later, is de reorganisatie afgerond.
Vrees voor een faillissement binnen afzienbare termijn is niet meer nodig, al is het werkelijke resultaat van de ingrepen op zijn vroegst over twee jaar te zien.
Snijden kóst eerst geld, blijkt uit het jaarverslag van het aartsbisdom over 2008. In dat jaar liep het tekort op tot anderhalf miljoen en stegen de personeelskosten nog. Die waren in 2008 bijna 70.000 euro hoger dan in 2007, het laatste jaar dat kardinaal Simonis nog aartsbisschop was.
De laatste bezuinigingsmaatregel van 2009 was het opheffen van het Ariënskonvikt. Dat kostte het aartsbisdom in 2008, volgens het jaarverslag, 94.000 euro. Aan de vijf leaseauto’s was het aartsbisdom 70.000 euro kwijt.
Een terugblik in vier vragen.
Waarom was de reorganisatie nodig?
Met steeds minder gelovigen en steeds meer personeel kampte het aartsbisdom met een financiële tijdbom. Een jaarlijks tekort van meer dan een miljoen en een vermogen van 13 miljoen, was een zorgelijke situatie. De econoom schreef bij de jaarrekening 2006: „Onderlinge structurele tekorten kunnen op middellange termijn een serieuze bedreiging vormen voor de continuïteit.”
Hoe is het aartsbisdom financieel gezonder geworden?
Het contact tussen de parochies en de top van het bisdom is directer geworden. De tussenlaag van de dekens is afgeschaft. Drie regiovicarissen hebben de taak van de dekens overgenomen. Zij moeten hun werk uitvoeren met veel minder beleidsmedewerkers.
Het afschaffen van de dekenaten scheelde meer dan een miljoen in de kosten. Er verdwenen in totaal 70 medewerkers, 45 uit de dekenaten en 25 uit de curie, de bisschoppelijke beleidsorganen. Sommige van die ontslagen medewerkers konden aan de slag in de parochies en kwamen daardoor niet meer ten laste van het bisdom.
Minder mensen moeten meer werk doen. Lukt dat?
Voorzitter van de ondernemingsraad Van den Bunt maakte zich zorgen over het verlies aan deskundigheid.
Secretaris-generaal Zuijdwijk, die de reorganisatie heeft uitgevoerd, stelt vast dat de regiovicarissen inderdaad voor hun inhoudelijke taak het met weinig ondersteuning moeten doen. Daar komt weinig verandering in. Er is geen geld voor beleidsmedewerkers. Het bisdom doet een groter beroep op vrijwilligers.
Betekent de benoeming van twee hulpbisschoppen een verlichting van de werkdruk?
Nee, want zij waren al druk in de weer voor het bisdom: de nieuwe hulpbisschop Hoogenboom als vicaris-generaal, dus als assistent van de bisschop in kerkelijke zaken zoals vormselvieringen. De nieuwe hulpbisschop Woorts is en blijft regiovicaris. Beide hulpbisschoppen houden hun functie en taken. Ze gaan niet meer verdienen, maar hun titel heeft wel meer status.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.