’Of God bestaat? Gerard Reve zei: ’Bestaan, dat heeft God niet nodig’. God stijgt boven het bestaan uit. Een tafel en een stoel, die bestaan, in onze dimensie. Maar dat is niet de manier waarop God bestaat. Je moet het omdraaien, zeggen: het is de mens die niet bestaat. Dat vind ik een heerlijke gedachtengang. God is dat wat is, dus is de mens dat wat niet is. Maar Gods natuurkundige bestaan doet er helemaal niet toe.
Ik vind het leven niet erg, maar je moet er geen gewoonte van maken. Daarom ben ik principieel tegen reïncarnatie. In mijn liedje ’Nader tot haar’ zing ik: ’Ooit mag ik dood, dan word ik opnieuw gewaar dat ik aan het ontwaken ben, weer minder aan het dromen ben’. Na je dood ontwaak je. Het woord ’verrijzenis’ of ’ontslapen’, dat kun je ook uitleggen als ontwaken. De dood brengt ons van de ongerijmde werkelijkheid waarin wij nu leven naar iets wat minder ongerijmd is. Of ik na mijn dood verwacht God te ontmoeten? Ik verwacht dat het allemaal goed komt.
Ik wil begraven worden, in een witte linnen doek, vanuit de kerk. Ik wil een gregoriaanse uitvaartmis, klassiek, niet te veel persoonlijke invulling. Ik wil ook het Dies Irae in de mis. Dat gezang is met het Tweede Vaticaans concilie uit het requiem gehaald, omdat de tekst nogal angstaanjagend is, met beelden van het laatste oordeel. Maar die angst hoort bij de dood. Al ben je nog zo gelovig, je moet door die angst heen. Pas dan kun je uitkomen bij het In Paradisum.
Religie is voor mij méér dan geloven in de opstanding. Het is de basis van onze Europese maatschappij, en daarom is het geen privézaak. Al ben je zo atheïstisch als de pest, je moet de verhalen kennen. Er is een generatie ouders geweest die heeft gedacht: ik geloof er niet in, dus vertel ik de verhalen ook niet door aan mijn kinderen. Dat is een grote misvatting. Ik geloof niet in Venus en Pluto, maar als je die verhalen niet kent, is een beeld van Apollo niets meer dan een man in zijn blootje. Dan wordt het wel héél oppervlakkig. Ik vind dat ernstig. Een beschaving die haar eigen wortels niet kent, is bezig te sterven.
Aha, een vraag over abortus. Laatst had je die kwestie van dat meisje in Zuid-Amerika. Ze was door haar vader verkracht en wilde nu een abortus. Haar moeder steunde haar daarin. De rooms-katholieke kerk reageerde door de moeder en het meisje te excommuniceren, maar de vader niet. Want, zo was de redenering, verkrachting is minder erg dan abortus. Geestelijken die zo denken, moeten ogenblikkelijk uit hun ambt gezet worden. Zij maken de kerk kapot. Het gaat niet om de regel maar om de liefde. Er zijn momenten waarop je zo gelovig moet zijn om te zeggen: tijd om van de regel af te wijken. Kijk, ik ben ook een groot voorstander van zondagsrust. Maar de bedoeling is dat je je dan concentreert op het hogere. Als je je dan de hele dag afvraagt of je op weg naar een zieke wel benzine mag tanken of een bosje bloemen mag kopen, dan ben je alleen maar met de wereld bezig en kom je aan God niet meer toe. Christus ging ook tegen de regels in, omdat hij de liefde belangrijker vond.
Trouwens, in deze test zitten een paar van die moraal-ethische kwesties, over abortus en euthanasie. Ik mis de vraag ’Geloof je dat Maria haar eigen schepper heeft gebaard?’ Dat vind ik een veel belangrijkere kwestie. Dogma’s, daar ben ik gek op. Maar niet op orthodoxie. Dat zijn ook heel verschillende dingen.
Waar het kwaad vandaan komt? Het katholieke antwoord staat er niet tussen. De paus heeft het over het mysterie van het kwaad. We weten niet hoe het kwaad in de wereld komt. Ja, mensen kiezen er zelf voor om slechte dingen te doen. Alleen: waarom? Uit eigenbelang, of misschien om mee te doen met een mode. Dat is een mysterie. Augustinus roept ons al op om ons niet af te vragen waarom mensen kwade dingen doen. We moeten niet proberen het antwoord te vinden, maar zelf het goede doen.
Zo, dus volgens deze test ben ik een christen. Dat verrast me niet. En mijn moeder zal er blij om zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.