Er zijn cabaretiers bij wie meteen duidelijk is: die heeft een groot talent om op het podium te staan. Hans Teeuwen is zo iemand. Brigitte Kaandorp trouwens ook. Marc-Marie Huijbregts en Freek de Jonge. Ze kunnen iets wat niemand anders kan.
Er zijn ook cabaretiers die langzaam in hun rol groeien. Die elk programma een stapje beter worden omdat ze bereid zijn te leren. Theo Maassen had bijvoorbeeld drie programma’s nodig om te laten zien dat hij een fantastisch goede cabaretier is – hij speelt nu zijn zesde – en ook Sara Kroos en de Vlamingen van Kommil Foo bouwen aan een oeuvre dat alleen maar beter wordt met de jaren.
In die laatste categorie valt ook Leon van der Zanden (Helmond, 1977). Zijn eerste voorstellingen waren vooral gericht op de lach en op het behagen van zijn publiek. Van der Zandens vorm was ook ongelukkig, die eerste paar shows. Pure stand-up comedy moet echt ongelooflijk goed zijn, anders is het verschrikkelijk om naar te kijken. Een man – want het zijn toch vooral mannen – met een microfoon die maar staat te praten... Voor mij mag het graag een onsje meer zijn. Wat zeg ik, het liefst een hele kilo. Theatraliteit, dat is waarin cabaretiers zich kunnen onderscheiden.
In ’Leòn’, het vierde theaterprogramma van Van der Zanden is al een grote aanzet tot verandering te zien. Hij stelt zich kwetsbaarder op, zoekt naar soms ongemakkelijke stiltes en bespreekt onderwerpen die dichter bij hemzelf liggen: zijn opvoeding en de band met zijn Afrikaanse moeder. Hij houdt zelfs een Doodsquiz, waarin grappig en wrang samenvallen.
In de show waarmee Van der Zanden nu toert, ’Cola’, gaat hij een stap verder. Daarin vertelt hij over zijn vader, die hij na de scheiding van zijn ouders nog maar weinig zag. Hij heeft een grote wens zijn vader echt te leren kennen. De diepe gesprekken komen pas als Leons vader ernstig ziek blijkt te zijn. De voorstelling zit goed in elkaar, is afwisselend en Leon laat zijn talenten – persoonlijke verhalen, een fantastische mimiek en goed getimede grappen – volop zien.
Van der Zanden deed niet alleen bij de Comedytrain ervaring op, maar heeft een acteur die hem regisseert, Bart Oomen, en een mental coach die hem van tijd tot tijd opdrachten meegeeft. Om zijn ware kern te vinden, nam hij na ’Leòn’ zelfs een jaar vrijaf om te reizen. Hij liep onder meer de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Tijdens die tocht kwam hij erachter dat hij op het podium moet staan. Als cabaretier. Laat die Leon van der Zanden maar lekker rijpen tot hij op smaak is. Tot nu toe komt hij al een heel eind. (RW)
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.