Anima Eterna, Ronald Brautigam (piano) olv Jos van Immerseel op 15/10 in Doelen Rotterdam.
Hoewel Johann Strauss en Johannes Brahms tegelijkertijd in dezelfde stad woonden, is de muziek van de Weense walsenkoning van een totaal ander karakter dan die van de stugge, uit Noord-Duitsland afkomstige import-Wener. Een compromisloze uitvoering op oorspronkelijke instrumentarium, zoals Jos van Immerseel die donderdag met zijn orkest Anima Eterna in de Rotterdamse Doelen liet horen, bleek Brahms en Strauss dichter bij elkaar te brengen: Strauss klonk klassieker, serieuzer – Brahms transparanter en toegankelijker.
Met bijna wetenschappelijke precisie liet Van Immerseel zijn orkest volgens de regels van de romantische uitvoeringspraktijk musiceren, de strijkers nagenoeg vibratoloos. Bij Strauss’ ’Fledermaus’-ouverture en ’Nordseebilder’ waren champagnebubbels en oliebollensmaak, de Nieuwjaarsconcert-associatie, weggepoetst. Even wennen, maar wél verfrissend!
Het heldere klankbeeld kwam vooral Brahms ten goede. In diens Tweede pianoconcert bespeelde Ronald Brautigam een tot de authentieke staat teruggebrachte Bechstein-vleugel uit 1870. Brahms heeft zelf op soortgelijke instrumenten geconcerteerd en in zijn tijd waren dat echte kanonnen; maar vergeleken bij de moderne Steinways klinken ze aanmerkelijk zachter. Dat gaf helemaal niet, omdat ook het orkest, waarin de strijkers op darmsnaren spelen, beduidend milder klonk.
De balans was zelfs veel beter dan in een uitvoering op moderne instrumenten. Dat kwam doordat de oude Bechstein binnen alle registers helderheid biedt: in de hoogte briljant, ruig in bas- en middenregister. Door hun strakke en gearticuleerde wijze van musiceren zorgden Van Immerseel en Brautigam dat de luisteraar details in dit werk kon horen die in doorsneevertolkingen in de massa van de orkestklank ten onder gaan.
Brautigam speelde zijn lastige solopartij met grote trefzekerheid. Ietwat teleurstellend was de interpretatie van het Andante, dat in het door Van Immerseel wat voortvarend ingezette tempo minder lyrisch klonk dan de tekst van het lied waarop het is gebaseerd (’Immer leiser wird mein Schlummer’) zou doen verwachten. Jammer dat de openingssolo van cellist Sergei Istomin door de orkestopstelling achter de geopende vleugelklep schuilging.
Ook Brahms’ Eerste symfonie werd opgefrist. Het grootse werk kreeg monumentale allure. Na de strenge en donkere eerste twee delen, was de lichtheid van het derde deel een verademing. Spannend uitgevoerd was de finale, waarin niet de dramatiek, maar de lyriek prevaleerde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.