*

 

Hoge verwachtingen en een onmachtige politiek

Lex Oomkes − 17/10/09, 00:00

De afgelopen dagen kwamen in de media zoveel zelfbenoemde of echte slachtoffers van de DSB-Bank aan het woord, dat je je afvraagt of er nog een DSB-klant is, die níet zijn zegje heeft kunnen doen. De teneur bij die sprekers was redelijk eenduidig: ik mag misschien zelf niet genoeg opgelet hebben, anderen (DSB, overheid, wie dan ook) moeten mijn schade overnemen. Het bontst maakte het de man die, helaas voor hem, voor meer dan een ton aan achtergestelde deposito's bij DSB heeft. Natuurlijk, hij had extra risico genomen. Maar waar staat dat je in zo'n geval je geld niet terugkrijgt?

De verzorgingsstaat wordt sinds de jaren tachtig teruggedrongen, dat wil niet zeggen dat de eisen van de burger over wat een overheid allemaal kan of zou moeten kunnen gelijke tred houden. Zeker rond financiële producten is het concept van de eigen verantwoordelijkheid uit zicht geraakt. Dat is op zich begrijpelijk: de producten zijn veelal volkomen ondoorzichtig en, zeker voor de leek, oncontroleerbaar. Het vreemde is echter dat het grote groepen mensen niet weerhoudt om die producten te kopen. Natuurlijk, veelal opgezweept door reclames, die het paradijs beloven, en door gretige tussenpersonen, die veel te hoge commissies opstrijken. Maar toch: in het debat over de financiële sector is de eigen verantwoordelijkheid volledig naar de achtergrond verdwenen.

SP-Kamerlid Ewout Irrgang schuift de eigen verantwoordelijkheid zelfs helemaal terzijde. In een interviewtje in deze krant zei hij deze week te hebben geleerd niet te vertrouwen op het verantwoordelijkheidsgevoel van de consument. Opleiding of wat dan ook spelen volgens hem geen enkele rol. Het is de bank, die een zorgplicht heeft, en het is de overheid, die dient te waken over de risico's.

Dat uitgangspunt is illustratief voor het denken, zeker op de flanken ter linker- en rechterzijde van de politiek, over de overheid. Mede door de verwachtingen die de partijen op die flanken wekken, worden de verlangens over wat de overheid moet doen torenhoog opgeschroefd. De overheid kan daar niet aan voldoen. Met als gevolg dat het vertrouwen in politiek en overheid een nieuwe knauw krijgt, in deze vicieuze cirkel van hoge verwachtingen en beperkte mogelijkheden.

De illusie van een veilige, risicoloze samenleving wordt sterker, naarmate burger en politiek meer naar binnen gericht opereren. Dat is niet alleen een verwijt naar de partijen aan de flanken, ook in de coalitie en bij de VVD valt die neiging waar te nemen.

Het compromis rond de oudedagsvoorziening van deze week vertoont alle trekken van de naar binnen gerichte houding. Een ingrijpende structuurwijzing als de verhoging van de AOW-leeftijd vraagt om een breed en langdurig maatschappelijk debat, zoals het PvdA-Kamerlid Paul Kalma en oud-partijvoorzitter Felix Rottenberg deze week terecht constateerden in een opiniestuk in de Volkskrant.

Die discussie is de afgelopen jaren zorgvuldig vermeden, met name door het CDA. Het regeerakkoord van februari 2007 bezat een, achteraf, naïef optimisme. In weerwil van vele berekeningen was de centrale stelling dat er niets hoefde te gebeuren om de overheidsfinanciën te wapenen tegen de vergrijzing. Een langdurig, bescheiden begrotingsoverschot zou genoeg zijn.

De daaropvolgende crisis valt dit kabinet niet te verwijten, maar het is ook niet logisch de burger, met zijn hoge verwachtingen jegens de overheid, er alleen maar op te wijzen dat na de kredietcrisis alles anders geworden is. Laat staan, dat het kabinet iets heeft gedaan om aan de noodzakelijke door Kalma en Rottenberg geformuleerde voorwaarde te voldoen.

Het werd nog kwalijker. Terwijl het verzet tegen de op zich zeer goed te verdedigen verhoging van de AOW-leeftijd toeneemt, tracht de coalitie de voornaamste verzetshaarden te neutraliseren: de groep die nu 55 jaar of ouder is, wordt ontzien.

Sinds het crisisakkoord van dit vroege voorjaar was de boodschap dat niet langer gewacht kon worden met verhoging van de AOW-leeftijd. Een half jaar later is de boodschap dat voor één leeftijdsgroep zonder bezwaar een uitzondering gemaakt kan worden. De noodzaak voor die boodschap is niet overtuigend. Opnieuw wordt een politieke partij, die het vooral moeilijk met zichzelf heeft, zoveel mogelijk tegemoetgekomen. Niet de oudedagsvoorziening zelf of de houdbaarheid van de overheidsfinanciën zijn leidend in het beleid, maar de desoriëntatie binnen, in dit geval, de PvdA.

De veeleisende burger heeft uiteindelijk meer begrip voor een met verve volgehouden standpunt dan voor politici die trachten de noodzaak van een maatregel te benadrukken en de maatregel vervolgens verzachten. Voor een leeftijdsgroep, die nu niet onmiddellijk tot de kwetsbaarste in de samenleving gerekend moet worden.

Willen ontevreden groepen in de samenleving ooit nog gaan inzien dat de overheid niet alles vermag en elke burger in eerste instantie geacht mag worden zelf zijn zaakjes te ordenen, dan zullen de middenpartijen in de politiek moeten ophouden elkaar in een wurggreep te houden. Dan moet het afgelopen zijn met het tot in de eeuwigheid respecteren van elkaars gevoeligheden en het uitruilen van belangen.

Het CDA stelde na de reeks hervormingen van het tweede kabinet-Balkenende dat het nu tijd was voor rust. Geen hervormingen meer, maar uitbouwen wat bereikt was. Na de kredietcrisis was dan niet meer vol te houden, maar al bij de eerste de beste hervorming, de AOW, gaat het faliekant mis.

In verband met studieverlof van Hans Goslinga vervangt politiek redacteur Lex Oomkes hem vier keer op deze plek.

mailIcon print |