Bij lerares Nederlands en ex-non Suzanne van der Schot (36) deden ze thuis niks aan hun hervormde achtergrond. Religieuze wortels heeft ze dan ook niet meegekregen, zegt ze. „Mijn wortels zijn later aangegroeid.” Vanaf haar 21ste is de groei ervan begonnen, in de katholieke Nicolaaskerk in Amsterdam. „Ik had het gevoel dat daar een geheim was dat alle aanwezigen kenden, maar ik niet. Het deed me aan een ontdekkingsreiziger denken die op Borneo een primitieve stam had ontdekt en er gefascineerd naar stond te kijken. Ik vond het er interessant en spannend.”
Maar daar bleef het niet bij. Gaandeweg werd ze deelnemer en deelgenoot. „Het is een toneelstuk. De vormen in de mis zijn steeds weer hetzelfde en herhalen zich. Ze bepalen je bij vragen zoals ’Waarom ben ik hier?’. Er is alle tijd om af te dwalen, iets waarvoor in mijn dagelijks leven geen tijd is.”
Ze raakte er zo op gesteld dat ze in het klooster ging. „Een uur per week was te weinig. Je zit gauw aan wissewasjes te denken, dus je moet een beetje streng zijn voor jezelf. Ben je vier uur per dag in de kerk, dan zijn de wissewasjes op een goed moment wel op. De teksten die er voorbij komen, worden een beetje van jezelf; de bijbelse personen bijna vriendjes.”
„In het klooster gelooft iedereen, het is er zelfs zo vanzelfsprekend dat niemand je er vragen over stelt. Wat je precies gelooft, is er zelfs geen gespreksonderwerp. Je hoeft alleen maar achter de rest aan te lopen. Eigenlijk heel gemakkelijk.”
Maar toch ook heel moeilijk. „Door gehoorzaamheid aan de overste kom je dichter tot God, heet het. Maar ik ben niet iemand die toestemming wil vragen om even naar buiten te gaan.” Van der Schot trad weer uit. „Met de verplichting verloor het geloof ook weer haar vanzelfsprekendheid, want in de gewone wereld heb ik altijd het gevoel dat ik moet verdedigen dat ik geloof, want helemaal normaal is het niet, natuurlijk.” Dat zette haar aan tot een nieuwe zoektocht naar de wortels van het christelijk geloof zoals zij dat kan verantwoorden zonder het verstand uit te hoeven schakelen. „Voor mij gaat het niet om het krijgen van een goddelijke beleving. Als je naar het leven van Jezus kijkt, zie je dat bij hem de praktijk centraal stond. Het ging hem om gerechtigheid, niet om een of ander gevoel.”
Dat kan ervoor zorgen dat ze zich vervreemd voelt van de dagelijkse wereld. „Ik fiets ieder jaar op Goede Vrijdag naar de kerk terwijl het steevast stralend weer is en de terrasjes vol zitten met bier drinkende mensen. Dat stuit me ontzettend tegen de borst. Bier drinken alsof er niet iets ontzettend ergs is gebeurd.”
Op zulke momenten heeft Van der Schot steun aan haar wortels. „Het bewustzijn dat ik in een traditie geworteld ben, geeft me de troost dat ik gelukkig niet de enige ben die met het leven worstelt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.