Het Internationaal Danstheater doet via dans aan integratie en krijgt groepen naar het theater, die daar normaal nooit komen.
De Prijs van Verdienste 2009, onlangs door het Dansersfonds uitgereikt, is een enorme opsteker voor het Internationaal Danstheater. Volgens het fonds een erkenning voor het ongekend rijke repertoire dat het werelddansgezelschap in bijna vijftig jaar heeft opgebouwd.
Die ereblijk was wel even nodig. Met een gemiddelde zaalbezetting van 85 procent, overwegend goede kritieken en enthousiast publiek, deed de onverwachte recente subsidiekorting van vier ton de dansgroep in ’een dip’ belanden. Van negentien medewerkers werd afscheid genomen, het merendeel dansers, bijna een derde van het tableau. Het in 2000 nog als zelfstandige subgroep gelanceerde jeugdgezelschap, internationaal bejubeld als enig in zijn soort, werd wegens noodgedwongen bezuinigingen weer bij het moedergezelschap gevoegd.
„We moeten er samen de schouders onder zetten om deze financiële klap te pareren”, zegt artistiek leider Maurits van Geel. „In tegenstelling tot moderne dans of ballet, waarbij de individuele prestatie van de danser belangrijk is, varen wij tenslotte op de dynamiek van de groepsdans.” Thérèse van Altena-Laurant, choreografe en lid van het artistiek team: „Onze kracht zit ’m in dat samen’.”
Het Fonds voor de Podiumkunsten motiveerde de korting met het gebrek aan focus op het bereik van minderheden. Ook zou het Amsterdamse gezelschap te weinig vernieuwend zijn. Maurits van Geel, integratie is in het gezelschap tweede natuur meent hij, was stupéfait. „We dansen en werken al 48 jaar samen met ’minderheden’. In een jeugddansvoorstelling verwerken we authentiek Marokkaans of Turks dansmateriaal, bijvoorbeeld, een voetbalscène, waardoor het in een ’gewone’ Nederlandse setting wordt geplaatst.” Van Altena-Laurant: „Met een voorstelling over zigeuners hebben we zo’n beetje de hele zigeunergemeenschap mogen verwelkomen. Een voorstelling over India? Idem dito. Zie die groepen maar eens het theater in te krijgen.” Van Geel: „Misschien hadden we dat harder van de daken moeten schreeuwen.”
Het samenbrengen van culturen, het delen van denkbeelden, het openen van het vizier op de wereld: het gezelschap ziet dit als kerntaak, als intrinsiek onderdeel van de werkwijze – er wordt niet eens meer expliciet bij stilgestaan. Het Internationaal Danstheater richt zich met een professioneel aan dansacademies opgeleid tableau op werelddans en –muziek, als enige gezelschap in Nederland. Terugkijkend op de groepshistorie is de ontwikkeling enorm, aldus Van Geel, sinds 1988 in dienst. „Volksdans was eind jaren vijftig heel populair in Nederland. Tournees van Oost-Europese dansgroepen werden druk bezocht. In enthousiaste navolging werden in 1961 twee dansgroepen opgericht die zeven jaar later fuseerden tot het Folkloristisch Danstheater.”
Die naam werd in 1994 vervangen door Internationaal Danstheater, omdat de connotatie bij ’folkloristisch’ in Nederland te negatief bleekte zijn. Een erfenis van de Arbeiders Jeugd Centrale, volgens Van Geel, de socialistische jongerenclub waar het cultuurideaal werd gevoed door volksdansen. „Er kleeft ons nog steeds een gevoel van geitenwollen sokken aan. Maar we werken niet in geitewollen sokken, we werken internationaal.”
Volgens Van Altena-Laurant, vanaf 1979 werkzaam bij de groep, de eerste veertien jaar als danseres, wordt de ontwikkeling van de groep gekenmerkt door theatrale verdieping. „We wilden geen optelsom van mooi aangeklede Balkandansjes meer, we wilden theater maken.” Er werden componisten gezocht, tekstschrijvers erbij betrokken. De dansen werden dramaturgisch thematisch omsloten naar regio of, aldus Van Altena-Laurant, „rituelen rond leven en dood en alles daar tussenin.”
In 1990 begaf het gezelschap zich met de succesvolle productie ’Dansend langs de Zijderoute’ voor het eerst buiten Europa. De wereld werd het werkterrein. De focus kwam gedurende de jaren ook steeds meer op interne knowhow te liggen. In plaats van dansspecialisten uit de betreffende regio in te huren, ging de artistieke staf steeds vaker zelf op pad om uniek dans- en muziekmateriaal op te sporen. Het resulteerde in een archief van achthonderd dvd’s met authentieke opnamen van dansen en muziek, van Sri Lanka tot Armenië –een rijke ruif van antropologisch onschatbare waarde. Opgenomen in dorpen, tijdens festivals, met behulp van de locale bevolking en experts ter plekke.
Van Geel: „We hebben inmiddels een enorm netwerk opgebouwd. We worden getipt als er bijvoorbeeld in Rajasthan een festival wordt georganiseerd met een dans die zelden wordt opgevoerd. Dan gaan wij ernaartoe en als het een heel specifieke dans is, lastig op camera vast te leggen, nodigen we de locale uitvoerder uit om het direct op onze dansers en musici over te dragen.”
Dan komen de anekdotes los. Mensen uit Tamil Nadu, die alleen Tamil spreken, nog nooit hun provincie hebben verlaten, melden zich met een ingehuurde tolk in Delhi voor een directe vlucht naar Amsterdam – een overstap zou een ramp betekenen. Die komen hier blootsvoets bij de douane, in bezit van Van Geels visitekaartje voor als het mis mocht gaan. Van Geel is op Schiphol daardoor een beruchte bekende geworden.
De dansen die zij meebrengen worden nooit in pure vorm op toneel gezet, maar ’vertaald’ naar de productie en vaak ook geabstraheerd. In de lopende tourneeproductie ’Stampende Stilte’ is die abstrahering, voor het eerst in het bestaan van de groep,die bekend staat om de bonte kostumering, ver doorgevoerd. Van Altena-Laurant: „We hebben de productie gestript van alle roesjes, lintjes en grilletjes en teruggebracht tot de pure essentie van de dans. We volgen de fasen van de liefde, van verleiding tot verdriet, en hebben gekeken welke dansdynamiek daar het beste bij past. De tango staat voor passie, de verleiding is in flamenco gevat. In sobere basiskostuums; door kleine detaillering als een sjaal of een hoed weet je dat je van Spanje naar de Kaukasus gaat.”
Trots is Van Geel op deze mijlpaal. „Aan ’Stampende Stilte’ kun je zien dat we een immense knowhow hebben opgebouwd. Je kunt zo’n keuze voor abstractie alleen maken als je er verstand van hebt. Nu zie je goed dat werelddansen recht van bestaan hebben: het gaat om mensen – verbonden met geboorte, dood, verdriet en plezier.
Drijfveer om ook met de recente financiële tegenslag door te gaan, zíjn die mensen. „De warmte die we tijdens onze research-reizen tegenkomen, is overweldigend. Men vindt het fantastisch dat je als westerling moeite doet je in hun cultuur onder te dompelen.” Van Altena-Laurant: „We doen voor de gemeenschappen iets terug in de vorm van het slaan van waterputten, of we investeren in machinerie om hun handel een impuls te geven. Maar de grootste kick krijgen we als blijkt dat onze aanwezigheid maatschappelijk emancipeert.” Zo werd tijdens een Indiase tournee in Madras een dans van kastelozen opgevoerd. Van Geel: „De jongen die het bij ons had ingestudeerd mocht ons hotel niet in, maar zijn dans werd in het theater opeens kunst. Het publiek vond het fantastisch. Die jongen was zó trots, die zal naar huis gaan en zijn dans en cultuur voor altijd anders beleven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.