KRO-presentatrice Hella van der Wijst (44) wil graag ’iemands wortels proeven’. „Om iemand te begrijpen, moet je weten waar hij vandaan komt, wat zijn wortels zijn. Te vaak ontmoet ik mensen met wie iets is gebeurd in hun jeugd, en die daarmee hun hele leven bezig zijn. Daarom wil ik hun wortels proeven. Dat is meer dan wat droge feiten kennen; het is ook een gevoel, een smaak. Wortels moet je proeven.”
Van der Wijst zelf heeft katholieke wortels. Niet dat ze nog een regelmatige kerkganger is, en met het instituut is ze het lang niet altijd eens, maar de oorsprong is onuitwisbaar en dat vindt ze maar gelukkig ook. „De katholieke traditie is ook een bron van wijsheid. Zo zei een abdis van een klooster eens heel mooi: ’Liefde staat boven de regel’. Prachtig. Heel katholiek ook. Ik heb dit van kinds af aan meegekregen: zelf nadenken, zelf kiezen, nooit slaafs de regels volgen. Je eigen geweten is belangrijk.”
Van der Wijst gaat het bij spiritualiteit om de beleving, en die vindt ze in de natuur. ,,In de natuur kom ik het dichtst bij mezelf, vind ik de rust voor de innerlijke zoektocht naar antwoord op de grote levensvragen: ’Wie ben ik’ en ’Wat doe ik op aarde?”” Het is allereerst een ervaring. „Toen ik op de top van een berg stond op de grens van Venezuela en Brazilië, en uitkeek over het regenwoud – een enorme broccoli van bomen – voelde ik me zó ontzettend klein. Ik keek op de longen van onze planeet. En ik voelde dat ik, hoe klein ook, er onderdeel van ben.”
Niet alleen in de eenzaamheid, maar ook in mensenmassa’s kan ze iets wat ze spiritueel noemt beleven. „Dan zoom ik in op individuen die de massa vormen en treft me hun bijzonderheid – iets oprechts, iets zachts, kleine emoties die van het grootste belang zijn in ieders leven.”
Haar intuïtie vindt ze daarbij belangrijk. „Toen mama doodziek in het ziekenhuis lag, besloot ik op een avond te blijven. Zomaar, omdat mijn gevoel dat zei. Daardoor heb ik haar die nacht nog kunnen zeggen hoe lief ze is. De volgende ochtend is zij overleden.”
Haar eigen wortels blijven trekken, en ze proeft er bij tijd en wijle graag van. „In een katholieke kerk voel ik me meteen thuis. Speciaal bij Maria. Bij haar kunnen de gelovigen hun zorgen kwijt, en ook ik kan er niet langslopen zonder kaarsjes aan te steken voor mijn geliefden die zijn overleden.” Dat nestgevoel is niet in elke kerk te vinden. „Al houd ik erg van de preek, ik zal niet gauw een protestantse kerk bezoeken. Die vind ik te kaal en kil.”
Al is niet alles zeker in haar geloof, toch geeft het houvast. „Geloof was bij ons thuis normaal, een vanzelfsprekendheid. En dat is bij mij eigenlijk altijd zo gebleven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.