In een drukke, felverlichte discotheek raken jongeren met een autistische beperking al snel overprikkeld. Maar dat neemt niet weg dat deze jongeren graag een gezellige avond met gelijkgestemden meemaken. Soos Parcifal in Den Haag biedt hen een sympathieke omgeving.
Als jongeren met een autistische beperking een potje sjoelen, komen ze alleen tijdens hun eigen sjoelbeurt naar de speelbak. Tussendoor gaan ze verder met waar ze mee bezig waren. De een leest een Donald Duck, de ander speelt piano. Slechts een enkeling blijft kijken bij de sjoelbeurt van een ’concurrent’. Het viel Els van Huijgevoort eerder op: autistische jongeren reageren nauwelijks op elkaar. „Maar ondertussen vinden ze het prettig als er andere mensen in de buurt zijn. Diep van binnen hebben ook jongeren met autisme behoefte aan contact.” Daarvoor komen ze hier, in Parcifal.
Els van Huijgevoort is bestuurslid van de Stichting Autisme Haaglanden en mede-intiatiefneemster van Parcifal, een soos bedoeld voor jongeren met een autistische beperking. In het Haagse verpleeghuis Bosch en Duin is een ruime zaal ingericht met bordspellen, een elektrische piano en in de hoek een internetcafeetje.
Parcifal draait sinds januari van dit jaar in Den Haag en is bedoeld voor jongeren vanaf zestien jaar. De jongeren hebben weliswaar een autistische beperking, maar zijn allemaal normaal- tot hoogbegaafd. Dit is de doelgroep die vaak geen reguliere hulpverlening ontvangt, maar het van ouders en begeleiders moet hebben die er naar streven om hen tot zelfstandige jongeren te maken.
Een aparte soos is daarvoor de aangewezen plek. In een ’normale’ discotheek raken autistische jongeren al snel overprikkeld. Door felle lichten, drukte en harde muziek. Voeg daaraan toe dat mensen met een autistische beperking taal gebruik letterlijk nemen en een beperkt inlevingsvermogen hebben. In een gewone uitgaansgelegenheid voelen zij zich snel onveilig.
Ook in Utrecht, Rotterdam en Leiden komt elke twee weken op vrijdagavond een aantal autistische jongeren samen. Op de soosavond in Den Haag zijn tot nu toe steeds een stuk of vijftien jongens en meisjes geweest. Elke week wel één of twee nieuwelingen. Daniël is een bezoeker van het eerste uur. Hij is als eerste binnen, bestelt een cappuccino en kletst bij met een vrijwilligster.
De sjoelcompetitie verloopt volgens hetzelfde patroon als de vorige keer. Iedereen heeft een eigen techniek en de ene werkt beter dan de andere. Maar de kunst afkijken bij elkaar doen de jongeren nauwelijks. Ze werken hun sjoelbeurt af en pakken moeiteloos op waar ze mee bezig waren. Er wordt wat gesurft op internet en de zestienjarige Robin speelt verdienstelijk piano.
Na zijn sjoelbeurt raakt hij verwikkeld in een potje schaak. Tegenstander Foppe roept al binnen drie zetten „schaakmat!” en even laat Robin zich van zijn stuk brengen. „Nietwaar”, zegt hij dan resoluut. „Je mag geen schaakmat zeggen als het nog geen schaakmat is.” Foppe houdt onverstoorbaar vast aan zijn gevoel voor humor. „Je weet toch hoe ik heet?”
Bestuurslid Els van Huijgevoort raakte betrokken bij de Stichting Autisme Haaglanden nadat bleek dat haar zoon een aan autisme verwante stoornis had. Op school vertoonde hij gedrag dat niemand echt begreep. Soms gooide hij met dingen of vloekte hij. Moest hij bij handvaardigheid een doosje knutselen, dan leverde dat frustratie op.
Ze ging met hem naar een orthopedagoog en die opperde voorzichtig dat zijn gedrag ’iets autistisch’ had. „Een donderslag bij heldere hemel”, noemt Van Huijgevoort die veronderstelling. Maar het duurde nog tot zijn veertiende voor hij echt een diagnose kreeg. PDD-NOS: pervasive developmental disorder, not otherwise specified, een vorm van autisme. „Hij heeft een lange weg afgelegd, maar begint straks wel aan een studie bedrijfseconomie”, zegt Van Huijgevoort trots.
Hoewel het clichébeeld soms anders doet vermoeden, bestaat de behoefte om ’lotgenoten’ te leren kennen en contacten op te doen wel degelijk onder autisten, merkte Van Huijgevoort in de praktijk. Dat gaat alleen wat moeilijker. Hun proces van interne informatieverwerking loopt anders: ze hebben meer tijd nodig dan een ander om informatie te verwerken. En dus ’missen ze vaak de boot’ in gesprekken, omdat een veelheid aan onderwerpen in korte tijd de revue passeert. Dat maakt het leggen en onderhouden van contacten beslist moeilijk. Lotgenoten ontmoeten in de soos biedt dan uitkomst.
De 23-jarige Daniël weet daar alles van. Hij doet in het dagelijks leven archiefwerk en vindt het fijn om op vrijdagavond nieuwe mensen te leren kennen. De laatste keer nog, waren er vier ’spiksplinternieuwe’ mensen. Echte vrienden zijn het nog niet, maar hij hoopt ze hier wel te vinden. En een vriendinnetje ook, misschien.
Daniël is licht autistisch. „Ik kan niet tegen harde geluiden, tegen het knallen van ballonnen bijvoorbeeld. En soms heb ik obsessies.” Vroeger vooral met ’dieren die er niet meer zijn’: dinosaurussen en mammoeten. Nu is hij vooral geïnteresseerd in wereldgeschiedenis, religie en conflictregio’s als het Midden-Oosten. „Ik ben op zoek naar een antwoord op de vraag waarom men daar ruzie maakt.”
Als Daniël aan de beurt is met sjoelen, komt Simcha even naast hem staan. „Als je harder rolt, gaan ze er zo in”, zegt Simcha. Hij kan het weten, hij staat bovenaan in de puntenlijst. „Dankjewel”, zegt Daniël, zonder Simcha aan te kijken. „Dat is een goeie tip.” Prompt verdwijnen er een paar stenen in de smalle poortjes.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.