Joke was, in de figuurlijke zin, als een bloem waaruit vele bloempjes zijn voortgekomen; prachtvrouwen die nu overal op voormalig Papoea Nieuw Guinea werken.
Het klinkt bijna ouderwets, maar dit is het verhaal van een gereformeerd meisje dat geloofde in haar roeping en in 1954 naar Nieuw Guinea door de Hervormde Kerk werd uitgezonden, daar een school oprichtte en in haar verdere leven velen liet delen in haar grote geestelijke rijkdom en zeer oprecht geloof.
Joke bracht haar jeugd door in Bergambacht als oudste van drie kinderen van aannemer van der Lecq. Een aannemer die bekend stond als een degelijke, niet al te grote aannemer en zijn rol speelde in de plaatselijk kleine Gereformeerde Kerk. Hoewel Joke goed kon leren, werd ze naar de huishoudschool gestuurd. De meest passende opleiding voor de oudste dochter van het aannemersgezin in oorlogstijd. Joke kon goed leren en haalde via een wat langere weg haar onderwijs akte als onderwijzeres en gaf daarmee op verschillende scholen naailes, zoals dat toen heette.
Maar Joke wilde meer en benaderde in augustus 1953 de “Raad voor de Zending Der Nederlands Hervormde Kerk” met het verzoek om informatie met betrekking tot de mogelijkheden om te worden uitgezonden naar Nieuw Guinea. Dit leidde vervolgens tot haar uitzending, naar, het toen nog Nieuw Guinea, in dienst van de Nederlandse Overheid. In die periode was het Nederlands gebied maar een zeer arm stuk Nederland. Men leefde onder moeilijke omstandigheden en de kans op ziekten als malaria was buitengewoon groot en Joke leefde daar onder dezelfde omstandigheden als de plaatselijke bevolking dus liep ook dezelfde risico’s. Ze werkte daar in het ziekenhuis waar ze meisjes opleidde voor de huishoudelijke gaf in de huishoudelijke vakken. Ze ging tijdens haar vakanties altijd op reis naar de dorpen waar haar meisjes woonden om kennis over de leefomstandigheden en de cultuur op te doen. Ze wist daar dan ook ontzettend veel van.
Na de overdracht in 1962 zou Joke terugmoeten naar Nederland. Ze was toen in dienst van de Nederlandse overheid en dat was daar de consequentie van. Maar zo ver kwam het gelukkig niet. Voor Joke en voor het werk daar ook niet, immers vele Nederlanders, vooral vrouwen moesten terug. Hiermee verdween het kader op de scholen en viel er voor de achterblijvers, zoals Joke, veel te doen.
Na een suggestie van vriendin Loes Swaan afdeling, besloot Joke om ontslag te nemen bij de Nederlandse overheid en in dienst te treden van de zending dan mocht je blijven. Joke richtte, als één van de belangrijkste initiatiefnemers, het opleidingscentrum Abepura op. Dit centrum bood en biedt meisjes en jonge vrouwen de gelegenheid tot het volgen van een goede opleiding. En zo stond Joke aan het begin van het georganiseerde vrouwenwerk van de Evangelisch Christelijke Kerk, waar nog altijd de vruchten van worden geplukt. Dit werk is begonnen in een eenvoudige, snikhete Quonset hut en werd uitgebreid met nog twee centra in Teminabuan en in Polimo en vierde in 2002 haar 40 jarig bestaan. Joke was daarbij, als eregast, en mocht genieten van de geweldige groei die haar activiteiten van 40 jaar daarvoor hebben doorgemaakt en mocht vele oud-leerlingen ontmoeten die inmiddels belangrijke steunpilaren waren geworden van het land en het volk van de Papoea’s.
Een moeilijke tijd toen (en helaas nog steeds) in Papoea waar Indonesië met harde hand regeerde. Velen verdwenen in de gevangenis en Joke trotseerde, zeer moedig, menige bedreiging van de militairen door met toegewijde solidariteit gezinnen te helpen, waarvan de mannen in de gevangenissen waren opgesloten. Dit onder andere ook door de mannen in de gevangenis te bezoeken met voedsel en hen daarmee te behoeden voor ernstige ondervoeding. Ook was ze gezinnen behulpzaam bij het vluchten naar veiliger oorden.
In 1969 ging ze terug naar Nederland om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Hier volgde ze een opleiding aan de sociale academie en vervulde vele functies in maatschappelijk sociale organisaties. Haar kenmerk was en bleef dat ze met zeer veel vriendelijkheid en grote overtuigingskracht bakens wist te verzetten. Een soort super veranderingsmanager. Ze genoot van het leven in Nederland maar verbaasde zich over de toen nog heel sterke verzuiling binnen de kerken. Daar heeft ze ook direct wat tegen ondernomen, door bijvoorbeeld een samenwerkingsverband op te richten wat inmiddels het Interkerkelijk Beraad heet en dit jaar ook 40 jaar bestaat. Haar toezegging om aan dit jubileum mee te werken kan ze helaas niet m afdeling.
Ook voor de Papoea gemeenschap in Nederland heeft ze een grote rol vervuld, Zoals iemand tijdens haar uitvaart opmerkte: De ¿Grand old Lady of Papoea¿ is heengegaan.
Haar overlijden kwam zeer onverwachts, na een potje scrabbelen met haar hartsvriendin Mies, zuchtte ze en overleed, 82 jaar jong. Zonder enige aarzeling overleden en opgegaan naar haar Heer zou je ook kunnen zeggen. Ze is begraven vanuit de Grote of Laurentius Kerk in Bergambacht, Dezelfde kerk waar ze in 1954 was uitgezonden en waar nu vele Papoea’s waren toegestroomd om Joke met koorzang en toespraken te eren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.