Er rijden in Peking 67.000 taxi’s. De Olympische campagne voor beter gedrag lijkt te beklijven: de wagens zijn kraakhelder, en gespuugd wordt er veel minder.
Taxichauffeur Zhang wordt scherp gesneden door een Mercedes die te laat de derde ringweg opschiet. Hij geeft geen kik, zelfs niet binnensmonds.
Op verzoek herinnert hij zich de regels, die de overheid vóór de Olympische Spelen invoerde. „De auto moet schoon zijn, en wij moesten beleefder zijn tegen de klanten. Proberen klachten te voorkomen. Men hamerde erop dat we niet mochten rochelen en spugen”, vertelt Zhang.
Dat diepe rochelen en het daaropvolgende uitspugen is al decennialang de gewoonte van miljoenen Chinese (rokende) mannen. „En we moesten schone kleding aan.” Er kwamen zelfs speciale gele uniformen voor tijdens de Spelen, met korte en met lange mouw, die nu in de zomer weer gebruikt worden. „Daarvan mogen geen knoopjes loszitten.”
Het schrikbeeld van de overheid was dat het legioen extra toeristen zich rot zou schrikken van paffende rochelaars die in hun onderhemd zaten te zweten. De verplichte cursus Engels heeft weinig zoden aan de dijk gezet, geen enkele chauffeur spreekt het. Toch lijken bijna een jaar na de Spelen veel regels aardig te beklijven.
Als een klant wat vergat in de wagen, moest de chauffeur dat direct naar de politie brengen. „Laatst vond een taxichauffeur een portemonnee met 30.000 yuan. Die heeft hij teruggegeven.” Het lijkt een broodje-aapverhaal, omdat de ervaring is dat vergeten spullen net zo makkelijk verdwijnen.
Elke taxi in Peking heeft groot het vergunningsnummer plus foto en naam van de chauffeur op het dashboard. Bovendien is elke wagen uitgerust met een gps-systeem. „En dus makkelijk op te sporen.”
Peking wemelt van de taxi’s. Er zijn er 67.000, en dat is zelfs met zo’n 16 miljoen inwoners veel: 1 op de 238. Berlijn heeft er 1 op 485, en New York 1 op 638 inwoners. Amsterdam valt ook op met 1 op 175, maar die hokken samen op een paar locaties. Zeker buiten de spitsuren duurt het in Peking nooit lang eer er een voor je stopt. Dat geldt ook voor de nachtelijke uren. Via de meter is de prijs simpel te volgen. Aan het eind van de rit komt er automatisch een bonnetje uitratelen.
Regelmatig komt er een chauffeuse voorbij. Mevrouw Bai rijdt al zeven jaar. „Ik begon met dit werk toen ik in de fabriek ontslagen werd.” Alleen Pekinezen met een officiële verblijfsvergunning, die drie jaar rijervaring hebben, mogen examen doen en daarna de weg op als taxichauffeur.
Veel taxi’s hebben een hard stuk plastic achter de chauffeursstoel en naast de versnellingspook, ter vervanging van de vroegere kooiconstructie. Maar onveilig voelt Bai zich nooit. „Peking is een veilige stad, een overval gebeurt zelden.” De nieuwe regels hebben volgens Bai zeker de kwaliteit verhoogd. Haar stoel- en bankbedekking is smetteloos wit, net als haar handschoenen.
Alle taxibedrijven zijn van de overheid. Veel chauffeurs delen hun wagen. „Ik deel met mijn echtgenoot. Vandaag rij ik tot tien uur ’s avonds, in totaal dertien uur”, zegt Bai. Haar salaris is er niet op vooruitgegaan sinds de overheid de sector reorganiseerde (zie kader).
Niet voor iedereen zijn de regels even makkelijk te volgen. Veel chauffeurs stoppen tussen de ritten door voor een sigaretje. Anderen vinden dat duidelijk te veel moeite. Zo houdt een oude chauffeur voor onze voeten halt, en gooit schielijk zijn peuk door het raam naar buiten. Hij vertegenwoordigt de groep rokers en fluimenspugers die gestaag aan hun comeback werken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.