Een composteringsproject in Bangladesh moet ervoor zorgen dat de lucht in de hoofdstad weer wat frisser wordt.
Het stikt van het afval in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Papiertjes, zakjes, plastic, textiel, groenteafval, je kunt het zo gek niet bedenken of het ligt in de berm. Het stinkt. De vrijkomende gassen bij de vertering van het groenteafval, uitlaatgassen en rookwolken van verbrand afval maken de lucht tot een van de meest vervuilde ter wereld.
Maar dat staat misschien op het punt te veranderen. Het Nederlands bedrijf World Wide Recycling gaat, in samenwerking met de Bengalese organisatie Waste Concern, groenteafval zo composteren dat er minder schadelijke stoffen vrijkomen.
Dhaka produceert 3500 ton groenteafval per dag. Sinds het project eind vorig jaar van start ging, verwerken de composteerders zeker 130 ton per dag, maar dat moet later 700 ton worden.
In het trainingscentrum van het recyclingbedrijf is te zien hoe het composteren in zijn werk gaat. Bergen organische mest in zes afvalhokken scheiden een bescheiden geur af die veel doet denken aan een boerderij. Een doordringend geluid van een grote ventilator overstemt alle andere geluiden.
De luchtblazer zorgt voor de zuurstof die nodig is voor de vertering van het afval. Bij deze vorm van vertering, aërobe-vertering genoemd, komt koolstofdioxide vrij. Het is kleurloos en reukloos en verontreinigt 21 keer minder dan het methaangas dat vrijkomt als groente en fruit zonder zuurstof verteren.
Bij de verrotting van organisch afval zonder composteren komt in Dhaka vaak methaangas vrij, omdat het meestal op een hoop ligt met ander afval. Daar krijgt het te weinig lucht om aërobe te verteren, vertelt Corné van Steen, die het composteerproject mede heeft opgezet.
De composteerders kopen een ton kapot gevallen meloenen, bananenschillen, verrotte papaya’s en ander organisch afval voor rond de 4 euro. Dit levert 300 kilo organische mest op, die weer verkocht wordt voor ruim 13 euro. Toch levert het de composteerders weinig winst op. „Heel erg weinig”, zegt Van Steen, „en de eerste negen jaar helemaal niets.”
Dat ligt niet aan de verkoopbaarheid van de compost, zegt Van Steen. Aardappelplanten leveren bijvoorbeeld met organische mest 30 procent meer aardappelen op dan met kunstmest. De compost is bovendien goedkoper dan kunstmest.
Het zijn de opzet- en uitvoeringskosten die winstgevendheid in de weg staan. Daarom geven de composteerders vervuilingsrechten uit. Landen die het Kyotoprotocol hebben ondertekend en boven hun maximale uitstoot van schadelijke gassen uitkomen, kunnen die rechten kopen. Van Steen verwacht 80.000 vervuilingsrechten te kunnen verkopen. Elk recht staat voor een ton aan koolstofdioxide. Nederlanders stoten per persoon per jaar ruim negen ton koolstofdioxide uit met onder andere koken, autorijden en stroomverbruik.
Het composteerbedrijf is een van de meer dan duizend projecten die vervuilingsrechten kunnen verkopen onder het protocol. En het is de eerste die met deze manier van composteren het recht verdient. Maar wat Van Steen betreft kunnen er wel wat collega’s bijkomen. „Er is nog genoeg afval over voor mensen die hetzelfde willen doen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.