Shell schikt voor 15,5 miljoen dollar in de zaak van negen geëxecuteerde Nigeriaanse activisten. Maar het bedrijf ontkent betrokkenheid.
De geruchtmakende rechtszaak tegen het Brits-Nederlandse Royal Dutch Shell, aangespannen door nabestaanden van negen vermoorde Nigeriaanse mensenrechtenactivisten, zou volgende week eindelijk beginnen. Maar vooruitlopend op het proces, dat al dertien jaar op zich laat wachten, besloot Shell een schikking buiten de rechtbank om te treffen. 10,5 miljoen dollar krijgen de nabestaanden van negen mensen die in de jaren negentig actie voerden tegen de oliewinning van Shell in de Niger Delta.
Dit gebied in Nigeria ligt vol met olie en wordt door de Ogoni’s bevolkt. De negen activisten, verenigd in the Movement for the Survival of the Ogoni People (Mosop, Beweging voor het voortbestaan van de Ogoni’s), beschuldigden Shell van mensenrechtenschending en milieuvervuiling in de delta. In 1995 werden de negen na een schijnproces rond een moord op vier Ogoni-ouderen door het toenmalige militaire regime geëxecuteerd. Onder hen ook de leider, schrijver en milieu- en mensenrechtenactivist Ken Saro-Wiwa.
Nu, veertien jaar later, zou de betrokkenheid van Shell bij de moord, marteling en mishandeling van de negen activisten in de rechtbank aan de orde komen. Shell zou de Nigeriaanse politie van wapens hebben voorzien en het toenmalige bewind hebben geholpen bij het oppakken van Saro-Wiwa en de acht anderen.
Volgens de oliegigant is de miljoenenschikking met de nabestaanden onderdeel van ’een proces van verzoening’, en geenszins een schuldbekentenis. Vijf miljoen dollar van de schikking van 15,5 miljoen dollar (11 miljoen euro) gaat naar een fonds dat ten goede komt aan het Ogoni-volk. „Shell erkent dat de klagers hebben geleden, ook al heeft Shell geen aandeel gehad in het geweld dat heeft plaatsgevonden”, zo verklaarde Shell-woordvoerder Malcolm Brinded na de schikking in New York.
Daar vond de rechtszaak plaats op basis van een federale wet uit 1789 die bepaalt dat Amerikaanse rechtbanken zaken over mensenrechten die in het buitenland hebben gespeeld moeten laten voorkomen. Brinded van Shell beweert verder dat Shell wel bereid was om ’haar naam in de rechtszaal te zuiveren’, maar dat het bedrijf het belangrijker vindt om „de focus te leggen op de toekomst van het Ogoni-volk, omdat dat belangrijk is voor de vrede en stabiliteit van de regio”.
Hoewel Shell nog altijd medeplichtigheid ontkent, noemt Ken Wiwa, de zoon van Saro-Wiwa die al veertien jaar bezig was het olieconcern voor het gerecht te slepen, de schikking toch ’een overwinning’.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.