In ’La Voix Humaine’, monoloog van een door haar geliefde verlaten vrouw, laat Halina Reijn een verrassend ingetogen kant van haar talent opbloeien.
’Normaal is het een hele kermis met wat er aan spelers, technici, assistenten, ontwerpers, productiemensen rondloopt in een repetitielokaal. Dat is waar ik heel erg van houd. Nu was het alleen hij en ik. En niemand van het ensemble erbij die zoals gewoonlijk, als er wat spanning in de lucht zat, met een grapje het ijs kon breken.”
Het is de eerste keer, dat Halina Reijn (1975) alleen op toneel staat. In ’La voix humaine’ van Jean Cocteau (1889-1963), een indringend gespeelde monoloog van een vrouw die voor de laatste keer met haar ex-geliefde belt in de ijdele hoop dat het toch nog goed komt.
„Het kwam door Monty, een intiem Antwerps kunstencentrum. Dat vroeg drie vooraanstaande regisseurs, die daar ooit zijn begonnen, iets te maken voor ’Le Salon des Exilés’, ter ere van het 25-jarig bestaan. Iets kleins. Bijvoorbeeld een monoloog. Een van hen was Ivo van Hove. Toen Ivo mij belde – ’Ik moet maar iets met u doen’ – raakte ik helemaal in paniek.”
„Zelf had ik slechte ervaringen. Een monoloog gaf me het idee van een ’Idols’-presentatie, zo in je eentje tegenover een grote tafel met enge, strenge mensen. In het tweede jaar van de toneelschool moesten we een solo doen en ik bevroor. Was nergens toe in staat. Zo jammer achteraf, want wat kon me gebeuren binnen de veilige muren van school. Toen leek het me de hoogste berg die ik moest beklimmen.”
„Ik ben heel erg een parasitaire speler. Van begin af aan heb ik gewerkt met mensen, zoals Jacob Derwig en Hans Kesting, met veel persoonlijkheid en humor, op wie ik kan leunen, mee kan lachen en aan wie ik me aan kan optrekken. Zelf neem ik niet echt het initiatief. Hoe dat dan in mijn eentje moest? Aan de telefoon liet ik dat niet merken, maar ook niet geroepen ’jippie!’.”
Op toneel ijsbeert het personage van Halina Reijn met de ongedurigheid van iemand die normaal wil doen. Dat roert.
De actrice zelf lijkt zich juist erg thuis te voelen in haar rol. „Het was slim van Ivo mij te vragen om het stuk, samen met dramaturg Peter van Kraaij, zelf te vertalen. Daardoor raakte ik al bij de tekst betrokken, al was het lastig om die in mijn kop te krijgen zonder iemand tegenover me om op te reageren. Stampen, stampen en aldoor ezelsbruggetjes bedenken, soms leek het alsof ik Chinees aan het leren was.”
„Ivo was erop gebrand dat ik telkens wist wat de man aan de andere kant van de lijn zei. Hij is die tekst gaan improviseren, wat ik eerst heel gênant vond. Moest ik tegen hem aanpraten als geliefde. Maar voor de reële opbouw van de monoloog, het inpassen van pauzes, nuances in mijn toon, was het erg belangrijk.”
Halina Reijn is doorgaans een bijzonder extraverte actrice. In ’La voix humaine’ speelt ze verrassend ingetogen. Met schijnbaar alledaags gedrag zuigt ze de toeschouwer in de tragiek van de vrouw die haar uiterste best doet om haar verdriet te onderdrukken, vooral om die ex-geliefde niet af te schrikken. Het is of er een heel nieuwe kant van haar talent is opgebloeid.
„Het is heel klein acteren, niet iets wat ik makkelijk pak. Ik ben nogal geneigd dingen uit te vergroten, emoties uit te leggen. Zegt een regisseur: Daar ben je verdrietig, dan snotter ik al.”
„Dit komt heel dichtbij, is heel confronterend voor mij. Het manipulatieve van die vrouw, hoe ze het steeds opnieuw probeert bij die man. Ik was ervan onder de indruk hoe modern Cocteau dat persoonlijke verwoordde. Toen we begonnen met repeteren was het net tot een breuk gekomen met mijn vriend. Soms dacht ik opeens: exact dezelfde zin heb ik vanochtend nog uitgesproken. Dat was best schokkend. Tegelijk hielp het me om het in kaart te brengen.”
„Dat ik dit nu kan en doe, zoals ik het doe, heeft te maken met ouder worden, minder franje nodig hebben, meer vertrouwen op het denken. En met de keuze van de regisseur. Ivo wil graag het mechanisme tonen. Hij is tegelijk de meester, die weet op welk moment hij een duw aan je ontwikkeling moet geven.”
De voorstelling is een fraai vervreemdende combinatie van abstract en realistisch. De techniek speelt nu en dan emotioneel suggestieve spelletjes met Reijns stem. Zij spreekt in een ouderwetse, maar snoerloze telefoonhoorn en in het niets, alsof ze een gesprek herhaalt of repeteert.
Het decor (Jan Versweyveld) is een groot raam, waarachter de vrouw soms uit zicht verdwijnt. Het is of de toeschouwer vanuit een flat ertegenover bij haar naar binnen kijken: „Van Jan moest ik ’Rear Window’ van Hitchcock bekijken om te snappen hoe ik gezien werd. Net zoals Ivo, wanneer ik dacht dat het niet kon dat ik uit beeld liep, zei: Het gaat om de menselijke stem, zoeteke.”
„We spelen met het gegeven dat mensen kijken. Met de tegenstrijdigheid van je onbespied wanen, wíllen wanen, van contact maken – het grote papier met ’COME HOME!’ dat ik ophang – en absoluut geen contact willen. Heel belangrijk in de existentiële crisis van de vrouw. Als ik voor het raam sta, praat ik tegen mijn spiegelbeeld – stel me voor dat dat de geliefde is – en niet tegen het publiek. Daar was Ivo heel streng in: Je bent geen cabaretier!”
„Het gekke was dat die gedateerde telefoonhoorn voor mijn gevoel heel actueel werd. Ik hoor net niet tot de computergeneratie, maar het is een fenomeen van deze digitale tijd, dat we bijna niet meer rechtstreeks communiceren, dat we dat steeds geïsoleerder doen met sms-en, mailen en chatten. Als je elkaar niet ziet, verlies je de betekenis van lichaamstaal.”
„Ik houd erg van deze manier van acteren, een beetje documentaireachtig. Ik heb het een poos moeilijk gehad, te veel gehold. Nu geniet ik na lange tijd weer erg van spelen. Het voelt als volwassen worden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.