Het Noorse Nobelcomité heeft zijn nek uitgestoken met de toekenning van de Vredesprijs aan Barack Obama. De Amerikaanse president heeft de wereld weer hoop gegeven, vindt het comité.
Met zijn retorische gaven, zijn inzet voor nucleaire ontwapening, zijn bereidheid tot diplomatiek overleg, en zijn aandacht voor mensenrechten heeft Obama veel openingen gecreëerd die op termijn doorbraken kunnen opleveren op het terrein van vrede en veiligheid.
De keuze boeit uiteraard wel, maar kritiek is er ook: de Amerikaanse president zit pas negen maanden in het zadel, zijn land is nog volop in oorlog, vanuit onbemande vliegtuigen worden terreurverdachten geëlimineerd én burgers gedood et cetera.
Iemand die op de toppen van de macht verkeert, kan bovendien nog falen. Zo won Obama’s verre voorganger Woodrow Wilson de Nobelprijs voor zijn rol na de Eerste Wereldoorlog. Vervolgens mislukte, door verzet in eigen land, diens poging de Verenigde Staten de Volkenbond binnen te loodsen. Dat was een belangrijke oorzaak voor het tandeloze karakter van deze voorloper van de VN.
Ook Obama moet veel beloftes nog waarmaken. Hij moet zijn strategie in Afghanistan en Pakistan nog bepalen, wat cruciaal zal zijn voor het verdere verloop van de harde strijd in dat gebied. Hij moet nog zien of hij zijn inspanningen tegen opwarming van de aarde om kan zetten in heldere maatregelen in eigen land. De conflicten met Iran en Noord-Korea over nucleaire wapens zijn nog lang niet opgelost. En wie weet welke interventie Obama nog noodzakelijk acht om de belangen van de VS te verdedigen.
Het heeft er dan ook alle schijn van dat het Nobelcomité vooral wilde belonen dat Obama niet George W. Bush is. Het ziet graag een VS die in nauwe internationale samenwerking een voortrekkersrol in de wereld spelen, en niet een VS die zich aan internationale samenwerking weinig gelegen laten liggen.
Zo’n ’anti-keuze’ is echter niet optimaal. Het was logischer geweest als het Nobelcomité concrete verdiensten van activisten, organisaties of politici had beloond. Er zijn veel anderen die – soms met gevaar voor eigen leven – vrede proberen te bewerkstelligen.
Obama was dan mogelijk over een paar jaar, als zijn presidentschap verder gevorderd is, een stevige kandidaat geweest. Hij heeft immers alles in zich om uiteindelijk een Nobelprijs waard te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.