amsterdam – - De Amerikaanse vakbeweging en organisaties van werkgevers uit de industrie willen dat president Barack Obama China onder druk zet om ’s lands munt op te waarderen. De in hun ogen kunstmatig goedkoop gehouden renminbi is een vorm van valutamanipulatie.
Dat de organisaties, waaronder vakfederatie AFL-CIO, nu de druk opvoeren, is niet onbegrijpelijk. Volgende week brengt het Amerikaanse ministerie van financiƫn een rapport uit over de stand van de Amerikaanse economie. Obama heeft aan de vooravond van zijn verkiezing vorig jaar de zittende president George W. Bush verweten te weinig te ondernemen tegen de valutamanipulatie. De eerste keer, april dit jaar, dat Obama zelf een oordeel kon vellen over een eventuele procedure wegens manipulatie, liet hij het in de ogen van de klagende organisaties afweten. Hij deed ondanks alle retoriek in de verkiezingstijd niets anders dan zijn voorganger.
De waarde van de renminbi was deze week nog onderwerp van discussie tijdens het beraad van de G7 in Istanbul. Die groep rijkste landen, maar zonder China, herhaalde nog maar eens dat elke actie van Peking om de munt meer te laten fluctueren, wordt verwelkomd. Volgens Financiƫn is de Chinese munt nog steeds ondergewaardeerd. En dat ondanks de waardestijging met 16,6 procent die tussen juni 2008 en februari 2009 plaatsvond. De Amerikaanse vakbeweging denkt dat het voordeel van een goedkope munt bij de export veel groter kan zijn voor de Chinezen.
Veel waarnemers, onder wie Harvard-econoom Niall Ferguson, vinden dat het momenteel in niemands belang is als er een ’slag van de munten’ ontstaat. Hij erkent dat de onevenwichtigheid in de wereldeconomie vereist dat de dollar goedkoper wordt, waardoor de Amerikaanse export toeneemt. Dat de dollar mogelijk ineen zal storten, bestrijdt hij. Daarvoor is de munt in zijn rol als rekeneenheid in de handel – bijvoorbeeld olie wordt altijd in dollars afgerekend – nog steeds te belangrijk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.