*

 

’Onderwijsplan van Plasterk lost problemen niet op’

Cyntha van Gorp − 02/09/09, 00:00

Een stelselverandering die onderwijsminister Plasterk voorstaat, kent veel haken en ogen, waarschuwt CDA-Kamerlid Jan-Jacob van Dijk.

  • (Trouw)

Tijdens de opening van het academische jaar in Enschede wond onderwijsminister Plasterk er geen doekjes om. „Het hoger onderwijsstelsel barst uit zijn voegen.” Volgens de bewindsman is de toestroom van studenten veel groter en diverser geworden, waardoor niet alle studenten nog het uiterste uit zichzelf kunnen halen. Bovendien worden veel jongeren te vroeg gedwongen een al dan niet verkeerde keuze te maken voor een vervolgopleiding.

Dus zette Plasterk maandag openlijk zijn vraagtekens bij de houdbaarheid van het Nederlandse stelsel. Hij laat een commissie onderzoeken of het zogeheten binaire stelsel (hbo en universiteit) niet aan herziening toe is, en liet doorschemeren gecharmeerd te zijn van de Californische variant, die uit vier typen instellingen bestaat. Maar, zo benadrukte zijn woordvoerder gisteren, het is slechts een voorbeeld. „Het onderzoek staat nog helemaal open.”

CDA-Kamerlid Jan-Jacob van Dijk is daarvan nog niet overtuigd. Bovendien vindt hij het stelsel in Californië ook niet zaligmakend. „Er is daar een soort middenschool waar je tot en met je 16de zit. Daarna heb je twee jaar algemene vorming. Dat is bij ons het vwo, alleen zitten wij op een hoger niveau. Moet je dan daarná nog een algemene opleiding willen, omdat niet iedereen van 18 jaar weet wat hij wil? Tegen die jongeren kun je beter zeggen: denk nog een jaartje na, ga reizen of ga werken.”

Van Dijk benadrukt: „Geen enkel stelsel is heilig, het is altijd goed om het regelmatig tegen het licht te houden.” Maar Plasterks conclusie deelt hij niet. „Wat barst er dan uit zijn voegen? Zijn er soms te veel studenten? Dat lijkt me toch niet.” Hij is beducht voor ’vernieuwing om de vernieuwing’.

Natuurlijk ziet hij ook wel dat de huidige aanwas studenten groter en diverser is geworden; dat er studenten zijn die thuis geen Nederlands spreken en die daardoor minder makkelijk mee kunnen komen. Maar in die gevallen past vooral maatwerk, stelt hij.

Evenmin sluit de CDA’er zijn ogen voor het steeds breder wordende universitaire onderwijs, dat ook studenten aantrekt die een minder wetenschappelijke ambitie hebben. Of de hbo-opleidingen die dicht tegen beroepsgerichte universitaire vakken aanzitten. „Natuurlijk is er verschil tussen hbo economie en hbo pabo. En van de hogere hotelschool kun je je afvragen of dat wel echt hbo is. Maar de vraag is: los je dat op met een stelselwijziging?” Hij betwijfelt het. Meer heil ziet hij in meer differentiatie binnen het hbo.

„We moeten helder hebben welk probleem we willen oplossen”, benadrukt hij. „En we moeten voorkomen dat we nieuwe problemen voor ons hoger onderwijs gaan creëren.”

Want dat er problemen zijn, wil Van Dijk – zelf hoogleraar op de Vrije Universiteit – niet ontkennen. „Neem de doorloopsnelheid op universiteiten. De meeste studenten doen vier jaar over hun bachelor, terwijl daar drie jaar voor staat”, illustreert hij. „En hoe kan het dat er steeds meer meisjes dan jongens naar het hoger onderwijs gaan en daar ook substantieel beter presteren? Ligt dat misschien aan de manier van lesgeven? Laat die commissie dát maar eens uitzoeken.”

mailIcon print |