Nederland 2, 21.50 uur
Stookolie, de brandstof voor de scheepvaart, wordt bijgemengd met grote hoeveelheden giftig restafval. Het gaat om stoffen zoals kwik, zware metalen, fenol en benzeen, die meestal afkomstig zijn uit de petrochemische industrie. Dit restafval moet worden aangeboden aan een afvalverwerker. Maar dat kost geld. Voor bedrijven die afwillen van dat restafval is het veel lucratiever om die stoffen te dumpen in stookolie en als brandstof te verkopen aan de scheepvaart. Dit heeft grote gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid. De schepen die de vervuilde olie verstoken, stoten het gif ongefilterd de lucht in.
Er zijn geen regels voor wat wel en niet in stookolie mag worden bijgemengd. In de praktijk komt het erop neer dat de stookolie als ’afvalemmer’ wordt gebruikt, zolang een schip er zonder problemen mee kan varen. Lucas Reijnders, hoogleraar Milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam’: „Stookolie is een zinkput voor alle rotzooi die ze bedacht hebben. Dat is een heksenbrouwsel.”
’De smerige olieroute’ toont aan dat bedrijven die afvalolie inzamelen en verwerken slecht te boek staan. Zoals North Refinery, in de buurt van Delfzijl, dat afvalolie verwerkt zonder zich aan de milieuvergunning te houden. Een situatie die al jaren gedoogd wordt. Toxicoloog Jacob de Boer van de Vrije Universiteit spreekt van een ’sluipweg’ die bedrijven gebruiken om van afvalstoffen af te komen.
In 2008 laat het ministerie van VROM de lading – stookolie die niet gemend kan worden – van het schip Adafera door TNO onderzoeken. ’Zembla’ ontdekt dat TNO niet zelf de olie analyseert, maar conclusies trekt op basis van gegevens van de bedrijven die de olie aankochten. Het onderzoek brengt dus geen giftige stoffen aan het licht. Hoogleraar Reijnders over VROM: „Het is een bewijs van onvermogen dat je zo onderzoek laat doen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.