*

 

Bijvlieg

Koos Dijksterhuis − 10/10/09, 00:00

Uit de wind en in de zon is het nog altijd heerlijk buiten zitten. Je moet er tijd voor hebben. Nee: tijd voor maken.

Laatst maakten wij er tijd voor. Koffie in de zon. Naast ons zaten bijen en vliegen op de bloeiende munt. Op de foto ziet u een vlieg, al lijkt ’ie meer op een bij. Het is dan ook een bijvlieg.

Net als de blinde bij is deze bosbijvlieg een zweefvlieg. De blinde bij heet blind, omdat ie niet kan steken. Zweefvliegen lijken vaak op bijen of wespen. Je zou kunnen zeggen dat ze bijen en wespen nabootsen, al weet ik bijna zeker dat ze daar nooit over nadenken. Ze zijn zo geboren en in de loop van vele generaties steeds meer op bijen of wespen gaan lijken.

Denkt u zich een pad of merel in die een wesp pikt en een steek krijgt. Die zal niet nog eens een wesp pikken. En een op een wesp lijkende zweefvlieg laat hij ook links liggen. Ach, we doen het zelf ook, we deinzen terug voor alles wat op een wesp lijkt. Prehistorische zweefvliegen die een beetje op een wesp of bij leken, werden minder gegeten door andere dieren. Zij hadden een grotere kans op een langer leven, met veel nakomelingen die hun uiterlijk erfden.

Van de nakomelingen had opnieuw de meest wesp-achtige hetzelfde voordeel. Er is alttijd wel een beetje variatie in uiterlijk.

Zweefvliegen mogen op bijen of wespen lijken, ze hebben kortere antennes en in plaats van de vier van wespen en bijen hebben ze maar twee vleugels. Daarmee kunnen ze op de plaats rust vliegen. Daaraan danken zweefvliegen hun naam.

mailIcon print |