*

 

Hulp na crash Turkse Boeing 737 haperde op vele punten

Van onze verslaggever − 23/06/09, 00:00

De hulpverlening na het neerstorten van het Turkish Airlines-vliegtuig bij Schiphol, is niet vlekkeloos verlopen, blijkt uit onderzoek.

  • Na het neerstorten van het vliegtuig van Turkish Airlines kregen hulpverleners vaak geen verbinding met de meldkamer, waardoor ziekenhuizen geen goed overzicht hadden van het aantal gewonden. ( FOTO FBF.NL )
  • (Trouw)

De communicatie tussen hulpverleners haperde, de aard van het letsel van passagiers werd niet in alle gevallen goed ingeschat en de informatievoorziening aan ziekenhuizen kon beter. Dat zijn enkele conclusies van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg, die gisteren een rapport publiceerden over het vliegtuigongeluk met de Boeing 737 van Turkish Airlines eind februari nabij Schiphol. Daarbij kwamen negen inzittenden om en raakten tientallen mensen gewond.

C2000, het communicatiesysteem van de hulpdiensten, werkte volgens het rapport niet goed. Hierdoor konden hulpverleners vaak geen verbinding krijgen met de meldkamer. In sommige gevallen moesten ze met hun mobiele telefoon bellen, in andere gevallen moesten ambulancemedewerkers zelf beslissen naar welk ziekenhuis ze slachtoffers brachten. De problemen kwamen doordat de zendmast in het gebied te weinig capaciteit had voor de vele instanties die bij de hulpverlening betrokken waren. Bovendien gebruikten hulpverleners de radioverbindingen soms onnodig.

Ook de beoordeling van de ernst van de verwondingen van de slachtoffers ging niet volgens het boekje. Lichtgewonden werden opgevangen in een sportcentrum in Badhoevedorp. Maar daar arriveerden ook negentien ernstig gewonden.

Een volledige lijst van alle passagiers en hun status liet bijna drie dagen op zich wachten. Dit kwam door de problemen met C2000 en doordat op de rampplek geen registratie plaatsvond van de gewonden.

Verder was de informatievoorziening aan de dertien ziekenhuizen die de slachtoffers opvingen niet goed. Zij hadden vaak nauwelijks een idee hoeveel slachtoffers hun kant opkwamen en hoe die eraan toe waren. Volgens de inspecties hebben de problemen tijdens de hulpverlening er niet toe geleid dat de toestand van slachtoffers verslechterde. De hulpverlening was binnen een half uur volledig op gang gekomen.

Een ander punt van kritiek was de rol van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) na het ongeluk. Medewerkers van de raad onder leiding van Pieter van Vollenhoven zorgden op de dag van de ramp voor grote irritatie bij de hulpverleners. Zij zouden de rampplek hebben betreden zonder zich eerst te melden. De OVV ontkent deze verwijten.

Burgemeester Theo Weterings van Haarlemmermeer en voorzitter van de veiligheidsregio Kennemerland kan zich herkennen in de kritiek in het rapport. Hij stelt in een reactie dat de hulpdiensten in de regio al zijn begonnen met het doorvoeren van verbeteringen. Dat gebeurt bijvoorbeeld al op het gebied van de uitwisseling van informatie tussen de verschillende hulpdiensten.

Het ministerie van binnenlandse zaken wilde geen reactie geven op de problemen met C2000. De Stichting Slachtoffers Vliegramp 25 feb 2009 wil nader onderzoek om te bepalen of inschattingsfouten bij de hulpverlening gevolgen hebben gehad voor de gewonden.

mailIcon print |