De twijfels over de betrouwbaarheid van kroongetuige La Serpe in het liquidatieproces blijven bestaan. Een schouw, gisteren in Amsterdam, kon deze niet wegnemen.
Rechters, officieren van justitie en advocaten hebben gisteren een schouw gehouden op de plek, waar op 2 november 2005 vastgoedhandelaar Kees Houtman werd vermoord. De door de rechtbank georganiseerde schouw in het liquidatieproces in Amsterdam vond plaats voor zijn villa, in een chique en lommerrijk stukje deel van stadsdeel Osdorp.
Kort voordat op 2 november 2005 kogels een einde aan zijn leven maakten, at Houtman een harinkje bij de viskraam in de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Daar vertelde hij een van zijn beste vrienden dat hij Willem Holleeder zou vermoorden, als hij zich door hem bedreigd voelde.
Een paar uur later werd Kees Houtman voor zijn villa dodelijk getroffen door kogels die van dichtbij op hem werden afgevuurd. Hij stierf in de armen van zijn vrouw Maria. Een half jaar later werd zijn vriend Thomas van der Bijl, de kroegbaas met wie hij op zijn sterfdag zijn laatste haring nuttigde, eveneens geliquideerd.
Het hoofdstuk van de moord op Houtman is cruciaal in het liquidatieproces, waarover de rechtbank zich nog tot juni 2010 buigt. Kern van de zaak is dat kroongetuige en verdachte Peter la Serpe, met wie het Openbaar Ministerie (OM) een deal sloot, heeft toegegeven dat hij zelf bij deze moord was betrokken. Hij zou de bewuste avond voor ’dekkingsvuur’ hebben gezorgd door zijn wapen, een kalasjnikov, leeg te schieten. Een medeverdachte zou Houtman hebben gedood.
Het OM twijfelt niet aan de verklaringen van La Serpe. Dit ogenschijnlijk onbegrensde vertrouwen vloeit voort uit de daderkennis die de kroongetuige etaleert. In zijn streven schoon schip te maken vertelde hij de politie anderhalf jaar na de bewuste moord, uit eigen beweging, dat hij het was die met een kalasjnikov bij de villa van Houtman had geschoten. Het wapen had hij naar eigen zeggen in een zak in de Amstel gegooid. Onderzoek wees uit dat hij de politie in elk geval op nieuwe sporen had gezet. Bij een heg aan de overzijde van de villa van Houtman werd alsnog een ingedeukte kogel gevonden die afkomstig bleek van het, op aanwijzing van La Serpe, uit de Amstel geviste wapen.
Anderen, onder wie advocaat Nico Meijering, hechten minder waarde aan de vertellingen van La Serpe. Ook rechtbankpresident Frits Lauwaars liet eerder doorschemeren dat de geloofwaardigheid van de kroongetuige hem (nog) niet volledig overtuigt. Dit laatste is de essentie van het verhaal: wanneer de verklaringen van La Serpe over de moord op Houtman niet overtuigen, is het OM zijn belangrijkste troef kwijt. In dat geval verschrompelt het megaproces tot een zaakje van veel vermoedens en weinig feiten.
De schouw op de plaats delict, op initiatief van Meijering, was daarom vooral een betrouwbaarheidstest. Het gezelschap van achttien mannen en vrouwen moest het echter zonder La Serpe en (mede)verdachten doen. Ofschoon de veiligheidsmaatregelen in het villabuurtje extreem waren – bewoners mochten alleen via een detectiepoortje hun straat binnen – was de vrees voor een aanslag of bevrijdingsactie te groot om La Serpe en anderen toe te laten.
Meijering liet een meetlint het werk doen en stelde vast dat de verklaringen van de kroongetuige niet stroken met de vindplaats van de kogelhulzen. Vandaag getuigt Maria Houtman voor de rechtbank.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.