Hoe laveer je als hulpverlener tussen niet-westerse en ’wel-westerse’ kaders? Die vraag werpt Jale Simsek op. „Onze westerse vrijheden zijn verworvenheden die goed zijn en waar elk individu recht op heeft. Hulpverleners hoeven hun westerse kaders niet los te laten, maar ze moeten wel oog hebben voor andere culturen.”
De Turks-Nederlandse Jale Simsek schreef boeken over huiselijk geweld in allochtone families, geeft trainingen over dit onderwerp en adviseert op het gebied van diversiteit. Ze stelt dat het referentiekader van de westerse samenleving gebaseerd is op individualiteit: En onze hulpverlening en ons rechtsysteem dus ook: het individu moet zelf kunnen kiezen. Maar bij niet-westerse culturen is de praktijk anders: er is groepsdruk, een eercultuur. Dat leidt tot noodsprongen. Van slachtoffers en van daders”, aldus Simsek.
Slachtoffers en daders: bij eergerelateerd geweld ligt het niet altijd zo zwart-wit, zegt Simsek „Bij eercultuur gaat het vaak om geweld als gevolg van een systeem. Hulpverleners moeten dus niet klakkeloos naar individuen kijken, maar ook de cultuur meewegen. Dat geeft een spanningsveld, waar veel mis kan gaan.”
Ze geeft een voorbeeld:
Een meisje van 17 jaar loopt weg van huis als blijkt dat haar ouders haar willen uithuwelijken. Een hulpverlener regelt een verzoeningsgesprek met de ouders. De hulpverlener ziet lieve ouders die het beste voor hun dochter willen. Ze tonen zich verbaasd, want het meisje had zich niet eerder tegen een huwelijk verzet.
Na de bemiddeling keert het meisje terug naar huis met de belofte van de ouders dat ze zelf mag zeggen of ze wil trouwen of niet. Niet veel later doet ze een poging tot zelfmoord. Het ziekenhuis haalt er een Turkse maatschappelijk werkster bij. Waar de ’witte’ hulpverlening was gefocust op uithuwelijken, bleek er een dieper liggend probleem te zijn. Het meisje was seksueel misbruikt door twee ooms.
Als ze het haar ouders vertelt, zullen die haar niet geloven, of verstoten uit schaamte. Of ze loopt het risico op eerwraak. Het meisje wil best uitgehuwelijkt worden, maar vreest de reactie van de echtgenoot als blijkt dat ze geen maagd meer is. En ook nog bevlekt door haar ooms.
De Turkse hulpverleenster begeleidt het meisje terug naar huis en adviseert haar ouders niets te vertellen over de verkrachting. Ze ondergaat een maagdelijkheid-hersteloperatie en trouwt kort daarna. Haar ooms vallen haar niet meer lastig. Ze heeft nu een gezin, een psycholoog helpt haar bij het verwerken van het trauma.
„Er is een grote behoefte aan goede trainingen over de verschillende culturen. Plus het besef dat de westerse denkkaders niet voldoende zijn”, zegt Simsek. „Hulpverleners moeten snappen waar hun grenzen liggen. En weten hoe je je kennis kunt aanvullen met hulp van de deskundigen.”
Simsek ziet in de praktijk van alledag dat de wil verder te kijken, iets ’anders’ beter te begrijpen, niet altijd groot is: „Het wordt een probleem als de autochtone professional voet bij stuk houdt en zijn of haar manier als de beste, en als de enige beschouwt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.