Met het gooien van twee nauwelijks opgemerkte tomaten en drie nooit gepleegde moorden gaf Aktie Tomaat de aanzet tot 40 jaar theatervernieuwing.
Vandaag precies veertig jaar geleden renden twee studenten net op tijd de Amsterdamse Stadsschouwburg binnen om ’De Storm’ door de Nederlandse Comedie bij te wonen. Met bij zich een zakje tomaten, bedoeld voor een maaltijd waar ze niet aan toe waren gekomen door een uitgelopen gesprek in de kroeg.
Dat kwam goed van pas, toen ze hun diepe wrevel over de zoveelste bar slechte voorstelling kracht wilden bijzetten. Ze gooiden twee tomaten naar het toneel. Tijdens het slotapplaus. Het was 9 oktober 1969. De Aktie Tomaat was geboren.
Min of meer bij toeval, zegt schrijver/regisseur Paul Binnerts, die er destijds al snel bij betrokken raakte. Met voorbedachten rade, zegt Lien Heyting – met Ernst Katz het gooiende duo – nu in een filmpje, gemaakt voor de expositie ’Theater na Tomaat’ in het Amsterdams Historisch Museum. De waarheid zal ergens in het midden liggen.
Feit is dat, toen het voorval van historische betekenis bleek, aanleiding tot een omwenteling van het vastgeroeste toneelbestel, sommigen zich opeens een opgeblazen betrokkenheid wisten aan te meten – uit ijdelheid of rancune, wie zal het zeggen – en daarmee bijdroegen aan de mythevorming, die nu eenmaal inherent is aan revolutionaire gebeurtenissen.
Zo presenteert acteur Willem Nijholt zich tot op de dag van vandaag met een snerpend ’pats!’ als een direct slachtoffer en vermenigvuldigden de twee glanzend verse tomaten zich in verhalen weldra tot minstens een krat rotte. In werkelijkheid is niemand geraakt en heeft men pas na afloop van de toneelknechten mogen vernemen, dat er tomaten op het podium lagen.
Dat Tomaat zo aansloeg had alles te maken met het tijdsgewricht, een periode waarin mondiaal het fundament onder heel wat heilige huisjes werd weggeslagen door een democratiseringsgolf, die zich niet tot de universiteit beperkte.
Behalve de Maagdenhuisbezetting had je Vietnamdemonstraties, Provo, het verzet tegen illegale abortus, Dolle Mina, de kraakbeweging. Die tijdgeest, in de vorm van krantenknipsels en -foto’s, fungeert nu als behang op de tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum.
Binnen het toneel was de onvrede over de gevestigde gezelschappen al langer merkbaar. Het studententoneel experimenteerde druk met nieuw repertoire, overgenomen door ontevreden theatermakers en hun nieuw opgerichte groepen als Puck, of Test (later Studio) van Kees van Iersel.
Zij introduceerden een nieuw toneelidioom. Annemarie Prins voerde met Theater Terzijde geëngageerd en politiek theater in. In Loenersloot startte Ritsaert ten Cate Mickery Theater, dat de internationale avant-garde Nederland binnenhaalde en zo het theaterveld verraste met vernieuwingen op het gebied van tekst, vorm en technologie.
Ze ontwikkelden zich in de marge, maar die initiatieven maakten de tijd rijp voor een Aktie Tomaat. Overigens pas zo genoemd na de negende oktober en direct een geuzennaam.
De discussies waren fel, maar echt grimmig is Tomaat niet geworden. Al trok die ook andere actievoerders, zoals radencommunisten die in november een première met rookbommen verstoorden. En al werden de ’Tomatisten’ beschuldigd van moord. Op Ank van der Moer en Guus Oster, die beiden een natuurlijke dood ver nadien stierven, en op Han Bentz van den Berg, die aan intimi juist bekende met het gedachtegoed te sympathiseren.
Natuurlijk heeft Tomaat angst veroorzaakt. Het is niet niks als je de poten onder je beschutte bestaan doorgezaagd voelt worden.
„Het toneelbestel was een gesloten circuit van de geïnstitutionaliseerde, regenteske, politieke belangen van de mensen die de belangrijke posities bekleedden”, zegt Paul Binnerts, wiens kamer en Universiteitstheater, dat hij als wetenschappelijk medewerker runde, centra voor overleg waren. „Wij vonden dat theatermakers en acteurs het heft in eigen handen moesten nemen.”
De meest effectieve, en geweldloze, actie was tevens de laatste: valse kaartjes zorgden dat de traditionele Nieuwjaarspremière in de Amsterdamse Stadsschouwburg moest worden afgelast. September 1970 werd Aktie Tomaat opgeheven.
Dat Aktie Tomaat een doorslaand succes kon worden, is vooral te danken aan Marga Klompé, toenmalig minister van cultuur, die de signalen onverwijld vertaalde in wettelijke maatregelen en een flinke buidel geld. Werkteater werd het eerste gezelschap dat alle vrijheid kreeg om een nieuwe, collectieve werkwijze zonder productiedwang (!) te onderzoeken. En werd een publiekslieveling.
Eindelijk de artistieke en productionele verantwoordelijkheid hebben om te kunnen maken waar je zelf als kunstenaar achter kon staan, was een verademing. En inspirerend. Het sociaal engagement en de diversiteit aan theatervormen nam een hoge vlucht.
Baal met muziektheater, Sater met politiek toneel, Perspekt met technisch theateronderzoek, Fact dat carte blanche gaf aan eigenzinnig regietalent, Onafhankelijk Toneel met onorthodoxe bewerkingen van klassiekers. Met elkaar zorgden zij voor een toneelklimaat, waarin makers en acteurs konden gedijen, het publiek zich betrokken voelde en dat vruchtbare grond bleek voor het huidige, kleurrijke en zelfs letterlijk grensoverschrijdende Nederlandse theaterlandschap.
De avantgardistische kwaliteiten zijn in het buitenland gezien en Nederlandse makers als Johan Simons, Gerardjan Rijnders of Ivo van Hove zijn gewilde gasten.
Klompés onvoorwaardelijke politieke steun forceerde een doorbraak, zonder welke alle latere theatervernieuwingen zich moeilijk hadden kunnen ontwikkelen. Uit ervaring weet bijvoorbeeld Binnerts dat een bestaan buiten het systeem van het rijksgesubsidieerde, maar rigide kunstleven in Duitsland op den duur niet is vol te houden voor een groep. Dat gold hier ook in de jaren zestig.
Nu kon men naar hartelust spelen met onderwerpen en thema’s, vormen en locaties, apparatuur en nieuwe media, met bewerkingen van klassieke stukken, films of romans voor een nieuw publiek. Dat zorgde mede voor bloeiend jeugdtheater en maakte furore in het kleine vlakke vloertheater. Onontkoombaar drong de vernieuwing door in de schouwburg en grote zaal.
Veel jonge theatermakers zijn zich er amper van bewust in wat voor een gespreid bedje zij werken. Een aantal komt aan het woord op de expositie die het Amsterdams Historisch Museum aan de vruchten van Aktie Tomaat wijdt. Dat houdt een gevaar in, want de keerzijde van alle-bloemen-laten-bloeien is het te grote aanbod. Het publiek ziet door de bomen het bos niet meer en haakt af.
Hier en daar klinkt de roep om herwaardering van het klassieke repertoire. De (recente) invoering van de zogenaamde basisinfrastructuur met acht grote stadsgezelschappen kan corrigerend werken. Al ligt dan een terugkeer naar een autoritaire hiërarchie weer op de loer. De verworvenheid van de afgelopen veertig jaar wordt alleen gekoesterd door zelfkritisch en waaks te blijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.