„Mijn moeder hield erg van koken en wilde graag dat mijn broer en ik daar ook liefde voor zouden ontwikkelen. Niets kon haar gelukkiger maken dan dat ik aanbood te helpen in de keuken.
We hadden veel kookboeken en flink wat kinderkookboeken, maar mijn absolute favoriet was ’Mijn Eerste Kookboek’. Een klein geruit boekje bomvol getekende poppetjes waar ik altijd heel erg om moest lachen. Ze rollen samen met een deegroller of breken met man en macht een ei.
Om bij de pan te kunnen komen staan ze vaak op een trapje, balancerend op een been, of hangen ze aan een touwtje erboven om in de soep te kunnen roeren. Die laatste vond ik het grappigst.
Het zijn zowel mannetjes als vrouwtjes en ze hebben allemaal een gestreept schort om. Dat wilde ik natuurlijk ook, al moest het bij mij – ik was pas zes – flink opgesjord worden.
Wat ik zo geweldig vond, was dat ik met dit boek van begin tot eind zelf iets kon maken, terwijl ik als ik mijn moeder hielp altijd maar een taakje te doen kreeg. Aan de vlekken te zien, is nog makkelijk te achterhalen wat mijn favorieten waren, zoals de chocolade vierkantjes en de schuimpjes. Ik zie nu pas dat er ook complete ovenschotels instaan, maar die pagina’s zijn nog keurig schoon.
Niet uit dit boek, maar wel een traditie bij ons thuis, was dat we met het hele gezin dingen van brooddeeg maakten. Mijn vader deed dan Kuifje, ik probeerde de kat na te maken, versierd met rozijntjes, sesamzaadjes en zonnepitten. Alleen wel licht teleurstellend dat het altijd als een ondefinieerbare homp uit de oven kwam.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.