Het Ser-overleg was een rare vertoning. Nederland voelt zich door dat orgaan niet vertegenwoordigd.
’Teleurgesteld’ waren ze afgelopen week, de premier en de andere kabinetsleden die reageerden op de mislukking van het Ser-overleg over de AOW. FNV-voorzitter Jongerius gaf op hoge toon de werkgevers de schuld en was ’verbijsterd’ over de gang van zaken. Waar de Nederlander teleurgesteld en verbijsterd over moet zijn, is over de rare vertoning die ons de afgelopen maanden is voorgeschoteld.
Wat zijn dit voor politieke leiders die ingrijpende beslissingen over de toekomst van alle Nederlanders overlaten aan een stel belangenbehartigers van de bestaande orde? In maart kondigde het kabinet aan dat de AOW-leeftijd omhoog moet naar 67 jaar. Maar eerst kregen de werkgevers en werknemers van het kabinet tot 1 oktober de tijd om een alternatief te bedenken, via de Sociaal Economische Raad.
Het kabinet doet net alsof wij daar allemaal worden vertegenwoordigd, in dat Ser-overleg van vakbonden, werkgevers en onafhankelijke kroonleden. Niets is minder waar. De vakbonden vertegenwoordigen 1,9 miljoen Nederlanders. Dat betekent dat een overgrote meerderheid van de werknemers, zo’n 80 procent, geen lid is van een vakbond. Die 20 procent vakbondsleden zijn bovendien bijna allemaal oudere werknemers: van de 15- tot 25-jarigen is nog geen 8 procent lid van een vakbond. De vraag is bovendien in hoeverre de leden van vakbonden zich vertegenwoordigd voelen door de onderhandelaars in de Ser. Uit onderzoek door de vakbonden zelf blijkt dat veel werknemers lid van een vakbond worden vanwege de juridische bijstand of de goedkope verzekeringen, en steeds minder uit traditionele motieven.
Als ik bij vrienden en bekende informeer hoe ze de belangenbehartiging door Jongerius en co ervaren lachen ze ongemakkelijk. Het is net als met de ANWB en de Wegenwacht, protesteert er één. Zo is het precies: je denkt een abonnement te hebben op dienstverlening, maar intussen wordt je stem voor van alles en nog wat in Den Haag gebruikt. En dan heb ik het nog niet eens over al die andere categorieën Nederlanders die helemaal niet in de SER zijn vertegenwoordigd: studenten, jongeren zonder vaste baan, de groeiende groep freelancers en andere zzp’ers, gepensioneerden.
Allemaal Nederlanders voor wie de besluitvorming over onze collectieve oudedagsvoorziening van groot belang is. Zijn de professoren en oud-politici van het Kroonleden-smaldeel er misschien speciaal voor hen? Die indruk kreeg ik niet uit de media. Ser-voorzitter Rinnooy Kan en de ander leden leken er niet meer aan te pas te komen, anders dan als bemiddelaars tussen een minzame werkgeversvoorman en een opgewonden vakbondsvrouw.
Het is maar goed dat het overleg is mislukt. Wat hadden we gedaan als de sociale partners een oplossing hadden bedacht waarbij de rekening was doorgeschoven naar allerlei niet-aanwezige partijen en naar de verre toekomst? En de Tweede Kamer voor een voldongen feit was gesteld, omdat de coalitie zich bij voorbaat aan elke uitkomst had gebonden? Nu kunnen we nog de hoop koesteren dat er fatsoenlijke politieke besluitvorming gaat plaatsvinden: een kabinet dat zijn verantwoordelijkheid neemt en een maatschappelijk probleem oplost en een parlement dat de kans krijgt het voorstel op zijn merites te beoordelen. De bonden maken zich op voor demonstraties. Ik ben benieuwd of de coalitiepartijen durven doen wat ze hebben gezegd te doen: de AOW-leeftijd optrekken van 65 naar 67.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.