*

 

Voetje, voetje, knie, dij, even in de nek, applaus

Mart Smeets − 08/08/09, 00:00

De overgang van Klaas Jan Huntelaar naar AC Milan draagt een zielig aspect in zich. Ik meet dat af aan die potsierlijke bijeenkomst van een half jaar geleden toen die Achterhoekse jongen in Madrid die bal een beetje stond hoog te houden.

  • (Trouw)

Rode konen bijna van bescheidenheid. Natuurlijk had hij ook wel andere grote spelers deze trucjes zien doen als hij ’s avonds naar het Sportjournaal keek, maar liggend op de bank, vond hij dat toen waarschijnlijk toch al te veel een kleine circusact. Tot hij er zelf voor stond.

Zo’n loze, valse voorstelling waar de diepere betekenis waarschijnlijk te maken heeft met het aanbevelen van de aankoop van Real-shirtjes met de naam Huntelaar op de rug.

Onze held deed het, maar ergens zag je dat het een tikkeltje pijn deed. Dit was onderdeel van Het Grote Zwendelspel van de Koninklijke. Er werd weer een speler binnengevaren, voor even belangrijk gemaakt en meteen ook weer gedegradeerd tot nummer.

Ik zag nog een andere Huntelaar. Via de VPRO. Presentator Wilfried de Jong speelde het lulligste ’petje op, petje af’ ooit, maar dat leverde wel een meesterlijk inkijkje op in de wezens van de Nederlandse Real-spelers. Huntelaar was een eerst wat stille deelnemer die gaandeweg een grotere mond kreeg. Zijn antwoorden waren grandioos van simpelheid en pijnlijk van leegheid; het was toptelevisie.

We zitten in augustus van hetzelfde jaar en ik kijk naar het Sportjournaal. Ik zie beelden van een bij Real Madrid weggestuurde speler. Hij loopt over een vliegveld en opdringerige mensen vragen hem volkomen onbelangrijke vragen. Hij, Klaas Jan Huntelaar, is zo beleefd om beleefd te antwoorden; dat is hem ooit geleerd.

Ik kijk goed; daar loopt een jongen van wie ze zeggen dat hij een goede spits is. Ik weet dat hij in een half jaartje een miljoen of twaalf minder waard is geworden, maar dat is slechts een vuiltje dat je van de mouw strijkt.

Twaalf miljoen in waarde verminderd. Weeg die woorden eens. Stel Femke Heemskerk of Robert Gesink verliezen ineens twaalf miljoen in waarde. U zegt: dat kan niet, want ze zijn nooit zoveel waard geweest.

Huntelaar ook niet. Hij en wij hebben niet door dat de voetbalwereld een wreed soort Monopoly speelt waar begrippen als omgangsvormen, respect en nederigheid niet tot nauwelijks meetellen.

Ja, Huntelaar stelde zich nederig op toen hij over dat Italiaanse vliegveld liep. Hij weet dat hij vandaag of morgen met een glimlach op zijn vierkante jongenskaken de Italiaanse pers een balletje moet gaan hooghouden. Voetje, voetje, knie, dij, even in de nek, voetje, voetje, stilleggen op de knie, bal het publiek in, applaus. Het is één valse, gemene truc en hij, Klaas Jan Huntelaar moet dat op deze manier ervaren.

Hij zal lachen en snakken naar het moment dat hij, uit bij Bologna, een bal in de zestien kan oppikken en het ding eikelhard in de kruising kan jagen. Dan is het een regenachtige zondagmiddag in oktober en doet de temperatuur hem denken aan Holland. Dan kan hij eindelijk weer eens zichzelf zijn.

En dan wordt hij ’s avonds gebeld door Nederlandse verslaggevers die hem vragen of hij zich bevrijd voelt. Hij ligt op de bank en kijkt naar een zondagavondvoetbalprogramma. Hij eet een pizza en drinkt een watertje. Als de beelden van Real Madrid langskomen, zapt hij even weg naar de NOS, want hij heeft in september een grote schotel in de tuin laten instelleren. Kan ie ook Piet Paulusma iedere avond even zien.

Twaalf miljoen. Hij heeft er eigenlijk nooit meer aan gedacht. Ze zeiden dat het wel heel veel was.

mailIcon print |