U betaalt er flink aan mee, dus vindt u het misschien wel prettig als u weet hoe er met uw bijdrage aan de ouderenzorg wordt omgegaan.
Ons probleem deze week is meneer De B., bij leven en welzijn accountant te A. Hij is 91 jaar oud en hij woont in een seniorenflat waar hij ’s morgens geholpen wordt bij het aankleden. Maaltijden worden bezorgd. Hij wordt twee keer per week gedoucht. De was wordt gedaan door de zoon (maar dat zal de schoondochter wel zijn). Hij leest graag, maar wel erg lang in een en hetzelfde boek de laatste tijd. Nee, niet de Bijbel, maar een van die spannende verhalen van Alistair MacLean, ’Poolstation Zebra’, over liefde en verraad tijdens een poolexpeditie.
En toen viel hij en brak zijn heup. Nog een geluk dat hij elke dag thuiszorg krijgt, want die vonden hem op de vloer van zijn flatje. In het ziekenhuis werd de heup weer aaneengeschroefd, maar toen hij wakker werd, was hij volledig maar dan ook geheel de kluts kwijt.
Op zich geen zeldzame complicatie, maar wel lastig voor het verdere verloop, want een van de opvallendste aspecten van oud worden is een alzijdig verlies van elasticiteit.
Zo’n heupfractuur, met de val en de pijn en het uren op de grond liggen in angstige afwachting van hoe dit verder moet, vormt een aanslag op het geestelijke en lichamelijke functioneren die ouderen zelden ongeschonden te boven komen.
Erg verwonderlijk is dit allemaal niet als je er even de biologie bij haalt. Wij denken graag dat wij heel wat boeiender in het leven staan dan een koe of een paard, maar als het om fysieke neergang gaat, is het enige verschil tussen mens en paard dat wij de onze zeer lang weten te rekken totdat het rekken ongemerkt overgaat in martelen, terwijl het paard veelal zonder veel omhaal de dood in mag, tenzij de stakker op zo’n boerderij voor gepensioneerde paarden belandt, waar het rekken ook het huisdier ten deel valt.
Meneer De B., kortom, veert niet overeind na zijn gebroken heup. Hij kan niet terug naar die serviceflat. Hij moet naar een verzorgingshuis. Daar is in de komende maanden geen plaats en hij wacht de overplaatsing bij ons af. Ik ga nu voorbij aan wat deze ballingschap van vele maanden voor hem betekent. Zijn serviceflat zal hij nooit meer zien, zijn nieuwe woonplek is hem onbekend. Ook een elastisch jong mens zou hier een hele sjouw aan hebben, maar hij slaat zich er door en blijft ook geestelijk redelijk, zij het niet geheel, overeind.
Nu krijgen we bezoek van een functionaris van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Hij zegt terecht dat meneer op een veel te dure plek zit, want hij is uitgerevalideerd. Na deze vaststelling valt meneer in een goedkopere categorie zorg. Hij blijft echter wel een revalidatieplek bezetten, want wij zetten hem, in afwachting van een plaats in het verzorgingshuis, natuurlijk niet op straat. We hebben meer van deze wachtenden op de afdeling revalidatie, maar kunnen geen personeel ontslaan en dan weer aannemen afhankelijk van de wisselende aantallen wachtenden en revaliderenden.
Meneer De B. moet honderd dagen wachten, en in die periode krijgen wij honderd euro per dag minder. Dat kost ons tienduizend euro.
Als wij de CIZ-functionaris wijzen op het gevolg van deze herindicatie zegt hij: „Dat is erg jammer, maar daar ga ik niet over, mijn werk is kijken naar de zorgvraag en aangeven welke betaling daar bij past, ik wens u allen nog een recht genoeglijke dag.”
Nu dreigt het volgende: wij zijn ook niet gek en gaan in de toekomst in het ziekenhuis op zoek naar die revalidatiekandidaten van wie we denken dat ze wel weer naar huis zullen kunnen na verblijf bij ons. Gevolg daarvan is dat het ziekenhuis gauw ópnieuw verstopt zal raken met moeilijk revalideerbare ouderen, die ze nergens kunnen plaatsen. Ik zeg ’opnieuw’, want we hadden dit probleem enkele jaren geleden bijna opgelost, doordat verpleeghuizen in uitstekend overleg met de ziekenhuizen moeizaam revaliderende ouderen snel overnamen.
Het door vrijwel iedereen bij dag en bij nacht vervloekte CIZ slaagt er aldus moeiteloos in door onnadenkend indiceren de boel op trefzekere wijze te verneuken. Het is bezuinigend bedoeld, maar het effect is kostenverhogend, omdat wachten in het ziekenhuis ongeveer zes keer zo duur is als wachten in het verpleeghuis. Als het CIZ nu ook in het ziekenhuis binnendringt om daar geld naar zorg uit te keren dan overzie ik even niet meer wat er gaat gebeuren.
Wat ik wel zie is de blijvende chaos waar een eindeloos lange stoet ouderen in terechtkomt op hun moeizame tocht vanaf het eerste probleem thuis: naar de eerste hulp in het ziekenhuis, dan opname in het ziekenhuis, vervolgens tijdelijke doorplaatsing naar het verpleeghuis, en dan eindbestemming weer thuis, serviceflat, verzorgingshuis of verpleeghuis. Ja, of het graf natuurlijk, waarbij deze laatste bestemming op elk ogenblik vanaf elk tussenstation bereikt kan worden. Zij het niet op afroep, want wij mogen ouderen wel slecht behandelen, zij mogen zich daar niet aan onttrekken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.