*

 

Ontwapenende stekeligheid

Koos Dijksterhuis − 09/10/09, 00:00

Laatst schreef ik dat ik in geen jaren jonge egels had gezien. Toevallig was vlak daarna een egelweekend afgekondigd, om mensen voor egels te porren. Het gaat slecht met de egel. Ik heb een proefschrift en twee rapporten over egels in de kast staan. Van jaren her. De egel baart ons al tijden zorgen, maar we zijn niet in staat geweest het arme dier van dienst te zijn. Kattenbrokjes neerleggen, verder komen we niet. Het landschap blijft uitgekleed, wegen worden drukker.

  • Egel (Koos Dijksterhuis)

Toen ik met negentig kinderen en negen volwassenen van basisschool de Swoaistee door Drenthe fietste, zagen we twee baby-egeltjes. Twee fietsers stapten af, onder wie ondergetekende, en kwamen met hun camera griezelig dichtbij. De egeltjes waren zich van geen gevaar bewust. In al hun stekeligheid waren ze buitengewoon ontwapenend. Onbekommerd scharrelden ze door het gras, op dertig meter afstand van elkaar. Waren ze elkaar kwijt? Ze zaten in een berm tussen een drukke autoweg en het fietspad met sloot erlangs. Geen doorkomen aan, toch zijn ze er gekomen. Zouden ze ooit terugkomen? Dat fietspad gaat nog, die sloot lijkt me lastiger, maar misschien rolt een egel erin, zwemt ’ie erover en klautert ’ie er weer uit. En verderop was een dammetje over de sloot, een passage naar een woestenij van met onkruidverdelger bespoten maïsstoppels. Leer mij een egel kennen die daar heen wil! De weg oversteken is voor egels een nog kansarmere optie.

Misschien wilden ze in die berm blijven. Hoog en laag gras groeide er. Ideaal voor de voedselvoorziening. De berm als laatste toevluchtsoord!

mailIcon print |