*

 

’Ik ben altijd beschikbaar’

Antal Crielaard − 17/07/09, 00:00

Met zijn wapperende haren en karakteristieke hoofd is juryvoorzitter Martin Bruin een niet te missen figuur in de Ronde van Frankrijk.

  • Martin Bruin in karakteristieke pose tijdens een etappe van de Tour de France. (FOTO AFP )
  • (Trouw)

Typerend beeld: Martin Bruin staat in een auto, het bovenlijf vervaarlijk zwaaiend uit het open dak. Hij geeft aanwijzingen, maant de renners tot rust of gebaart met een strenge blik wat er moet gebeuren. De 59-jarige Nederlander is dit jaar voorzitter van de jury in de Ronde van Frankrijk – een plek waar hij volledig op zijn plaats is. Bruin gaat geheel op in de Tour, hij leeft voor de sport en heeft er zijn privéleven voor opgegeven. Als hij klaar is in Frankrijk vertrekt hij een dag later alweer naar de Ronde van Denemarken.

„Hoe ik dat privé allemaal doe?” Bruin lacht en zegt: „Ik ben niet getrouwd, heb geen kinderen en de poes is ook al zeven jaar dood. De laatste vijf jaar werk ik niet meer. Ik denk dat je wel kunt zeggen dat ik het ideale jurylid ben. Ja, ik ben altijd beschikbaar. Ik ben wel getrouwd geweest hoor, maar dat huwelijk heeft helaas schipbreuk geleden. Maar toen was het eigenlijk niet anders dan nu: was ik ook nooit thuis.”

Bruin is al voor de zesde keer jurylid in de Ronde van Frankrijk, het hoogste ambt dat je kunt bereiken als scheidsrechter in dienst van de internationale wielrenunie UCI. Hij is nu voor de tweede keer voorzitter van de jury. „Volgend jaar ben ik er zeker níet bij”, weet hij. „De UCI kan kiezen uit wel honderd commissarissen. Al ben ik er één keertje twee keer achter elkaar bij geweest. Dat was in 1997 en 1998. Maar ik kan nog een tijdje mee. Zeer recent is de leeftijd voor juryleden opgetrokken naar 70 jaar.”

In het startdorp is Bruin een graag geziene gast. Hij schudt overal waar hij komt handen, lacht joviaal met iedereen mee, maakt af en toe een grap en slaat mensen zonder uitzondering op de schouders. In de 35 jaar dat hij actief is in het wereldje heeft hij zijn sporen ruimschoots verdiend. Tijdens een gesprek komt een oude man aangelopen. Als de man Bruin opmerkt beginnen de ogen te glimmen. „Ouwe casinomedewerker”, roept hij in het Frans. Bruin is direct een en al oor. „Ouwe collega”, zegt hij even later lachend.

Bruin werkte jarenlang als croupier bij Holland Casino, maar heeft die baan opgegeven. Het jureren was niet meer te combineren met zijn baan. Hij sloot een goede overeenkomst met zijn werkgever en stortte zich volledig op de wielersport. „Ik heb een keuze gemaakt. Een keuze voor de sport. Ik heb altijd al voor het wielrennen geleefd. En nu helemaal. Ik verdien er niets mee. Ik krijg een onkostenvergoeding, waarvan je net een aardig souvenir kunt kopen. Veel meer is het niet. Maar ik geniet ervan; ben graag onderweg. Ik vind het heerlijk ’om erbij te zijn’.”

De afgelopen week had Bruin het druk. Er was een hoop commotie over het gebruik van de zogenaamde ’oortjes’, technologische hulpmiddelen die ploegleiders en renners in staat stellen onderweg met elkaar te communiceren. De organisatie van de Tour verbood het gebruik ervan in de negende etappe, wat tot een enorm protest leidde van de ploegen. Bruin werd uiteindelijk een spil in de kwestie.

Hij diende elke renner te controleren op het dragen van oortjes. Als voorzitter van de jury moest hij zich ferm uitspreken. „Iedereen die niet gehoorzaamt, wordt uit de Tour gezet”, zei hij dinsdag.

Zo ver kwam het niet. In de bewuste etappe werden geen oortjes gedragen. Vandaag – ook een dag die aanvankelijk zou worden verreden zonder communicatiemiddelen – is het gebruik van oortjes weer toegestaan. Bruin: „De ploegleiders hebben gewoon niet opgelet. Het is al maanden van te voren aangekondigd en dan hoor je niets. Iedereen heeft zijn fiat aan deze test gegeven. Je zou op zijn minst kunnen zeggen dat de onderhandelaars van de ploegen niet optimaal hebben gerendeerd. En dan druk ik het netjes uit.”

„Ik kan me ook wel wat voorstellen bij een wedstrijd zonder oortjes. Als je ziet hoe de laatste etappes verlopen is dat toch een beetje saai. Een groepje rijdt weg, krijgt een bepaalde voorsprong en op het juiste moment wordt door de ploegleiders aangegeven wie er wanneer en hoe hard moet gaan rijden. Je kunt je afvragen of de sport daarbij gebaat is. De oortjes hebben een functie als het gaat om veiligheid, daar ben ik het wel mee eens. Maar de medaille heeft ook een ander kant. Misschien moeten we daar ook eens naar kijken.”

mailIcon print |