*

 

’Kees, zeg wat!’, maar de verdachte zwijgt

George Marlet − 17/07/09, 00:00

De man die wordt verdacht van het neersteken van een politieman, zorgde gisteren opnieuw voor verbijstering door consequent te zwijgen. De strafeis is hoog: 18 jaar.

De strafzaak is al zo’n twee uur bezig als een van de rechters hardop de vraag stelt die iedereen in de zittingzaal bezighoudt. „U kunt dit toch niet langs uw koude kleren laten afglijden? Dat bestaat toch niet. Of moet ik zeggen ’Kees? Kees, zeg wat!’”

Maar de 28-jarige Kees van H. uit Driebergen blijft voorovergebogen met zijn hoofd op tafel liggen en zwijgt. Ook de hoge strafeis voor poging tot moord, 18 jaar gevangenisstraf, roept bij hem geen merkbare reactie op. Hij blijft zwijgen, zoals hij dat volgens zijn familie al doet sinds november 2007 en in elk geval sinds hij op zondag 25 januari van dit jaar op het NS-station Driebergen-Zeist een politieman neerstak.

De brigadier is door de messteken bijna volledig verlamd en zal dat waarschijnlijk de rest van zijn leven blijven. „Ik ervaar het als extra verbijsterend dat ik uitsluitend als hulpverlener optrad voor iemand die voor de trein wilde springen”, aldus de nu 48-jarige brigadier in een schriftelijke verklaring voor de rechtbank.

De brigadier sprak Van H. op het station aan na een melding van familie dat de man van plan was om zelfmoord te plegen. Het gesprek verliep aanvankelijk rustig, tot Van H. na een vraag of hij ’hulp kon gebruiken’ een groot duikmes uit zijn jas haalde en de brigadier in het gezicht stak. „Natuurlijk kan ik hulp gebruiken”, was volgens de politieman de reactie van Van H. Daarna stak hij de inmiddels op de grond liggende brigadier in zijn rug en nek, met catastrofale gevolgen. De verdachte ging een paar meter verderop op een bankje zitten en liet zich zonder verzet arresteren.

Volgens officier van justitie A. Bijleveld „kun je qua letsel niet veel dichter bij de dood komen” dan hier is gebeurd. De onderzoekers van het Pieter Baan Centrum durven geen uitspraak te doen of Van H. tijdens de steekpartij toerekeningsvatbaar was. Ook tijdens de zeven weken lange observatie zweeg Van H. de meeste tijd. Voor de officier van justitie is wel duidelijk dat de man ’niet goed’ en ’gevaarlijk’ is. Een tbs-maatregel is niet mogelijk zo lang niet vaststaat dat een verdachte psychisch instabiel is. Bijleveld noemde het „onacceptabel dat de verdachte in de samenleving terugkeert zonder dat duidelijk is wat er aan hem schort of wat het gevaar van herhaling is”. Een langdurige gevangenisstraf moet die kans verkleinen.

In een vergelijkbare zaak, het neerschieten van een rechercheur in Apeldoorn, is de dader door de rechtbank Zutphen veroordeeld tot vijftien jaar en in hoger beroep door het gerechtshof Arnhem tot tien jaar gevangenisstraf. De rechtbank Utrecht doet op 30 juli uitspraak.

mailIcon print |