Het feit dat werknemers eerder bij saneringsplannen van hun bedrijven betrokken worden, zorgt ervoor dat ’crisis-spanningen’ uitblijven.
De verwachting was dat met forse crisisingrepen zoals massaontslagen de spanning in bedrijven zou toenemen. Maar in deze tijden van nood blijken vertegenwoordigers van werknemers, zoals ondernemingsraden (OR), en de bedrijfstop elkaar juist heel goed te kunnen vinden.
Tot deze conclusie komen onderzoekers van het adviesbureau Berenschot na peilingen onder voorzitters van ondernemingsraden bij grotere bedrijven. De werknemersvertegenwoordigers bij onder andere ING, Philips, Heineken en bouwbedrijf Heijmans zijn bijna allemaal tevreden over de samenwerking met hun bestuurders. Het belangrijkste vinden ze dat ze op tijd bij de plannen voor reorganisaties en saneringen worden betrokken.
In het voorjaar was dat nog anders, zegt consultant Luuk Verburgh van Berenschot. Bij een congres in maart met vertegenwoordigers van verschillende bedrijven bleken standpunten over saneringsplannen nogal uiteen te lopen. De betrokkenen waren niet op de hoogte van elkaars visies en de samenwerking liep stroef, beschrijft Verburgh. De vertegenwoordigers van de ondernemingsraden leken zich te verzetten tegen de ingrepen. Ze zaten niet op dezelfde golflengte en er was lang niet overal draagvlak voor de plannen van de top, zo bleek.
Maar na vijf maanden is de samenwerking sterk verbeterd, constateren de onderzoekers van Berenschot tot hun eigen verbazing. Verburgh: „Kennelijk is het besef gegroeid dat het noodzakelijk is elkaar te begrijpen en te helpen.”
De snelheid waarmee organisaties met de gevolgen van deze crisis zijn geconfronteerd, maakt volgens Verburgh snel ingrijpen noodzakelijk. Wordt een ondernemingsraad in een vroeg stadium bij het overleg betrokken, dan komt het officiële advies van de raad veel sneller tot stand. Het scheelt al gauw twee tot drie maanden, wat betekent dat plannen sneller kunnen worden uitgevoerd, mét meer draagvlak. De ondernemingsraden kunnen de top van hun bedrijven ook een spiegel voorhouden, omdat ze veel weten over de situatie op de werkvloer. Leidinggevenden hebben nogal eens de neiging om dat soort informatie te filteren.
Er blijkt nog wel wat te verbeteren. De OR-voorzitters zeggen graag eerder bij de plannen betrokken te willen worden. De top heeft daar soms moeite mee. Volgens de onderzoekers van Berenschot is de kennis en ervaring van de or van belang om een goede ’sparring partner’ te zijn. Een probleem met gevoelige ingrepen is de communicatie van de raden met hun achterban. Massaontslagen zijn moeilijk uit te leggen. Verburgh suggereert dat ze vaker op de zeepkist kunnen gaan staan en naast intranet en mail ook met klankbordgroepen kunnen werken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.