*

 

Eitje is jong, maar lichaam niet

Nicole Lucas − 17/07/09, 00:00

Eicellen invriezen op je 35ste om op je 45ste of later alsnog een kind te krijgen. Wat betekent dat voor de gezondheid van moeder en kind?

  • Sandra Blankenberg en haar zoontje Pepijn. (FOTO KOEN VERHEIJDEN)

Gynaecologen hameren er al jaren op: zwanger worden op latere leeftijd brengt risico’s met zich mee, voor aanstaande moeder én kind. Deels hebben die te maken met de kwaliteit van de eicellen, die afneemt naarmate een vrouw ouder wordt. „Dat geeft vooral risico’s voor het kind. Dat heeft bijvoorbeeld een grotere kans op het syndroom van Down en andere chromosomale afwijkingen”, zegt Frans Helmerhorst, hoogleraar klinische epidemiologie van fertiliteit aan het Leids Universitair Medisch Centrum.

Daarnaast kunnen er problemen ontstaan doordat het lichaam ouder is. „Het hart- en vaatstelsel is ouder, kan een zwangerschap soms minder goed aan”, zegt Didi Braat, hoogleraar verloskunde en gynaecologie aan het Universitair Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen. „En dat verhoogt de kans op ondermeer zwangerschapsdiabetes en hoge bloeddruk. Je ziet bovendien dat bij vrouwen die op latere leeftijd zwanger worden de baby vaker te vroeg geboren wordt en relatief licht is. Dat kan belangrijke gevolgen hebben voor de latere ontwikkeling van het kind.”

Dat probleem blijft, ook als vrouwen hun eicellen laten invriezen om ze pas later te gebruiken, zoals het AMC in Amsterdam vanaf volgend jaar wil gaan doen. Helmerhorst: „Het risico op chromosomale afwijkingen verminder je, al kun je het natuurlijk nooit helemaal wegnemen. Maar de problemen die een ouder wordend lichaam met zich meebrengt, neem je er niet mee weg.”

Braat verwijst naar de ervaringen met eiceldonatie, waarbij een vrouw de bevruchte eicel van een ander ingebracht krijgt. Daarvoor geldt een leeftijdsgrens van 45 jaar. „Een zwangerschap tot stand brengen is niet het probleem, wel het zorgen voor een gezonde zwangerschap, één die goed afloopt voor moeder en kind.” Eiceldonatie, vult Helmerhorst aan, is nog relatief ongecompliceerd. „Je hebt niet te maken met vitrificatie: het invriezen, weer ontdooien en bevruchten van de eicel en het daarna terugplaatsen in de baarmoeder. We weten nog nauwelijks wat voor effect dat heeft.”

Wereldwijd zijn er naar schatting zo’n duizend baby’s geboren uit ingevroren eicellen. Volgens de website van het Egg Freezing Center in het Amerikaanse Santa Monica, dat diensten aanbiedt voor het „behoud van de vruchtbaarheid”, komen onder deze baby’s niet vaker afwijkingen en gebreken voor dan onder kinderen die op natuurlijke wijze zijn verwekt. Volgens Braat is het echter nog veel te vroeg om dergelijke conclusies te trekken. Daarvoor zijn nog onvoldoende kinderen lang genoeg gevolgd. Ze verwijst naar het zogenaamde Pops-onderzoek, waarbij kinderen die in 1983 veel te vroeg en/of veel te licht ter wereld kwamen, langdurig worden gevolgd. „Aanvankelijk leek het erop dat sommige kinderen niet al te veel nadelen hadden ondervonden van hun vroeggeboorte. Maar naarmate ze ouder werden, openbaarden zich toch steeds vaker gedragsproblemen en mentale handicaps.”

mailIcon print |