weblog Iwan Spekenbrink heeft een lach van oor tot oor op het gezicht. Hij sprak zojuist met een mevrouw. Een leuke mevrouw, maar dat was niet de reden voor de brede glimlach. Want Spekenbrink heeft zijn eigen vrouw mee in koers en dan is het ongepast om te lachen naar andere leuke mevrouwen. Spekenbrink – manager van de Nederlandse ploeg Skil-Shimano – lacht eigenlijk om de werkgever van de mevrouw.
De mevrouw wil alles weten van Kenny van Hummel. De sprinter van Skil-Shimano is erg in trek bij vrouwelijke verslaggevers. Ook een verslaggeefster van de Belgische krant Het Laatste Nieuws wil van alles van de spurter weten. Niet vanwege de sportieve prestaties en ook niet vanwege het olijke gezicht, de brede bovenbenen of zijn mannelijke uitstraling. Nee, de vrouwen maken ’het andere verhaal’. Kenny staat laatste in het algemeen klassement en dat is natuurlijk een leuke reportage. De spreekwoordelijk drager van de Rode Lantaarn genereert nu eenmaal veel aandacht.
Spekenbrink vindt de interesse prima. Maar Kenny moet geen cultheld worden, zegt hij. Van Hummel is een goede sprinter en hij eindigde in zijn eerste Tour al twee keer in de top tien. Daar moet het eigenlijk over gaan, vindt de manager. Dat al die vrouwen nu als vliegen om de sprinter zoemen, vindt hij echter prima. De mevrouw met wie hij net sprak, werkt namelijk voor The New York Times en dat vindt zelfs de nuchtere Spekenbrink heel aardig. De kleine Nederlandse ploeg, in die grote internationale krant. Spekenbrink ziet een beetje rood van verbazing. De lach lijkt op zijn gezicht gebeiteld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.