ADHD te lijf? Beter slapen? Het kan met de uit de VS afkomstige neurofeedbackmethode. Er zijn wel voorwaarden aan verbonden, voor therapeut en ontvanger.
Maarten Maurits heeft nog snel een sigaretje gerookt. Ongeduldig wacht hij – Metallica T-shirt, donkere ogen, een baardje van een paar dagen – tot hij mag plaatsnemen in de stoel. Maurits is 29 en heeft ADHD. Daarom komt hij sinds november twee keer per week in Amsterdam, bij het Neurofeedback Instituut Nederland.
Psycholoog Aldo Euverman is nu veertig sessies met Maurits bezig. Hij helpt hem om zijn hersenactiviteit, die ontregeld is zoals dat gaat bij ADHD, weer in balans te brengen. Dat doet hij met behulp van neurofeedback, wat moet leiden tot klachtenvermindering. Op basis van vragenlijsten die Maurits voor aanvang van de behandeling invulde, vormde Euverman zich ideeën over de frequentieverdeling van de hersengolven in Maurits’ hoofd. Die frequentieverdeling bracht hij, voor de serie behandelingen begon, in kaart met een QEEG, een plaatje van de hersenen.
In dat QEEG (een ’kwantitatief elektro-encefalogram’) was volgens Maurits „alles knalrood”. Hij duidt daarmee op de activiteit in een specifiek deel van de hersenen: hoe meer rode vlekken in de scan, hoe meer hersenactiviteit. Is er vooral blauw te zien, dan duidt dat op onderactiviteit. Per hersengebied wordt gekeken welk soort hersengolven actief is. Alfa-golven zijn vooral in rust actief, delta-golven tijdens slaap, thèta-golven als de cliënt wat suffig is, high-bèta bij stress. Op het QEEG is goed te zien dat Maurits ADHD heeft: hij heeft in zijn frontale (voorste) hersengebieden relatief veel thèta- en high-bètagolven.
De diagnose ADHD werd voor het eerst gesteld toen Maurits zestien was. „Ik heb een paar dagen Ritalin gebruikt”, vertelt hij, „maar daar werd ik alleen maar drukker van.” Een ander „goedje” hielp ook niets. Maurits zocht andere oplossingen, zijn moeder wees hem op neurofeedback. Baat het niet, dan schaadt het niet, was het devies.
Vandaag is volgens Maurits een aardige dag om zijn hersenen te trainen: hij voelt zich fit en is vrij. Dat helpt. „Op mijn werk hangt een vergadercultuurtje”, vertelt hij, „en daar ben ik niet zo goed in. Het zou niet de eerste keer zijn dat ze me wakker moesten maken.” Het trainen van zijn hersenen vindt plaats met behulp van een film en Maurits neemt meestal zijn eigen dvd mee. Vandaag een van The Doors. Hij is blij verrast te zien dat de dvd-speler, die de vorige keer even haperde, weer werkt: „Is je dvd-speler weer gefixt, chill man!” Hij legt zijn voeten op het bankje voor zich en neemt een ontspannen houding aan. Psycholoog Euverman maakt ondertussen de oorlellen van zijn cliënt schoon met een gel om er elektroden op aan de sluiten. Eén elektrode plakt hij op Maurits’ voorhoofd, iets naar rechts. De elektroden staan in verbinding met het televisiescherm.
„Zit je goed?”
„Yes.”
„Feedback werkt volgens het principe van operante conditionering”, legt Euverman uit. „Doen je hersenen het goed, dan krijgen ze positieve feedback en andersom.”
’Het goed doen’ betekent dat de hersengolven binnen de grenzen blijven die Euverman bepaalt. Met een ontspannen houding en veel trainen moet dat lukken.
Feedback krijgt Maurits van de film. Met drie elektroden op zijn hoofd kijkt hij gebiologeerd naar het scherm, waarop Jim Morrison een zaal platspeelt. Als Maurits en zijn hersengolven binnen de strakke grenzen blijven, krijgt hij positieve feedback: de film heeft goed beeld en geluid. Komt bij buiten de grenzen, dan wordt het beeld donker en het geluid zachter. Die ’negatieve feedback’ zet zijn hersenen ertoe aan om binnen de grenzen te blijven. Vandaag gaat het goed, hij kijkt twintig minuten lang en houdt de hersenen in bedwang. De film speelt onafgebroken: het beeld helder, het geluid zuiver.
Vorige week hebben Maurits en psycholoog Euverman een nieuw QEEG gemaakt. Maurits had er veertig sessies opzitten en na zoveel trainen zou het plaatje van zijn hersenen er nu anders moeten uitzien. De rode vlekken bleken bijna helemaal weg. Voor beiden een succes. Maar dat het plaatje er anders uitziet is één ding: Maurits moet ook merken dat hij minder last heeft van zijn ADHD. Vaak, maar niet altijd, merkt hij verschil. „Vooral als ik te druk voor woorden ben. Dán merk ik dat de neurofeedback helpt.” Zijn omgeving merkt het des te meer. „Zij vinden me veel opgeruimder.”
Van neurofeedback is aangetoond dat het werkt bij ADHD. Derk Mulder, directeur van het Neurofeedback Instituut Nederland, wijst op een onderzoek waarin honderd kinderen Ritalin kregen toegediend. De helft kreeg alleen Ritalin, de andere helft ook neurofeedback. Na een tijd werd een nieuwe meting gedaan. Toen bleken de kinderen die neurofeedback hadden gehad veel minder last van hun ADHD te hebben.
Ook voor slaapstoornissen is de werkzaamheid van neurofeedback aangetoond. Psycholoog Euverman heeft een aantal succesverhalen meegemaakt: veel cliënten kreeg hij weer aan het slapen. Maar een wondermiddel is het niet, zegt hij. „De behandeling is intensief, vaak twee keer per week.” En soms maakt de behandeling deel uit van een groter kader, waarin ook therapeutische gesprekken horen. Vaak moeten cliënten hun leefstijl aanpassen. „Bij burn-out klachten bijvoorbeeld, kun je neurofeedback toepassen, maar als een cliënt niet bereid is om rustiger aan te doen, werkt het niet.”
Er zijn redenen om cliënten niet in behandeling te nemen. Drugs bijvoorbeeld verstoren het EEG. En als cliënten niet stil kunnen zitten, is het niet mogelijk om een EEG af te nemen. Euverman heeft veel cliënten met ADHD, en niet bewegen is voor hen moeilijk. Maar hij maakt zelden mee dat stilzitten niet lukt. „We spreken het gewoon af.” Ook voor cliënten met ernstige psychiatrische problemen heeft neurofeedback niet de eerste voorkeur als behandelmethode.
De therapie is over komen waaien uit Amerika en nog volop in ontwikkeling. Neurofeedback Instituut Nederland is betrokken bij onderzoek in samenwerking met de Radboud Universiteit in Nijmegen. Dubbelblind en placebo-gecontroleerd, want dat is er nog onvoldoende.
Sommige wetenschappers zijn sceptisch ten aanzien van de therapie. Dat komt, volgens Euverman, doordat die ook wordt aangeboden door mensen die geen verstand van zaken hebben. Niet iedereen is opgeleid tot psycholoog en heeft de juiste kwalificaties om neurofeedback aan te bieden. Euverman heeft gehoord van een cursus in Limburg: die moet in drie dagen opleiden tot therapeut. „En dat kan dus niet.”
Gelukkig is er een keurmerk voor therapeuten in ontwikkeling, weet directeur Mulder. De sectie Neurofeedback van het Nederlands Instituut voor Psychologen is bezig met een register voor neurofeedbacktherapeuten. Het moet nog goedgekeurd worden door het bestuur. Dat is ook het moment waarop zorgverzekeraars neurofeedback in hun pakket kunnen opnemen.
Keurmerk of niet, voor Maarten Maurits werkt het. Hij is rustiger. Maurits en Euverman komen overeen om de sessies af te bouwen naar één keer per week. Maurits trekt zijn leren jas aan en zoekt in zijn binnenzak naar sigaretten. Euverman doet er eentje mee, dat kan nog net voor zijn volgende cliënt op de stoep staat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.