De Chinese Muur is niet 290 kilometer langer dan gedacht, zoals Trouw gisteren meldde, maar wel bijna vierduizend kilometer: geen 5000 maar 8850 kilometer. Metingen met GPS brachten aan het licht dat in historische bronnen maar een slag naar de werkelijke lengte werd geslagen.
Bij die metingen is wel alles meegerekend: ruim zesduizend kilometer muur, vierhonderd kilometer geulen en meer dan tweeduizend kilometer natuurlijke obstakels, zoals heuvels en rivieren. Delen van de oorspronkelijke verdedigingslinie langs de noordelijke grens van China waren enige tijd aan het zicht onttrokken, ondergestoven door zandstormen. Twee jaar geleden begon de herontdekking, waarbij fragmenten, gebouwd tijdens de Ming-dynastie (1368-1644), in kaart werden gebracht. De Chinezen meten voorlopig nog door, om oudere stukken gedetailleerd te beschrijven. De eerste bouw dateert van de vijfde eeuw voor Christus.
Kameleon blijkt eigen dokter
De panterkameleon is niet alleen bijzonder omdat voor de vele varianten de complete verfdoos is gebruikt. Er schuilt ook een medicus in deze hagedis: als hij gebrek heeft aan vitamine D3, verplicht dit diertje van Madagaskar zichzelf om langer in de zon te zitten. Biologen dachten altijd dat hagedissen alleen lagen te zonnen ten faveure van de inwendige thermometer.
De kameleon haalt zijn dosis D3 uit voedsel en maakt de rest zelf aan in de huid, met behulp van UV-straling. Aan de insecten die ze eten hebben ze niet genoeg. Zonnen dus? Biologen voerden sommige kameleons gewone D3-arme krekels, andere gaven ze krekels met een D3-poeder. De laatste kameleons zochten veel eerder de schaduw op. De onderbedeelden bleken nauwgezet het D3-tekort aan te vullen, door precies lang genoeg te blijven bakken. De biologen vermoeden dat een D3-receptor in het brein de precieze stand bijhoudt en ho roept.
Mieren hebben waterdichte methode om goed huis te vinden
Rotsmieren op zoek naar een nieuw nest putten zich niet uit in het vergelijken van het aanbod. Ze sturen er verkenners op uit, die elk een mogelijk onderkomen inspecteren en dan een nestgenoot ophalen. En die weer een volgende, en zo verder. Dat zou resulteren in een gespleten mierenvolk, maar het komt goed, omdat elk individu zekere eisen aan een mierenwoning stelt.
Biologen voorzagen de mieren van zendertjes en stelden vast dat 41 procent van de leden in het mindere huis daar de neus voor ophaalde en naar het andere nest verkaste. Ook als dat ver weg was. Van de mieren die daar direct al heengingen, verhuisde maar 3 procent naar de mindere woning. Ga daar even mee door, en dan belandt het hele spul tenslotte in het luxe-nest. Zonder dat de mieren zich suf hoeven te bezichtigen en van alle huizen de voor- en nadelen moeten onthouden. Dat leidt bij dier én mens toch maar tot verkeerde beslissingen, schamperen de biologen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.