*

 

Thuiszitters

Rob Schouten − 22/04/09, 00:00

opinie Misschien ben ik er wat overgevoelig voor, maar de woorden ’aanhang’ en ’aanhanger’ bevallen me maar matig. Of ze nu van links of van rechts komen.

Ze doen me aan ’aanhangsel’ denken, een woord dat ik steevast met ’wormvormig’ associeer, al zijn er ook wel andere aanhangsels, maar altijd iets wat in z’n eentje niet functioneert. Zelfs de aanhangwagen, toch een nuttig bedrijfsding en in de vorm van een caravan zelfs iets om de mens opgewekt te stemmen, kan het niet op eigen houtje, maar er moet een auto of een trekker voor.

Bij het woord aanhang zie ik gebalde vuisten voor me, van woede of vreugde vertrokken koppen. Er is altijd wel enige aanhang in het nieuws, is het niet van een voetbalclub die gewonnen heeft dan wel van een of andere politieke partij, waarvan de aanhangers de straat opgaan. Hier, krant van gisteren: ’Aanhangers van de nationalistische UBP-partij vieren hun winst bij de verkiezingen in Noord-Cyprus’. Het zijn altijd dezelfde plaatjes, van mensen die op een of andere manier uit hun dak gaan omdat ze iets te vieren hebben of zich tegen iets keren.

Aanhang anonymiseert, het maakt je deel van een collectief, een meeloper, iemand die aan iets hangt. Je vraagt je bij aanhangers altijd af wat ze drijft om zich zo te laten gaan. In het programma ’Netwerk’ van afgelopen dinsdag werd de aanhang van de PVV geanalyseerd. Nederland is in zoverre een aangenaam land, dat je van het verschijnsel ’aanhang’ voornamelijk iets merkt als er iets te vieren valt, voetbalfans, oranjevolk.

Wij hebben geen politieke cultuur waarin mensen makkelijk spontaan met z’n allen de straat opgaan om opstandig te gaan schreeuwen. Ooit was dat misschien anders, toen de gebroeders De Witt gelyncht werden bijvoorbeeld, maar dat is heus driehonderdvijftig jaar geleden. En toen na de dood van Pim Fortuyn zijn aanhang voor de verandering wél de straat opging voelde je opeens ook direct de dreiging van zo’n collectieve boosheid, want daaraan waren we niet gewend.

Demonstraties kennen we wel, en die kunnen ook bij ons uit de hand lopen, maar demonstraties zijn eigenlijk het tegendeel van wat ik bedoel, ze zijn georganiseerd, er wordt gescandeerd. Ook de aanhang van de PVV, Nederlands ontevredenen, begint niet in het wilde weg te schreeuwen en het verkeer te ontregelen. Toen Geert Wilders onlangs demonstratief met zijn aanhang de Tweede Kamer verliet, schrok iedereen wakker want zelfs dát is bij ons geen gebruik.

De PVV’ers in Netwerk klaagden stuk voor stuk, over de lakse overheid, over de mislukte integratie, over het gebrek aan ordehandhaving, maar ze stonden ook allemaal thuis in hun woonkamer, of ze reden in golfkarretjes naar de golflinks terwijl ze meldden dat de multiculturele samenleving hun niet beviel. Ze hielden er naargeestige, egoïstische ideeën op na en lazen De Telegraaf, maar ik zag ze niet echt tot een volksbeweging groeien. Dat stelde me enigszins gerust: geen verwrongen koppen die ’Allah Akhbar!’ roepen of zich door president Chávez laten ophitsen. Gewoon thuis aanhanger zitten wezen, bij de haard.

mailIcon print |