Bereisde Nederlanders beantwoorden vragen over hun favoriete reisbestemming. Ria Heemskerk (39), districtscoördinator bij Sovon Vogelonderzoek in Flevoland, tipt natuurpark Biebrzanski (Polen).
Waarom is dit de ultieme vakantiebestemming?
„Het is een natuurpark zo groot als de helft van de provincie Utrecht; heel uitgestrekt. Je hebt er prachtige moerassen, bossen en rivierduinen. Ooit waren dat rivierbeddingen waar zand is afgezet. Het water is allang verdwenen en er bleef een wonderlijk duinlandschap over. Er zijn ook grote bossen en kleine dorpjes. De voorzieningen zijn heel kleinschalig, waardoor er weinig toeristen komen.
Je kunt er vooral fijn kamperen. Er zijn wel een paar kleine hotelletjes, maar vooral kamperen is heel bijzonder daar omdat er zoveel dieren zijn. Je komt er elanden tegen en er zijn bevers, otters, veel reptielen boomkikkers, ringslangen, adders. En natuurlijk vogels. Je kunt er kraanvogels zien, de zwarte ooievaar, witvleugelsternen en waterrietzangers.”
Wat moet je beslist doen?
„Het is heel bijzonder om ’s avonds in een van de uitkijktorens te gaan zitten. De elanden en kraanvogels verzamelen zich in de loop van de avond. De kraanvogels gaan samen naar een plek om te slapen. Dat is echt een prachtig gezicht.
Je moet ook beslist een kanotocht maken over de rivier de Biebrza. De campinghouder organiseert dat en die haalt je dan aan het eind van de dag weer op. Je vaart alleen over het riviertje en in de rietkragen zitten heel veel karekieten te krassen.”
Wat moet je niet doen?
„In het vroege voorjaar op paden gaan wandelen waarvan de plaatselijke bevolking zegt dat dat niet kan. Wij kwamen zo tot de liezen in de blubber terecht. In Polen is het ook raadzaam om eerst Engels te spreken en daarna pas Duits. Zelf spreken ze beter Duits, maar vooral bij ouderen is de herinnering aan de oorlog nog sterk.”
Voor wie is deze bestemming geschikt?
„Voor mensen die de charme van de eenvoud kennen en waarderen. Het is er primitief. Douches zijn er meestal niet op de camping – hoogstens een koud straaltje – maar het is er wel heel erg rustig.”
Valt er culinair nog iets te beleven?
„In de dorpjes kun je de traditionele Poolse plattelandkeuken krijgen, bijvoorbeeld zuurkoolsoep en vele stamppotten.”
Wat is de beste tijd om te gaan?
„Eind mei, begin juni is het het mooist omdat alles dan groen is en het nog niet zo warm is. In juli en augustus kan het er heel erg warm zijn. En de muggen zijn er nog niet in zulke grote aantallen. Het is wel een moerasgebied natuurlijk.”
Wat is het leukste dat je daar hebt meegemaakt?
„Dat heeft weer met vogels te maken, natuurlijk. We stonden op een camping in Kopykowo. Ik werd wakker en hoorde een roodmus. Die komt misschien twee keer per jaar in Nederland en nu zat er een zomaar op mijn tentje. Ik heb heel stil liggen genieten.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.