Als beginnend journalist mocht ik ooit Vlaamse poëzie, een expositie van zeeschilders en de film ’Ben Hur’ recenseren. En bovendien, met desastreus resultaat, een wedstrijd van Feyenoord – een doordeweekse, want aan zondagssport bezondigde Trouw zich niet. De verklaring lag niet in bijzondere bekwaamheid. Blijkbaar was voldoende dat ik wel eens gedichten las, geregeld langs het Maritiem Museum in Rotterdam fietste, al eerder een bioscoop had bezocht en niet ver van het stadion in Rotterdam-Zuid woonde.
Sindsdien is de dagbladjournalistiek aanmerkelijk professioneler geworden en recenseren aan de journalistenopleiding in Zwolle een vak. Wat daarbij komt kijken, hebben twee docenten – Hans Invernizzi en Tjeerd de Jong – bevattelijk geboekstaafd in ’Leren recenseren’ (Coutinho, 121 blz., euro15).
Hun grondgedachte dat elke journalist in hope dit vak kan leren, zal wel eerder op vergeeflijk wensdenken berusten dan op ervaring. Tips als ’schrijf soepele zinnen’ en ’probeer de ziel van de muziek in woorden te vatten’ wekken terecht de indruk dat enige aanleg verre van overbodig is. Wie daarover beschikt, kan met dit boek heel wat beginnersfouten vermijden.
Het bestrijkt veel genres: van muziek, film en toneel tot dans, beeldende kunst en zelfs computergames. Elke categorie grondig te bespreken was binnen het toegemeten bestek uiteraard ondoenlijk. Stiefmoederlijk bedeeld is bijvoorbeeld de literatuur. Maar met de algemene wenken en voorschriften die Invernizzi en De Jong etaleren, kan iedereen die zich aan gespecialiseerde kunstbeoordeling wil wagen, zijn voordeel doen. Ze variëren van argumentatietips en praktische suggesties tot stilistische en spellingsadviezen.
Het beste studiemateriaal blijven praktijkvoorbeelden. ’Leren recenseren’ is er rijkelijk mee gelardeerd. Wel valt het accent sterk op muziekrecensies. Maar zolang het tijdperk van de gedrukte kranten met hun schat aan aanvullend materiaal nog voortduurt, hoeft dat geen bezwaar te zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.