Kiezers hebben met hun grote steun aan zowel anti- als pro-Europese partijen duidelijk hun visie willen geven hoe ze verder willen met Europa, maar ze hebben daarmee wel „heel verschillende en soms zelfs tegengestelde signalen" gegeven.
„Dat is goed voor het debat over Europa”, aldus premier Jan Peter Balkenende vrijdag na afloop van de ministerraad. Hij beschouwt de uitslag van de Europese verkiezingen donderdag niet als een oordeel over het kabinetsbeleid. De coalitiepartijen CDA en PvdA leden verlies. Balkenende ziet de uitslag desondanks als „een aansporing” om „zaken die nodig zijn stevig aan te pakken, zeker in Europa”. „We moeten ervoor zorgen dat Europa sterker verankerd kan worden in de hoofden en harten van mensen.”
Balkenende ziet de uitslag als een wake up call om het werk van het kabinet stevig voort te zetten. „Maar we moeten oppasen voor grote woorden.” Hij ziet geen aanleiding om het kabinetsbeleid te wijzigen. „Het kabinet staat voor zijn beleid. Het gaat ook om hoe gaan we met elkaar om. Ik wil niet wonen in een land waar mensen aan de kant gezet worden om hun geloof”, zei hij in de richting van Geert Wilders.
Hij wees er verder op dat in het buitenland nu misschien het beeld ontstaat dat het „populisme in Nederland overwint”. Maar de uitslag laat ook zien dat de pro-Europese partijen in de meerderheid zijn, aldus Balkenende. Hij voelt er niet voor om gehoor te geven aan de oproep van de PVV om geld terug te eisen in Brussel. De EU kost de Nederlander gemiddeld 275 euro per jaar, maar de Europese samenwerking levert de Nederlander tussen de 2000 en 3000 euro per jaar op, aldus de premier.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.