De Mexicaanse griep lijkt lang niet zoveel dood en verderf te zaaien als gevreesd. Is het een hype?
De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in één week tijd twee keer de alarmfase opgeschroefd. De halve Mexicaanse economie is lamgelegd door preventieve maatregelen. En sommige virologen willen direct een enorme order plaatsen bij de vaccinindustrie.
Toch zijn er wereldwijd pas dertien mensen aan de nieuwe griep bezweken, zo meldt de Europese gezondheidsautoriteit ECDC op basis van in het lab bevestigde gevallen. Dat getal steekt schril af bij de 800 à 1000 doden die jaarlijks in Nederland vallen als gevolg van de gewone griep. Ook het aantal bevestigde besmettingen (498) blijft wereldwijd laag. In Mexico zou de epidemie zelfs al op haar retour zijn.
Voeg daarbij de constatering dat veel zieken op eigen kracht genezen, zonder pillen, en de conclusie ligt voor de hand: de wereld maakt zich druk om niks. We zijn hooguit het slachtoffer van een CNN-uitbraak, schamperde de Utrechtse viroloog Huub Schellekens.
Deskundigen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vinden het te vroeg voor zo’n ferm oordeel. Ogenschijnlijk valt de ramp mee, beamen ze, maar zekerheid daarover kan in deze fase niemand geven. De ware omvang van de uitbraak zal pas duidelijk worden als Mexico bij meer verdachte patiënten heeft getest of ze het nieuwe H1N1-virus onder de leden hebben. Pas dan valt te zeggen hoe snel H1N1 zich verspreidt en hoeveel schade het werkelijk aanricht.
Tot die tijd kun je beter het zekere voor het onzekere nemen, stelt RIVM-virologe Marion Koopmans in navolging van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dat betekent: de ziekte zoveel mogelijk proberen af te remmen, zodat je tijd wint om eventueel een vaccin te maken.
Dat is ook verstandig vanwege een ander gevaar: het virus kan muteren en agressiever worden. Bij elke nieuwe vermenigvuldiging ontstaan slordigheidsfoutjes in zijn erfelijk materiaal. Die kunnen tot gevolg hebben dat de ziekteverwekker sneller van mens op mens overspringt, ernstiger klachten geeft of resistent wordt tegen de virusremmer Tamiflu. Zolang dat risico bestaat, vindt het RIVM de kwalificatie ’hype’ voorbarig.
Overigens kunnen mutaties ook gunstig uitpakken: als een zeer dodelijk virus zodanig verandert dat het gemakkelijker van mens op mens overgaat, verliest het in de regel iets van zijn ziekmakende karakter. Het mildere virus zal zich dan weliswaar sneller verspreiden, maar relatief minder schade aanrichten. Helaas kan niemand een garantie geven. De Spaanse griep heeft laten zien dat een gemuteerd virus ook dodelijk en zeer besmettelijk tegelijk kan zijn.
De vraag is nu of we een vaccin moeten bestellen. Een vaccin wekt antistoffen op. Die bieden bescherming wanneer iemand met het virus in contact komt. Het werkt dus preventief, in tegenstelling tot de virusremmer Tamiflu, die bedoeld is voor als het virus al in het lichaam is binnengedrongen.
Zo’n vaccin geeft een veilig idee, maar kost ook een hoop geld. Dat is zonde als de pandemie vanzelf wegebt. Bovendien gaat de productie ten koste van het gewone wintervaccin, dat sowieso levens redt. Maar blijft de Mexicaanse griep rondhangen, dan wórdt het misschien de wintergriep en hebben we er sowieso een vaccin tegen nodig. De Gezondheidsraad, die komende week een spoedadvies over de aanschaf van een vaccin moet geven, heeft aan de kwestie hoe dan ook een zware dobber.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.