*

 

Van vmbo naar havo blijkt nuttig

Hanne Obbink − 23/05/09, 00:00

De ’koninklijke’ schoolloopbaan loopt van vmbo naar mbo of van vwo naar universiteit. Geldt dat nog, nu veel vmbo’ers naar de havo gaan?

Minister Klink deed het, net als de Leidse hoogleraar Cliteur en CDA-Kamerlid Van Dijk. Steeds meer scholieren doen het nu ook weer: overstappen van mavo naar havo. Een vijfde van alle leerlingen met een diploma van de theoretische leerweg van het vmbo (de vroegere mavo) leert door op de havo. Onder allochtonen is dat zelfs een kwart. Een klein deel van hen gaat daarna door op het vwo – net als Klink.

Ooit maakte zeker een derde van de mavo-leerlingen de overstap naar de havo. Maar in de jaren negentig daalde dat aantal gestaag.

Die daling viel samen met overheidsbeleid dat dit ’stapelen’ van opleidingen ontmoedigde. Beleidsmakers dachten destijds in termen van ’koninklijke routes’. Een van die routes liep van vwo naar universiteit, een ander van havo naar hbo. De derde leidde van vmbo naar mbo en daarna eventueel naar hbo. Overstappen van de ene naar de andere route vond men ’inefficiënt’.

Dat de vernieuwingen van eind jaren negentig tot een diepere kloof tussen mavo en havo leidde, daar had men destijds dan ook geen bezwaar tegen. De mavo werd theoretische leerweg in het vmbo (vmbo-t) en ook het programma in de bovenbouw van de havo werd hervormd. Vooral doordat het aantal examenvakken op de havo toenam (en op het vmbo-t niet), werd een drempel opgeworpen voor stapelaars.

Na de invoering van deze vernieuwingen daalde het percentage stapelaars inderdaad verder, tot zo’n 10 procent. Toen keerde het tij. In 2004 lag dat percentage alweer op 15 en inmiddels is het gestegen naar 21 – hoewel die drempel er nog ligt.

Al vóór de jaren negentig werd de weg van mavo naar havo vooral benut door kinderen uit milieus waar doorleren niet voor de hand lag; zij kregen pas in hun mavo-tijd de kans hun aanleg te bewijzen. Tegenwoordig wordt deze overstap vaak door allochtonen gemaakt. Onderzoek wijst uit dat zij, net als kinderen van laagopgeleide ouders, door de basisschool vaak naar een te laag niveau in het voortgezet onderwijs gestuurd worden. De route van vmbo-t naar havo biedt een tweede kans.

Twee jaar geleden waarschuwde de Oeso, de organisatie van industrielanden, dat universiteit en hogeschool in Nederland voor veel allochtonen onbereikbaar zijn, omdat ze al op hun twaalfde een andere kant op gestuurd worden. Minister Plasterk wees die kritiek toen van de hand: geheel in lijn met de filosofie van de koninklijke routes wees hij erop dat je ook uitstekend via vmbo en mbo naar de hogeschool kan.

Dat klopt, en inderdaad gaat nog steeds bijna 80 procent van de vmbo-t’ers naar het mbo. Maar wie via die route naar het hbo wil, is twee à drie jaar langer onderweg, met alle extra kansen op uitval van dien. 21 Procent vindt de keus voor de havo juist níet ’inefficiënt’. De koninklijke routes lijkt, kortom, door de werkelijkheid ingehaald.

mailIcon print |