*

 

'Zo gezellig zijn Nederlanders niet'

Marion Hahnfeldt − 23/05/09, 00:00

Jochen Reuling is een 64-jarige gepensioneerde, keurig gekleed, de schoenen gepoetst. Hoewel hij – Duitser – al een halve eeuwigheid met een Nederlandse getrouwd is, heeft hij een Duitse gewoonte behouden die in Nederland bevreemdend werkt. Terwijl de Nederlander overal en direct in een kameraadschappelijk toon vervalt, als was de wereld een kroeg, blijft Reuling altijd bij het formele ’u’.

Reuling leerde zijn vrouw in 1984 kennen, tijdens een vakantie op Kreta. Alleen haar naam al, Ada van der Hoogte, maakte destijds grote indruk op hem. Nu zegt hij dat het vooral haar open Nederlandse houding was die het ’m deed.

Twintig jaar lang zagen ze elkaar alleen in het weekend. Geen van tweeën wilde en kon de carrière in het land van de ander voortzetten. Hij werkte als econoom in Berlijn en Bonn, zij als ondernemer in Amsterdam. Sinds 2004 werken ze niet meer en ze wonen op een bovenwoning aan de Amsterdamse Sumatrakade, met weids uitzicht op het IJ. Overdag varen er cruiseschepen voorbij, die zo hoog zijn dat ze de hemel aan het zicht onttrekken.

„Zeker”, zegt Reuling, terwijl hij zijn woning rondkijkt, „ik voel me hier goed. Maar ik ben en blijf een buitenlander.”

Niet dat iemand hem, de Mof, zijn afkomst kwalijk neemt. Reuling wuift dat weg: „Die tijden zijn voorbij.” Was hij veel eerder naar Nederland gekomen, dan had men hem misschien uitgescholden voor Obersturmbannführer of zijn auto met hakenkruisen beklad. Dat is nooit gebeurd, en daarover hoeft hij zich ook geen zorgen meer te maken.

Want als door een wonder zijn de Duitsers hier plotsklaps ieders favoriet. Lezingen door Duitse schrijvers zijn uitverkocht. Duitsland-bashing bestaat niet meer, Berlijn wordt zelfs aangeprezen. Dat de grote oosterbuur in Nederland inmiddels zelfs Frankrijk als favoriet vakantieland van de troon heeft gestoten, verwondert ook Reuling. Aan hem ligt dat niet: zijn vrouw en hij brengen hun vakanties door in Zwitserland.

Slechts twee keer per jaar rijden ze nog naar Berlijn. „Om inkopen te doen.” De manier waarop hij het zegt doet haast denken dat Amsterdam in een ontwikkelingsland ligt.

Er wonen en werken 57.000 Duitsers in Nederland – en hun tradities hebben ze meegebracht. Duits brood, Duitse worst, Duitse muesli. De meesten zijn hier vanwege de liefde. En de meeste Duitsers zijn het erover eens dat het leven hier veel beter is dan aan de andere kant van de grens.

Vindt ook Christine Jansen. Dertien jaar geleden kwam ze naar Amsterdam. Toen haar huidige man haar in gebroken Duits – ’Ich bin verliebt auf Dich’ – de liefde verklaarde, pakte ze, het hoofd op hol, haar koffers. Ondanks wat aanloopproblemen en hoewel ze aanvankelijk geen woord Nederlands sprak, voelt ze zich nu thuis in haar nieuwe vaderland. Dat ze tegenwoordig uitgerekend de taalschool van het Goethe-Instituut in Amsterdam leidt, is ironie van het lot.

Eenmaal op dreef weet ze wel meer goeds van haar nieuwe land te vertellen: ze looft de fantastische arbeidsvoorwaarden, de ongedwongen manier van doen van de Nederlanders, en ach, eigenlijk is alles hier goed en gezellig.

Zo enthousiast is de Duitse journalist Annette Birschel niet. Misschien dat dat door haar beroep komt, of door het boek dat ze onlangs geschreven heeft over de Nederlandse manier van leven. „Voor veel Duitsers komt na twee jaar in Nederland het pijnlijk ontwaken, en vertrekken ze huilend.” Waarom?

„Na die twee jaar verstaan ze de taal zo goed dat ze ook de nuances gaan begrijpen. En plotseling merk je: dat had hij ook anders kunnen zeggen. En je komt tot de ontdekking dat je vriendenkring uit louter Duitsers bestaat.”

Ze was halverwege de dertig en hoogzwanger toen ze naar Amsterdam kwam. Haar zoon is nu dertien en spreekt beter Nederlands dan Duits. Birschel is inmiddels gescheiden.

„Zó heel erg gezellig en tolerant zijn de Nederlanders nu namelijk ook weer niet”, zegt Birschel, terwijl ze uit haar boek (’Waar zijn de bitterballen?’) wat statistieken opdiept. „Vijftig procent van de Nederlander is voor een verbod op softdrugs, 42 procent voor invoering van de doodstraf en 11 procent wil het homohuwelijk afschaffen.”

Birschel kan zich op dit moment niet voorstellen ergens anders dan in Amsterdam te wonen. Ze heeft er een woning gekocht, werkt er, ze schrijft haar boeken in het Nederlands. Amsterdam is haar Heimat.

Zo ver is Jochen Reuling nog niet. Vroeger, toen hij nog onafgebroken werkte, verlangde hij vurig naar een verblijf in Nederland. Nu hij hier is, verlangt hij naar veel dingen terug. Daarom leest hij de Süddeutsche Zeitung, staat er tussen de middag warm eten op tafel en wordt er ’s avonds naar het Duitse nieuws gekeken.

Veel werkt hem hier op de zenuwen. Dat er ’s middags afgezien van broodjes niets fatsoenlijks te eten is, dat Nederlanders van die afdingers zijn en dat ze niet gewoon zeggen wat ze denken.

Wat hem wel erg goed bevalt: „Alle belangrijke voetbalwedstrijden worden hier uitgezonden.” Vandaag is dat Liverpool tegen Chelsea. Op zulke momenten is Nederland voor Reuling het betere Duitsland.

mailIcon print |