*

 

Bij Bayern is het steevast likken en daarna schoppen

Mart Smeets − 02/05/09, 00:00

opinie Vreemd, maar waar: Als er één voetbalclub is waarvan ik het niet erg vind dat die matig presteert, is het Bayern München. Bij geen enkele andere ploeg ter wereld heb ik dat, maar hier kan ik niets aan doen. Dit gevoel bestaat al eeuwen bij me.

Hoe het komt? Door alleen maar te kijken wat daar jaar in, jaar uit gebeurt. De schijnbare nonchalance waarmee een presidium van op Mallorca bruin gekleurde hoofden daar met personeel omgaat is bijna weerzinwekkend.

Ieder jaar weer, keer op keer, mieteren ze daar hun trainer eruit. Ieder jaar, keer op keer, nemen ze met heftig tromgeroffel een andere aan. Die nieuwe man poetsen ze op, dragen hem op een schild, vergulden ’s mans curriculum vitae, ze slijmen met hem en doen dat om straks, in welke toekomst dan ook, hem ongenadig hard het hoofd af te hakken. Wat is dat toch bij die club?

Dat presidium, vorm gegeven door elkaar beschermende en op macht beluste ex-voetballers die ergens, toevallig, omhoog gevallen zijn via het systeem: Ik lik, ik lik en als ik hoog genoeg zit, schop ik.

Ik kan ze niet zien, die machthebbers. Die met een schijnbaar ingetogen manier van handelen hun gelijk halen over de rug van de trainer die ze maanden geleden bewierookten. Hun gemene, schimmige, politiek geladen doen en laten is affreus, maar kent geen horizon.

Ooit legde een Duitse collega me uit hoe die Beckenbauers en Hoenessen niets ontziend, met hun tentakels tot diep in de rechtse roddelpers, altijd bereid hun eigen wereld op te poetsen en dat van anderen via een zwakke, meewarige glimlach onder de knieën af te snijden.

Mijn collega noemde het de sportieve tak van de CDU; geld, macht, show, tweede en derde huwelijken, omhoog gevallen middenklasse met Rolexen om ten teken van goed gedrag. En dan nu Jupp Heynckes. Ooit Mönchengladbach, ooit gracieus. Het eerste dat ik lees, na het ontslag van de sympathieke Jürgen Klinsmann, is een commentaar van Mark van Bommel. Dat hij het helemaal ziet zitten met de nieuwe trainer, want die is van duidelijkheid.

Van Bommel wil zeggen: Wij spelers zijn ongelooflijke druiloren geweest die niet wilden of konden inzien dat Klinsmann ons vrijheid gaf onze voetbaltalenten in dienst van het team in te passen. Wij konden niets met die vrijheid, want verwende topsporters kunnen geen inhoud aan dat begrip geven.

De zoveelste soap bij Bayern toont aan hoe laakbaar het gedrag van de spelers is geweest. Dat Van Bommel onvoorwaardelijk achter de nieuwe trainer gaat staan, is ook kenmerkend voor de situatie en eigenlijk ook voor de speler zelf. De bij tijden ordinaire schopper en man die nog wel eens zijn beheersing verliest, toont precies aan wat voetbal bij die rijke club precies voorstelt: likken, likken en daarna schoppen. Het zit blijkbaar ingebakken in club, spelers, omgeving en organisatie.

Je vraagt je af wat een vrijdenkende democraat als Klinsmann daar in hemelsnaam te zoeken had. Hij had beter kunnen weten, hij had beter moeten weten.

Aardig om nog eens na te kijken: De persconferentie bij zijn aantreden bij de club. Kijk naar de zelfgenoegzaamheid van de heren van het presidium. Huichelaars zijn het.

mailIcon print |