*

 

De oorlog houdt stand

Antoine Verbij − 23/05/09, 00:00

Het beeld van Nederland tijdens de oorlog is nog altijd in beweging, maar de bewegingen van de slinger worden wel steeds minder heftig. Duitsland is nog lang niet klaar met de oorlog. Maar mogen de Duitsers eindelijk ook eens denken aan wat ze allemaal wél goed hebben gedaan?

  • Hotel Britannia in Vlissingen. (FOTO EVA LEITOLF)

In zijn opmerking lag woede, verwijt en verbittering. In een vraaggesprek van een gerenommeerde Duitse historicus met de buitenlandse pers vroeg een Poolse journalist: ’In het beeld dat Duitsers van de Tweede Wereldoorlog hebben, waren ze eerst de daders, toen waren ze de slachtoffers en nu zijn ze de helden. Is dat geen gevaarlijke ontwikkeling?’

De Poolse journalist was boos over de vele aandacht die de Duitsers de laatste tijd schenken aan hun eigen verzetsstrijders. Hij doelde onder meer op de heldenverering voor Stauffenberg, die samen met andere officieren in 1944 vergeefs een aanslag op Hitler pleegde. Hij was bang dat de Duitsers zouden vergeten dat ze in de eerste plaats de daders van de oorlog waren.

Tussen Duitsers en Polen ligt de oorlog nog altijd zeer gevoelig. Wat de Polen betreft kunnen de Duitsers niet diep genoeg door het stof gaan. Dat de Duitsers de laatste jaren steeds meer belangstelling tonen voor de eigen slachtoffers en helden van de oorlog, is de Polen een doorn in het oog. Het wantrouwen jegens de Duitsers zit diep.

De laatste jaren zijn de Duitsers inderdaad meer aandacht gaan besteden aan de ruim negen miljoen landgenoten die na de oorlog zijn verdreven uit gebieden die aan Polen waren toegewezen. Het kostte meer dan een miljoen Duitsers het leven en ook de opvang in het vernietigde Duitsland ging met veel leed gepaard. Ze hebben er tal van boeken, televisiedrama’s, documentaires en tentoonstellingen aan gewijd.

Nu kan men de Duitsers waarlijk niet verwijten dat ze hun schuld aan de oorlog vergeten zijn. Zodra de verdrijvingen ter sprake komen, luidt de tweede zin altijd dat ze het leed zelf over zich hebben afgeroepen. Dat is ook het geval wanneer het gaat om de Duitse slachtoffers van de geallieerde bombardementen. De Duitsers zijn op een penibele manier politiek correct.

Zo waren de Duitsers niet van het begin af aan. Onmiddellijk na de oorlog hebben ze over de nazimisdaden vooral gezwegen. Pas in de jaren zestig kwam de verwerking van de oorlog goed op gang. Vanaf dat moment was iedere relativering taboe. Het was zelfs ongepast om Hitlers wandaden met die van Stalin te vergelijken, zoals een aantal historici eind jaren tachtig in de beruchte ’Historikerstreit’ deed.

De schuldbewuste herinnering aan de oorlog speelt in het openbare leven in Duitsland onverminderd een prominente rol. In tal van politieke debatten geldt ze als een belangrijk argument. Bijvoorbeeld waar het gaat om stamcelonderzoek of om euthanasie. Bescherming van het leven, in het Derde Rijk zo veronachtzaamd, is het opperste gebod.

Maar die politieke correctheid werkt ook verlammend. Zoals in de omgang met symbolen uit het Derde Rijk. Het tonen van hakenkruisen is verboden, ook al staat er een rode streep doorheen ten teken dat men het veroordeelt. Ook een satirische benadering van het Derde Rijk leidt vaak tot protesten. Cabaretiers bedenken zich wel driemaal voor ze een grap over Hitler maken.

En elk debat over het herdrukken van Hitlers ’Mein Kampf’ of andere teksten uit de oorlog eindigt steevast met de handhaving van het verbod erop, ook al zijn de motieven voor herdruk nog zo wetenschappelijk of pedagogisch. Dat merkte een uitgever die onlangs op historisch volstrekt verantwoorde wijze overdrukken van nazi-kranten wilde publiceren.

Toch zijn er ook tekenen van ontspanning. De Duitsers leren langzaam dat nationaal zelfbewustzijn niet hetzelfde is als nationalistische zelfverheffing. Dat bewees het feestelijke chauvinisme bij het wereldkampioenschap voetbal van 2006, toen het nationale elftal een (toch bescheiden) derde plaats veroverde. Er mocht weer gevlagd worden!

Bij dat ontspannen zelfbewustzijn past dat Duitsers voorzichtig weer iets van trots ontwikkelen op wat ze allemaal wél goed hebben gedaan. Daarbij hoort aandacht voor hun helden uit de oorlog, zoals Stauffenberg, en voor de mensen die joden hielpen onderduiken, aan wie nu eindelijk ook enkele tentoonstellingen zijn gewijd.

En daarbij hoort ook dat de Duitsers dit jaar eens wat minder met de oorlog bezig zijn en meer met hun zestigjarige democratische grondwet en hun twintigjarige, in vrijheid herenigde republiek.

mailIcon print |